2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


Een reactie plaatsen

Gebruikersinstructie: Engage!

Bij IDM Den Haag heb ik nu al twee keer het vak gebruikersinstructie mogen geven. Het is een intensief vak voor de studenten omdat ze zelf aan de slag moeten met het maken van een gebruikersinstructie. Dit leer je immers het best door het gewoon te doen. Natuurlijk is er ook wat theorie. Zoals hoe je een gebruikersinstructie voorbereidt: analyse van de doelgroep en het bepalen van het kennen (cognities), kunnen (psychomotorische vaardigheden) en zijn (attitudes) van de doelgroep. Met de syllabus die deze theorie bevat, ontwikkeld door mijn voorganger, ging ik aan de slag. Maar ik ben ook zelf in de literatuur gedoken. Als eerste kwam ik het boek ‘Reflective Teaching, Effective Learning: Instructional Literacy for Library Educators‘ van Char Booth tegen. Zij wijdt een heel hoofdstuk aan het op een aantrekkelijke manier ontwerpen van je gebruikersinstructies (Hoofdstuk 11, p. 125-137).

booth_storeImage_200x300

Bepaal je boodschap

Deze Powerpoint instructie geeft informatie over het zoeken naar literatuur met behulp van Google, GoogleScholar, Picarta en de databank Ebsco-host. Daarnaast bevat de instructie extra informatie over de stapsgewijze aanpak van literatuuronderzoek.

Met je boodschap maak je reclame voor je gebruikersinstructie. Je zorgt ervoor dat je de verwachtingen van je doelgroep stuurt om zo hun aandacht en motivatie te managen. De gouden regel is eenvoud! Het kan gaan om: een gebruikersgerichte samenvatting van je instructie, een ‘elevator pitch’ voor een potentiële workshop deelnemer of bijvoorbeeld een 140 karakter tellende tweet met het onderwerp van je webinar. Vertel niet alleen wat de gebruiker gaat leren (het einddoel), maar interesseer hun ook om dat einddoel te bereiken.

Het prototyping proces

Een fundamenteel aspect van het ontwerpen van gebruikersinstructies is het testen en herzien ervan voordat je hem uitreikt. Bij het prototyping proces onderscheiden we vier fasen:

  1. Prototype
  2. Ontwikkel
  3. Evaluatie
  4. Herziening

Visuele geletterdheid

Visuele geletterdheid is het vermogen om afbeeldingen te begrijpen en te gebruiken, inclusief het vermogen om na te denken, te leren en jezelf in termen van beelden uit te drukken.

Zeven strategieën die deel uitmaken van een efficiënter gebruik van de cognitieve verwerkingscapaciteit in educatieve interfaces, materialen en afbeeldingen:

  1. Geconcentreerd: kernideeën worden benadrukt door ze te markeren, vet te maken of via een andere methode te benadrukken
  2. Beknopt: beknoptheid en eenvoud worden bereikt door het elimineren van onnodige tekst en afbeeldingen
  3. Gecorrespondeerd: foto’s, grafieken en tabellen en hun bijschriften worden dicht in elkaars buurt geplaatst
  4. Geconcretiseerd: afbeeldingen ondersteunen visueel de desbetreffende onderwerpen
  5. Samenhangend:  de keuze van afbeeldingen is logisch en de afbeeldingen komen overeen met gesproken tekst, bijschriften of omringende tekst
  6. Begrijpelijk: afbeeldingen en tekst of gesproken tekst weerspiegelen de voorkennis van de gebruiker
  7. Gecodeerd: afbeeldingen en tekst of gesproken tekst lenen zich voor integratie in het geheugen

Universele design strategieën

Eenvoud is bij het ontwerpen van je gebruikersinstructie de leidende strategie! Hoe helderder, duidelijker en ‘to the point’ je instructie is, hoe beter. Werk via Principes, Acties en Tools.

Principes

Principes zijn cognitieve functies.

  • Selecteren: is de capaciteit tot onderscheiden. Waar de gebruiker aandacht aan besteed ~ versus ~ Waar de gebruiker geen aandacht aan besteed.
    • Centrale vraag: Wat wil ik dat de gebruiker opmerkt?
  • Organiseren: is het gebruik van duidelijke en consistente navigatie-elementen, het structureren van informatie in eenheden, het verstrekken van ankers in de vorm van hulp en steun en de integratie van hiërarchische elementen zoals lijsten, grafieken en overzichten die relaties suggereren.
    • Centrale vraag: Hoe kan ik de structuur van de informatie weergeven?
  • Integreren: is het aanmoedigen van beter integratie door multimediaal te werken
    • Centrale vraag: Hoe kan ik de gebruikers helpen om verbanden te leggen?

Acties

Acties zijn structurele design elementen.

  • Repeteren: navigatiestructuur, scheidingstekens, terugkerende elementen
  • Nabijheid: de afstand tussen elementen bepaald hun relatie, hoe dichter hoe meer gerelateerd, maar plaats ze niet té dicht bij elkaar zodat ze niet meer zijn te onderscheiden
  • Richting: de consistente plaatsing van elementen langs een onzichtbaar raster of as, geeft ook een relatie aan en laat gebruikers zich focussen op inhoud
  • Contrast: het onderscheid in kleur, schaduw, tint en andere middelen voor visuele differentiatie, een bruikbare strategie voor het vestigen van de aandacht op belangrijke onderdelen

Tools

Tools zijn elementaire esthetische bouwstenen.

  • Lettertype: bepaalt de leesbaarheid
  • Kleur: draagt ​​bij tot het instellen van stemming en gevoel,  geeft relaties weer en legt nadruk
  • Vorm: symmetrische vormen zorgen voor balans, asymmetrische vormen voor onbalans; beide kunnen geschikt zijn binnen een bepaalde context
  • Diepte: details die structuur en dimensionaliteit geven, worden gebruikt voor nadruk en om beelden meer of minder prominent te maken ten opzichte van hun omgeving
  • Ruimte: witruimte is de ononderbroken afstand tussen objecten en van cruciaal belang voor het beheren van de cognitieve belasting en om je instructie aangenamer te maken om te bekijken

Wees multimediaal

  • Gebruik een combinatie van tekst, geluiden en afbeeldingen
  • Beelden en woorden moeten op hetzelfde moment en dicht bij elkaar verschijnen
  • Gesproken tekst moet uitnodigend en converserend zijn
  • Gebruikers moeten de controle krijgen over de hoeveelheid stof die ze binnen krijgen (stimulatie) in complexe lessen
  • Belangrijke inhoud moet herkenbaar zijn en worden benadrukt
  • Gesproken tekst en tekst op het scherm moeten elkaar aanvullen (dus niet hetzelfde zeggen en schrijven = verdubbeling)

Evalueer je gebruikersinstructie

Op effectiviteit:

  • Heeft de instructie betrekking op de juiste inhoud?
  • Beslaat de instructie een optimale hoeveelheid informatie (niet te veel en niet te weinig inhoud)?
  • Ben je aan het ‘instrueren’?

Op doeltreffendheid:

  • Zorgt de instructie ervoor dat belangrijke informatie (selectie) gemakkelijk is waar te nemen? SELECTEREN
  • Is de instructie zo georganiseerd dat informatie makkelijk toegankelijk is? ORGANISEREN
  • Helpt de instructie de gebruiker de informatie in relatie te brengen met de algemene opleidings-of prestatiedoelen? INTEGREREN

Op aantrekkelijkheid:

  • Motiveert het ontwerp van de instructie de gebruiker?
  • Is de informatie in de instructie relevant en belangrijk genoeg voor de gebruiker?
  • Is de instructie helder genoeg om de gebruiker ervan te overtuigen dat ze het zullen begrijpen?

Aandacht vangen en behouden

Schep de voorwaarden tot duurzaam leren:

  1. Verwerf aandacht
  2. Informeer gebruikers over de doelstellingen
  3. Stimuleer het terughalen van eerder verworven competenties
  4. Zorg voor stimulerende inhoud
  5. Wees een gids
  6. Ontlok prestaties
  7. Geef feedback
  8. Beoordeel prestaties
  9. Herhaal en vat samen

Pitch en wees persoonlijk

Communiceer in een pitch de inhoud zo dat je gebruikers zich er mee kunnen identificeren en ze het zinvol vinden. Geef daarbij aan welke rol jij speelt als instructeur in hun leer- en onderzoeksproces.

  • Wees authentiek
  • Studenten ervaren persoonlijk, echte relaties met docenten als een van de meest betekenisvolle aspecten van onderwijs
  • Praat met mensen als ze de ruimte binnen komen
  • Lees de toon van hun stem en hun lichaamstaal (waarschuwing)
  • Zorg voor een positieve omgeving en presenteer jezelf met vertrouwen, zo maak je het een potentiële verstoorder moeilijker om over je heen te lopen
  • Wees niet bang om gebruik te maken van je autoriteit om zo billijk en taakgericht gedrag uit te lokken

Char Booth is Instruction Services Manager & E-Learning Librarian aan de Claremont Colleges Library. Ze blogt op info-mational over de integratie van onderwijs, technologie en ontwerp in bibliotheek services. Haar blog draagt de pakkende ondertitel: ‘on technology, media literacy, and librarians who t-c-b (take care of business)’.


1 reactie

Nieuwe uitdaging

Je kon het natuurlijk al lezen op twitter en in de InformatieProfessional zelf… maar ik ben dus aan een nieuwe uitdaging begonnen als lid van de (na een paar maanden gefunctioneerd te hebben als aspirant lid en 2 redactievergaderingen mee gemaakt te hebben kan ik dit al wel zeggen) bekwame en hartelijke redactie van ons landelijk vakblad:

16-12-2012 12-10-51


1 reactie

Caution: ‘plagiaat’ in progress!

De laatste tijd heeft auteursrechten mijn aandacht gekregen. Sinds eind vorig jaar maak ik deel uit van de SURF club Auteursrechten Informatiepunten HBO. Hoe we dat ‘informatiepunt’ concreet gaan inrichten op De Haagse Hogeschool moet ik de komende maanden nog gaan uitwerken, maar de eerste wapenfeiten hebben al plaats gevonden. Zo heb ik in december samen met een collega de volgende presentatie over plagiaat gegeven aan een groep docenten.

Voor de presentatie heb ik gebruik gemaakt van het rapport: ‘Geoorloofd hergebruik; De juridische aspecten van plagiaat in het hoger onderwijs en Leefregels voor geoorloofd hergebruik van materiaal’ van SURF en het filmpje ‘Wanneer pleeg ik plagiaat‘ van de Open Universiteit.

Begin januari heb ik om mijn kennis over auteursrechten op te frissen de cursus ‘Auteursrecht voor onderwijsmediatheken en wetenschappelijke bibliotheken‘ van de GO opleidingen gevolgd.

En niet veel later kwam ik een berichtje tegen op ScienceGuide over de top 10 plagiaatplekken.

Soms gebruiken studenten ongeoorloofd het werk van anderen als zij iets publiceren. Welke bronnen gebruiken ze daarvoor het meest? iParadigms, marktleider in de markt van anti-plagiaat software, keek tussen juni 2010 en juni 2011 naar 33,5 miljoen papers en geeft antwoord op deze vraag.

De analyse van de papers toont aan dat Wikipedia de nummer 1 bron is waarmee universitaire studenten plagiaat plegen. 10,74% van alle gevallen van plagiaat kan worden toegeschreven aan deze open source encyclopedie site.

Top 10 plagiaatbronnen

  1. Wikipedia: 10,74%
  2. Yahoo! Answers: 3,90%
  3. SlideShare: 3,87%
  4. Answers.com: 3,57%
  5. Oppapers.com: 3,11%
  6. Coursehero: 3,01%
  7. Scribd: 2,95%
  8. Justanswer.com: 1,60%
  9. eNotes: 1,58%
  10. Amazon: 1,21%

Wanneer de bronnen worden verdeeld in categorieën blijken echter sociale netwerken en content-sharing sites als Facebook, MySpaces, Scribd en Slideshare de meest gebruikte categorie van bronnen te zijn bij plagiaatgevallen.

Tenslotte bevat het rapport 3 stappen die docenten kunnen doorlopen om plagiaat te voorkomen bij hun studenten:

  1. Maak opdrachten plagiaat-proof door een onderwerp te kiezen dat een geïndividualiseerde aanpak vereist en betrekking heeft op persoonlijke ervaring of actuele gebeurtenissen. Plagiaat plegen is daarnaast moeilijker wanneer studenten verplicht zijn om hun werk in verschillende stadia van het schrijfproces in te dienen: concepten, herziende versies en reflecties.
  2. Geef studenten instructies over de regels rond plagiaat en hoe ze werk van anderen geoorloofd kunnen gebruiken door middel van citeren.
  3. Controleer op een formele manier en geef studenten inzicht in de beoordeling van hun werk.

Dit berichtje heeft ook een plek gekregen op onze bibliotheekwebsite. En komende week gaat de club Auteursrechten Informatiepunten HBO weer de koppen bijeensteken bij SURF. Wordt dus vervolgd…


2 reacties

Wat doen studenten nu echt in de bibliotheek?

In april heb ik ons onderzoek geïntroduceerd, daarna heb ik jullie verteld over hoe John Mackenzie Owen ons heeft begeleid in het onderzoek en heb ik de presentatie getoond die we hebben gegeven tijdens zijn afscheid. En dan is het nu tenslotte tijd voor alle resultaten.

Wat doen studenten in de bibliotheken van het hoger onderwijs?

Het simpele antwoord op deze vraag luidt: studeren!

Daarnaast heeft ons onderzoek, dat plaats vond in zeven universiteits- en hogeschoolbibliotheken en waarbij in totaal van 780 studenten (510 universitair en 270 HBO) gegevens zijn verzameld, volgende conclusies opgeleverd:

  • De meeste gebruikers bezoeken de bibliotheek een of meer keren per week, en blijven per keer twee uur of meer studeren.
  • De belangrijkste redenen om in de bibliotheek te studeren zijn de beschikbaarheid van een rustige studeerplek, en in het HBO ook de mogelijkheid om met anderen samen te werken.
  • De beschikbaarheid van de fysieke collectie is in het algemeen niet de reden waarom studenten studeren in de bibliotheek.
  • Vrijwel alle studenten gebruiken in de bibliotheek een pc of laptop, voor een verscheidenheid aan activiteiten.
  • De behoefte aan ondersteuning door bibliotheekpersoneel is zeer gering.

Studiezalen vervullen een belangrijke functie en voorzien in een evidente behoefte. Maar juist als je bovenstaande conclusies bekijkt zou je kunnen concluderen dat het heel goed mogelijk is om de studieruimte los te koppelen van de overige bibliotheekfuncties. Of toch niet? Ons onderzoek laat ook zien dat tijdens het studeren de studenten toch ook gebruik maken (al vormt het maar een klein onderdeel van het totaal aan activiteiten) van boeken, tijdschriften en andere faciliteiten. De Google-generatie weet de papieren informatie dus nog wel te vinden. Zolang dat gebruik er is, is het verstandig de werkplekken in de bibliotheek zelf te houden. De ondersteuning kan immers niet dichter bij de student worden gebracht. Bibliotheek en studieruimte vullen elkaar aan.

Bepaal zelf je eigen visie (bibliotheek en studieruimte loskoppelen of elkaar juist laten aanvullen) door ons hele onderzoeksrapport te lezen. Geen zin/tijd om de ruim 30 pagina’s door te spitten, lees dan mijn 4 pagina’s tellende samenvatting gepubliceerd in het decembernummer van de InformatieProfessional:

Het was een interessant onderzoek om te doen en ook een uitdaging door de prikkels die John ons gaf – rechtstreeks tijdens de colleges en onrechtstreeks door zijn artikel over de overbodige bibliotheek. Is de bibliotheek overbodig voor de student? De student maakt het niet uit waar hij zit, zolang hij maar de faciliteiten heeft om te studeren (en één van die faciliteiten is de collectie van de bibliotheek). Ons onderzoek laat daarin geen opmerkelijke dingen zien. De student gaat mee met zijn tijd: plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken wordt een algemeen goed. En als bibliotheek moeten we ons richten op de vraag: hoe krijgen we onze collectie van betrouwbare, relevante informatiebronnen bij de student? Het wereldwijde web zorgt ervoor dat we die zowel bij de student in de bibliotheek als buiten de bibliotheek kunnen krijgen. Zorgen goed met studenten gevulde bibliotheken (en de daaruit voortvloeiende positieve statistieken) er dan weer voor dat we onze ‘geldschieters’ (nu nog) kunnen overtuigen van ons nut, dan moeten we het vooral niet nalaten om de studieruimten de bibliotheek te laten aanvullen! Daarentegen moeten we ons ervan bewust zijn dat werkplekken dan misschien ervoor zorgen dat studenten naar de bibliotheek komen, het betekent zeker niet dat ze dan automatisch gebruik maken van de collectie!


4 reacties

Docent John Mackenzie Owen hamert op feiten

In een vorig blogbericht heb ik ons onderzoek al geïntroduceerd dat we hebben uitgevoerd tijdens de integratiemodule Culturele Informatiewetenschap. De aanleiding vormde het artikel ‘De Nederlandse Bibliotheek voor het Onderwijs’ (InformatieProfessional nr 4 2011) van John Mackenzie Owen, onze docent. Het was een van de laatste vakken die John doceerde aan de masteropleiding van de UvA voor hij met emeritaat zou gaan. Dit feit stond centraal in het septembernummer van de InformatieProfessional. Hierin staat een interview met John waarin hij terugblikt op veertig jaar informatievak (p. 14, interviewer: Jenny Mateboer).  Hij voorspelde in 1983 al het ‘technologisch einde van de bibliotheek’ en stelt nu vast dat door de verdwijning van het document de rol van documentleverancier van de bibliotheken nu echt ten einde loopt. Daarnaast schrijft hij zelf over hoe het allemaal begon ergens in 1972 (p. 18). Iets over zaalvullende bakbeesten en groene schermen. Ten slotte reageert Bas Savenije op verzoek van John zelf in dit nummer op Mackenzies pleidooi voor één bibliotheek voor het onderwijs (p. 22). Differentiatie: ja graag! En zelf mocht ik in dit nummer iets vertellen over hoe het er in de laatste colleges van John aan toe ging en hoe hij zijn studenten stuurt en enthousiasmeert (p. 20).

Klik op de afbeelding om het artikel te downloaden

John Mackenzie Owen neemt aanstaande donderdag, 10 november, definitief afscheid. Zijn openbare afscheidscollege vindt om 15 uur plaats in de Aula van de Universiteit van Amsterdam (Singel 411).

In 1983 voorspelde John Mackenzie Owen dat door ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie de wetenschappelijke bibliotheken overbodig zouden worden. Sindsdien heeft de technologie zich nog veel verder ontwikkeld dan we toen konden vermoeden. Toch bestaan die wetenschappelijke bibliotheken nog. Mackenzie Owen probeert dit tijdens zijn oratie te verklaren. Daarbij stelt hij onder meer het onderwerp ‘technologisch determinisme’ aan de orde. Ook behandelt hij  de vraag in hoeverre het wetenschappelijk verantwoord is om voorspellingen te doen op basis van de eigenschappen van technologie. Vervolgens plaatst Mackenzie Owen deze vraag in een breder context, en kijkt hij kritisch naar de aard en maatschappelijke relevantie van het onderzoek in de geesteswetenschappen. Hij betoogt dat de geesteswetenschappen methodologisch veelal slecht ontwikkeld zijn doordat ze zijn blijven steken in een negentiende-eeuwse romantische opvatting over ‘interpreteren’ als tegenhanger van het natuurwetenschappelijke ‘verklaren’. Mackenzie Owen houdt een pleidooi voor een sterkere empirische fundering van het onderzoek in de geesteswetenschappen. Hij pleit voor minder gefilosofeer en meer aandacht voor concrete data en ‘real-life’ problemen. Tenslotte komt de vraag aan de orde in welke mate de culturele informatiewetenschap aan die eisen voldoet.

Voorafgaand vindt het symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek?’ plaats met presentaties en een panel. Medestudent Peter Becker en ik zullen in één van de presentaties de resultaten van ons onderzoek bekend maken. Deze resultaten zullen ook in het decembernummer van de InformatieProfessional te lezen zijn.