2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


7 reacties

#nvb11 Een ander vak

Afgelopen donderdag was het weer hét NVB feestje van het jaar: het NVB jaarcongres 2011 met als thema ‘Een ander vak’. Ruim 1100 deelnemers waren er deze keer bij.

We Are More

De NVB voorzitter Michel Wesseling opende de dag met het filmpje waarin Louis C.K. zijn haat tegenover Twitter spuit. Wou Wesseling ons even een relativeringslesje geven? Zijn toespraak ging verder over de stand van zaken bij de NVB. Hij meldde dat de moeilijke periode voorbij is en dat we nu kunnen gaan werken aan de opbouw. “NVB 2015 een beroep met impact” wordt het nieuwe beleidsplan waarbij gestreefd wordt naar een flinke ledengroei. Wesseling somt de samenwerkingsverbanden op die de komende periode geïntensiveerd worden: met Brouwer Trainingen, Ingressus, NVBA, SOD, RICC, FOBID, NBA en VPOD; een hele lijst. De bezuinigingen kwamen natuurlijk ook aan bod met de dreigende sluiting van het KIT en daarbij een oproep om de petitie hiertegen te ondertekenen. Ook besteed Wesseling aandacht aan het manifest ‘We Are More‘, een Europese campagne voor belangenbehartiging van de kunst- en cultuursector. Ten slotte een vooruitblik op 2012 waarin NVB zijn 100-jarig bestaan viert. En Wesseling legt uit waarom wij informatieprofessionals nodig zijn: mensen maken fouten omdat ze niet informatievaardig zijn en aandacht voor IT oplossingen is daarbij niet voldoende.

Het debat: de invloed van internet op onze informatiemaatschappij

De NVB had drie opiniemakers uitgenodigd voor een debat met als thema de veranderingen die het internet teweeg heeft gebracht en wat de gevolgen daarvan zijn voor ons bibliothecarissen/informatieprofessionals. Ze mochten ieder eerst zelf een inleidend woordje geven op het thema.

Stine Jensen vertelde over haar boeken ‘Echte vrienden‘ en ‘Dus ik ben‘. Uit het eerste boek refereert ze naar de prostitutie metafoor: schone schijn, koop mij. Uit het tweede boekje haalt ze de definities van identiteit: ik voel, ik werk, ik heet, ik hoor erbij, ik lijd, ik heb een verleden, ik heb lief, ik word erkend, ik consumeer, ik ben een lichaam, ik ben mezelf. Maar ook: ik heb een vriend, ik communiceer. Via Twitter volgden er al snel meer uit de zaal: ik blog, ik drink bier. Jensen had er zelf nog één: ik lek, met een verwijzing naar Wikileaks. Er zijn verschillende redenen om dit te doen: evolutionair (opvallen, partner zoeken), sociologisch (erbij horen, macht verwerven), psychologisch (ijdelheid, vriendschap en aandacht), emancipatie (het persoonlijke delen staat aan de kern van iedere emancipatoire beweging), urgentie (‘ik leef’) en verstrooiing (gluren bij iemand de huiskamer). We verhandelen volgens Jensen ons intiem kapitaal (persoonlijke informatie). We schipperen daarbij tussen anonieme vrijheid en transparante vrijheid. Informatieprofessionals kunnen mensen hierbij begeleiden en ook het jargon verrijken van mensen om om te gaan met informatie en contacten. Want we gebruiken tegenwoordig meer en meer bijvoeglijke naamwoorden om vriendschap te duiden omdat we zoveel contacten hebben: kennissen, vrienden, collega’s, volgers, etc.

Geert Lovink is mediatheoreticus, netcriticus en activist. Hij is tevens de initiatiefnemer van het Institute of Network Cultures. Met dit initiatief wil hij proberen om onderzoek een reflecterende rol te geven en daarbij een eigenwijze positie in te nemen. Lovink somt zijn onderzoeksprogramma’s op:

  • Video vor tex: onderzoek naar bewegend beeld en kennisdeling / content curation
  • Critical point of view: onderzoek naar Wikipedia
  • The book unbound: onderzoek naar eBooks en eReading en een conferentie die in 2012 zijn tweede editie zal hebben
  • Society of the query: onderzoek naar zoeken via het stellen van vragen en de culturele impact van het zoeken
  • Unlike us: onderzoek naar social media, de afhankelijkheid van grote platforms hierbij en het zelf ontwikkelen van georganiseerde netwerken

En tenslotte Marleen Stikker over open data. “If you can’t open it, you don’t own it.” Open data als fundament voor democratie, efficiëntie, innovatie en het leefklimaat. Stikker vertelde daarbij over het Initiatief Apps for democracy en de Nederlandse tegenhanger Apps voor Nederland.

Pieter Jan Hagens leidde het daaropvolgende debat. Jan Klerk heeft hiervan een mooie verslag gemaakt en maakt daarbij een goed punt (zie laatste alinea van zijn blogpost). Het debat ging vooral over wantrouwen en daarbij werd de focus gelegd op hoe we bedonderd worden via internet en door de grote boze wolf Google. Wat is dat toch met die open deuren? Mensen worden al eeuwenlang op verschillende manieren bedonderd, het enige wat veranderd is, is dat de wereld groter is geworden. Alles wordt dus uitvergroot. Dat heeft zijn negatieve kanten maar ook positieve. We zijn er ons nu meer van bewust. Het feit dat we er regelmatig over debatteren, spreekt al voor zich. Terechte opmerking tijdens het debat: we hebben meer invloed op internet dan op onze geschiedenisboeken. Er is dus wel degelijk vooruitgang geboekt, mede door Google. Op Twitter werd de sfeer al snel grimmig: vertel ons eens wat nieuws, geef ons informatieprofessionals inspiratie. Gelukkig kwam er op tijd wat tegenwind vanuit het publiek. Op het einde van het debat werd er vooruit gekeken: over 20 jaar zal de informatieprofessional zich volgens Jensen bezig houden met het laten ‘verdwijnen’ van informatie, zal er volgens Lovink meer en meer vastgelegd zijn in protocollen en praten we volgens Stikker niet meer over het internet omdat het dan onlosmakelijk verbonden is met onze samenleving.

Uitreiking Victorine van Schaickprijs

Ook dit jaar werd tijdens het congres de Victorine van Schaick prijs uitgereikt, bedoeld om vernieuwing in de bibliotheekbranche te stimuleren:

Unconference

Tijdens de lunchpauze even een kijkje genomen in Studio 3 om te luisteren naar de presentaties van studenten van IDM Den Haag, Hogeschool van Amsterdam, en Saxion Hogescholen. Zij vertelden over onderzoek dat ze hebben gedaan tijdens hun studie: over het inzetten van sociale media voor de OB Haarlemmermeer, over concepten voor een bibliotheek zonder subsidie en over het bouwen van een semantisch netwerk. Lees er meer over op de NVB programmapagina Unconference. Mooie initiatieven en vooral gemotiveerde sprekers die IDM-studenten.

Happe.ning

… maar eerst mijn #Biebshirt opgehaald!

#Hap7 begon met een presentatie van Bert Huizing over de ‘embedded librarian’.

Volgens de test lijk ik een embedded librarian te zijn. Ik haalde 16 punten op de W-vragen en 12 op de I-vragen. Ik vond de presentatie wat oppervlakkig, Huizing had volgens mij nog meer wijsheid uit het boek ‘Embedded Librarians: Moving Beyond One-Shot Instruction‘ kunnen halen. Maar ik moet hem wel nageven dat hij de presentatie heel interactief probeerde te maken. Hij zorgde voor een discussie over hoe we onszelf moeten noemen. Ik stak mijn hand op bij zowel bibliothecaris als informatieprofessional. En voor een discussie over hoe je embedded nou moet vertalen in het Nederlands. Huizing evalueert zelf zijn presentatie op bibliofuture.nl.

In de tweede presentatie gaven Mariette van Selm en Joris Osterhaus een live demo van de UBA Facebook App en tekst en uitleg over de ontwikkeling ervan.

Ik kan natuurlijk gaan neerpennen wat Van Selm (heb ondertussen ook haar leuke blog ontdekt) enthousiast heeft verteld over de app, maar beelden zeggen meer dan woorden, dus hier de presentatie met screenshots van alle functies van de app:

En voor de technische details die Osterhaus heeft verteld, verwijs ik ook graag naar de presentatie. Naar zijn zeggen wordt de truc gedaan door een simpel php-scriptje. Onder het motto ‘beter goed gejat, dan zelf verzonnen’ hebben ze afgekeken bij de Facebook app van de Public Libraries Singapore. De catalogus van de UBA kan nu op zes verschillende plaatsen geraadpleegd worden: via MijnUvA, UBAweb, UBAmobiel, Facebook, iGoogle en Netvibes.

De derde presentatie was van een bekende: Wilma van den Brink. Zij vertelde over een voor haar gekend onderwerp: filmpjes. Wilma heeft namelijk een videoblog. Deze keer ging ze in op hoe je films kunt inzetten om als bibliotheek je klantencontact te verbeteren. Hieronder enkele voorbeelden die ze gebruikte:

  • Storytelling
    De Kopgroep bibliotheken Groningen laten hun klanten vertellen wat ze vinden van de bibliotheek of de activiteiten die door de bibliotheek worden georganiseerd. Zo vertelt Tobias (wat is ie een schatje) waarom hij zo vaak in de bieb komt: http://www.youtube.com/watch?v=-wFAABfAX3s
  • Tips & Trucs
    Ouderen hebben vaak hulp nodig bij het gebruik van de computer en die hulp krijgen ze van hun (klein)kinderen. Teach Parent Tech speelt hier op in door jongeren die een computertaak uitleggen op te nemen op video. “This site was built by a few folks at Google to help keep tech support a family business.” In dit filmpje wordt verteld hoe je een definitie van een woord kunt opzoeken op internet: http://www.youtube.com/watch?v=yj0wde-VHSs
  • The Embedded Librarian
    Wat moet ik als docent met social media? Die vraag hoorde men vaak in de bibliotheken van de Hogeschool van Amsterdam (waar Wilma werkzaam is) en wie kan het best daar een antwoord op geven dan een docent zelf die al social media inzet. Dus heeft de bibliotheek een middag met lezingen georganiseerd over het onderwerp: “Sociale Media in het Hoger Onderwijs”. De sprekers werden vooraf geïnterviewd over hun presentatie. Een van hen was Albert Jan Bloemendal van de opleiding: Culturele en Maatschappelijke Vorming (Domein Maatschappij en Recht): http://www.youtube.com/watch?v=nZcX-B7k5eM
  • Literatuur beleven
    Why I Love This Book is een initiatief van Marc Barteling. Hij laat bekende en minder bekende personen vertellen over hun lievelingsboek. In dit filmpje vertelt Stephen Fry over Ulysses: http://www.youtube.com/watch?v=wL_rXp-T4tc Wilma heeft Barteling geïnterviewd over dit project:  http://www.youtube.com/watch?v=VEahXKPPA0U
  • Promotie
    De RMIT University Library laat studenten vertellen wat ze leuk vinden aan de bibliotheek en maakte er een promotiefilmpje van: http://www.youtube.com/watch?v=cmnO5R6bsb8
  • Klantenbinding
    Sultana Mr. Jummy. Win prijzen door het inzenden van filmpjes met jouw Mr. Jummy pop: http://www.youtube.com/user/sultanapop

Zelf geeft ze nog vijf tips met uitleg op haar blog:

  1. Wat is het doel en wie is de doelgroep?
  2. De regie van het filmpje bepaalt het succes
  3. Hou het kort
  4. Zoom in op gezichten en benadruk het verhaal
  5. Veel geld investeren betekent niet automatisch dat je filmpje een succes wordt

De laatste presentatie van de middag werd gegeven door Jeroen de boer (winnaar van de Victorine van Schaick BibliotheekinitiatiefPrijs).

De Boer ging vooral in op de rol die (muziek)bibliotheekmedewerkers als content curator kunnen vervullen: algoritme of persoonlijk advies?

Curation comes up when search stops working (Clay Shirky)

Voorbeelden van muziekdiensten die je hierbij kunnen helpen:

Jeanine Deckers, dagvoorzitter van #hap7, blikt tevreden terug.

(Weer)zien

… en ook bekenden van de HvA en de UvA en zelfs mijn Belgische begeleidster van mijn graduaatscriptie van 2007. NVB 2011 werd dan ook een reuzegezellig (weer)zien, met als afsluiting een bijkletsdineetje met @jujuutje, al heb ik niet alles kunnen zien wat ik wilde zien, maar gelukkig hebben we internet:

  • Gerard Bierens vertelde welke rol social media spelen binnen Het Nieuwe Werken
  • Liesbeth Mantel sprak over haar ervaringen met de invoering van Het Nieuwe werken bij de TU Delft Library
  • Lukas Koster belichtte het fenomeen Linked Open Data

Irma van Zanten maakte een mooi Topsy overzicht van #nvb11.

Advertenties


3 reacties

Het moet wel ergens over gaan

Op 10 november nam prof. dr. John Mackenzie Owen afscheid van de Universiteit van Amsterdam.

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek?

Peter Becker en ik hadden de eer om in het aan het afscheidscollege voorafgaand symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek’ een presentatie te geven waarin we verteld hebben over ons in het voorjaar uitgevoerde onderzoek. In mijn vorige blogposts hierover lees je meer over dit onderzoek:

Hieronder onze presentatie:

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek? on Prezi

In het decembernummer van de InformatieProfessional zal een samenvatting van ons rapport te lezen zijn met een link naar de URL waar je het hele rapport kunt downloaden.

Na onze presentatie volgden nog 2 andere presentaties en een panel.

Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?

Allereerst gaf Henk Voorbij een antwoord op de vraag ‘Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?’ Voorbij stelt vast dat het gebruik van trefwoorden zeer laag is en kijkt daarbij naar een aantal p’s:

  • Hebben we trefwoorden wel nodig –> p van product
  • Zijn we in het bezit van de vaardigheden die we nodig hebben bij het zoeken met trefwoorden –> p van promotie
  • Hoe wordt het zoeken met trefwoorden gepresenteerd in de systemen –> p van prijs

En dat laatste is nou net 1 van de problemen:

  1. Het zoeken met trefwoorden wordt in de meeste systemen niet goed geprofileerd. Een uitzondering hierop is de Aquabrowser waarbij je links een trefwoordencloud hebt met daarbij thesaurustermen in opgenomen en je aan de rechterkant je zoekresultaten kunt verfijnen a.h.v trefwoorden.
  2. Meestal worden er te globale trefwoorden gebruikt waardoor het probleem ruis dat door trefwoorden juist moet worden opgelost niet wordt voorkomen.
  3. Trefwoorden hebben dus niet genoeg meerwaarde voor de gebruiker van zoeksystemen.

Wat doen die archieven bij informatiewetenschap?

Theo Thomassen schetste de geschiedenis van de opleiding archiefwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. En ging daarbij vooral in op de samenwerking met de opleiding Culturele Informatiewetenschap en de organisatorische rompslomp die herpositioneringen met zich mee namen.

Archiefwetenschap is een autonoom onderdeel geworden van de informatiewetenschappen en had deze herpositionering nodig omdat het geen relatie meer kende met geschiedkunde (waar het voorheen onder viel) maar dichter naar de informatiedisciplines was toegegroeid. Het was nodig om onderwijs en onderzoek samen te gaan ontwikkelen met de Culturele Informatiewetenschap om zo een community van onderzoekers te creëren. De positie van Archiefwetenschap en Culturele Informatiewetenschap onder de Geesteswetenschappen is duidelijk: archiefwetenschap en informatiewetenschap gaat niet alleen over informatie maar vooral ook over mensen.

John Mackenzie Owen heeft een groot aandeel gehad in deze processen door de opleidingen vanbinnen uit te ontwikkelen en te reageren op van buiten uit aangedreven herpositioneringen.

Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening en zijn universiteitsbibliothecarissen nu ijsboeren of kalkoenen?

In het panel zaten volgende deelnemers:

  • Leo Plugge (SURF)
    Plugge gaf aan dat de vraag die we ons moeten stellen is ‘Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening?’ en refereerde naar uitspraken die SURF heeft gedaan in 1991 (WTR trendrapport) en 1995 (De grensverleggende bibliotheek) waarbij werd aangegeven dat UB’s en HBO bibliotheken niet mochten achterlopen op de ontwikkelingen, ze hun toegevoegde waarde moesten duidelijk maken, anders zouden ze de boekmusea van de 21ste eeuw worden en dat er één Virtuele Wetenschappelijke Bibliotheek moest komen (hé waar hebben we dat meer gehoord 😉 ?). Anno 2011 hebben we DANS, NARCIS, de HBO Kennisbanken mooie bibliotheekgebouwen maar nog steeds geen nationale virtuele bibliotheek maar wel 14 verschillende UB portalen (die allemaal een doorgeefluik vormen naar dezelfde informatieportalen van uitgevers). Dus is het volgende een voorspelling of al uitgekomen?:

    The academic library has died. Despite early diagnosis, audacious denial in the face of its increasingly severe symptoms led to its deterioration and demise. The academic library died alone, largely neglected and forgotten by a world that once revered it as the heart of the university.
    (Academic Library Autopsy Report, 2050 door Brian T. Sullivan)

  • Nol Verhagen (UBA)
    Verhagen refereert naar het artikel ‘Bijna uitgeleend‘ van NRC waarbij universiteitsbibliotheken worden vergeleken met ijsboeren. Het gaat erom of we paradigmaverschuivingen overleven: van handschrift naar boek, van unicum naar massaproduct, van analoog naar digitaal, van afnemen naar producent en van boekentoren naar learning centre. Maar Verhagen zegt dat we echt niet hebben lopen slapen, bewijzen volgende ontwikkelingen: van kaartcatalogus naar OPAC, van print-only naar e-only, van small deal naar big deal, van stand alone naar consortium en van NCC naar Worldcat.
  • Kurt de Belder (UB Leiden)
    Ook Kurt de Belder refereerde naar hetzelfde artikel uit NRC maar vroeg zich niet af of we ijsboeren zijn maar: ‘ Zijn we de kalkoen of hebben we een plek aan de tafel tijdens het kerstdiner’. Hij geeft voorbeelden waarom het laatste het geval is: de UB statistieken geven aan:  drukker dan ooit – langer open dan ooit – hogere uitleencijfers – meer zoekacties in de catalogus –  meer zoekacties in databases – meer downloads artikelen, profilering van de wetenschappelijke informatievoorzieningen: Virtual Learning Environments – omvorming van de archieffunctie van de universiteit, profilering als partner in onderzoek: gecertificeerde informatie / informatie op maat – Virtual Research Environments – datalabs – systemen in de cloud – auteursrechteninformatiepunt – impact analyses & advies – informatie voor visitaties – ondersteuning e-research via data curation en text & datering, en profilering als partner in onderwijs: digitale en fysieke faciliteiten – gecertificeerde informatie – virtuele informatiebalies – repositories – digitale informatievaardigheden cursussen.
  • Hans van Velzen (OBA)
    Ook bij de Openbare Bibliotheek van Amsterdam zijn veel studenten te vinden. Van Velzen constateert dat er veranderingen plaats vinden in aanbod / zoeken / gebruik, namelijk van doelgericht naar ongericht. De gewenste wachttijd is maar 10 seconden. Hij benoemt volgende nieuwe functies voor de openbare bibliotheek: studiehuis (werkplekken, vooral in de vakanties), gids in medialand (23 dingen, digitale maand), ontmoetingsplek (bibliotheek is meest bezochte culturele voorziening), integratie en participatie (bibliotheek draagt bij aan culturele participatie en wordt bezocht door alle culturen, dus goed voor de integratie). Het boek is nog steeds belangrijk, maar niet meer uitsluitend. Een hybride bibliotheek is de oplossing.

Alhoewel Nol Verhagen en Kurt de Belder mooie voorbeelden gaven over het beleid en de voorzieningen van de universiteitsbibliotheek vond ik de boodschap van Leo Plugge een krachtige. Er is dan wel een consortium maar mijn onderbuikgevoel zegt dat we nog meer uit samenwerking kunnen halen. Ondanks dat een onderbuikgevoel meestal niet op feiten is gebaseerd (sorry John) ben ik bevooroordeeld door ons onderzoek waarin ik persoonlijk neig naar visie 1 (maar ook dat is waarschijnlijk gebaseerd op een onderbuikgevoel om de cirkel maar rond te maken).

Tenslotte enkele reacties van publiek/panel:

  • Uiteindelijk maakt het niet uit of de studenten weten dat al deze mooie voorzieningen/faciliteiten/dienstverlening door de bibliotheek worden aangeboden.
  • De gebruikerscijfers zeggen genoeg en worden steeds belangrijker in de besluitvorming.
  • We gaan teveel uit van de klassieke bibliotheek.
  • We (de universiteitsbibliotheken) zijn en onderdeel van een instelling en we moeten gezamenlijk met deze instelling beleid voeren gericht op het ondersteunen van onderwijs en onderzoek.

Afscheidscollege John Mackenzie Owen: het moet wel ergens over gaan!

In de namiddag was het dan zover. John Mackenzie Owen begon zijn afscheidscollege met het afleggen van zijn toga. Hij behandelde daarna 3 onderwerpen: (1) de invloed van technologie op onze maatschappij en de informatievoorziening, (2) de geesteswetenschap en (3) wat informatiewetenschap te bieden heeft.

In juni 1983 voorspelde Mackenzie Owen het technologisch einde van de bibliotheek. Hij claimt dan nu ook – gebaseerd op zijn bevinden toen en wat we nu weten – het intellectuele eigendom van de iPad (Way to Go John!). Maar hij kon toentertijd niet bevroeden hoe groot de impact zou zijn van de technologische ontwikkelingen specifiek op het gebied van verbindingen (het wereldwijde web). De doorslaggevende ontwikkeling was dan ook de verandering die in het gedrag van de gebruikers heeft plaats gevonden. De vanzelfsprekendheid waarmee gebruikers omgaan met de technologische ontwikkelen en de vaardigheid waarmee ze deze technologische ontwikkelingen hanteren zijn verbluffend!

IS er sprake van technologisch determinisme? Technologie krijgt antropologische vormen… maar de waarheid ligt altijd in het midden: technologie is geen tovenaarsleerling en geen actor of agent… maar wel een verleider: het is moeilijk de mogelijkheden van de technologie te weerstaan en we nemen het over zoals het ons wordt aangeboden (door diegene die er geld mee verdienen). Anderzijds oefent de samenleving wel degelijk invloed op de technologische ontwikkelingen.

Mackenzie Owen vindt dat hij gelijk heeft gekregen met zijn voorspelling in 1983: de wetenschappelijke bibliotheken van toen bestaan niet meer. We hebben maar weinig waarde weten toe te voegen als je ons vergelijkt met wetenschappelijke uitgevers. Oorspronkelijke functies zoals ontsluiten en bewaren hebben plaats gemaakt voor licentiebeheer en authenticatie.

Maar… welke uitspraken mag je nou doen als wetenschapper? De basiseigenschap voor wetenschap is volgens John dat het wel ergens moet over gaan. “Het weten” (vermeerderen van de kennis van de wereld) gaat altijd aan “het begrijpen” (vermeerderen van het begrip van de wereld) vooraf. Wetenschap is geen literatuur, dus zeggen wat je er van vindt (zoals in de literatuur gebeurt) is geen taak van de wetenschap. Bij geesteswetenschap gaat het om producten van de geest en om de wereld zoals ie is, daarom moet geesteswetenschap altijd empirisch (gebaseerd op feiten en data) zijn. Mackenzie Owen houdt dus een pleidooi voor: met de beide voeten op de grond, minder onderzoeker meer onderzoek en dat de geesteswetenschap een bijdrage moet leveren aan maatschappelijke problemen.

Mackenzie Owen noemt de sluiting van het Tropenmuseum in een tijd van oplevend nationalisme meer dan symbolisch omdat het museum juist informatie bevat over de periodes dat Nederlanders allochtonen waren in verre werelddelen. Hij pleit er dan ook voor om informatiesystemen meer aan onderzoek te onderwerpen en vooral de rol die informatiesystemen spelen: hoe er gebruik van wordt gemaakt en hoe informatie gemanipuleerd wordt. Hij besluit zijn afscheidscollege met 2 uitspraken, de eerste is van Thomas Jefferson: “…wherever the people are well informed they can be trusted with their own government…”

En zoals ik hem ken als echt docent geeft John nog 1 laatste advies: “There are no promises, but the world is waiting for you to go out and explore […] build, therefore, your own world” (Ralph Waldo Emerson) … “maar hou je wel aan de feiten” (John Mackenzie Owen)!

Míjn voorspelling (zie laatste zin van artikel uit IP 2011 nr. 9) is ook uitgekomen: het was een bescheiden provocerend afscheidscollege! Bedankt John voor al je inspiratie!


1 reactie

H/Onderwijsdag 2011 Leren door het zelf uit te leggen

Teaching & Learning. Dat thema stond centraal tijdens de H/Onderwijsdag van 3 november 2011. Mijn eerste onderwijsdag op De Haagse Hogeschool. Omdat ik ook nog wat moest werken heb ik de opening en afsluiting van de dag aan me voorbij laten gaan en alleen de lezingen en workshops gevolgd.

The do’s and don’ts of Teaching in Higher Education

Studiesucces is voor 30% toe te rekenen aan de docent en zijn pedagogische aanpak:

The key to improving student achievement lies in the person who gently closes the classroom door and performs the teaching act—the person who puts into place the end effects of so many policies, and who is alone with students during their 15,000 hours of schooling. (Hattie, 2003)

Er zijn veel factoren die een rol kunnen spelen: passie, kennis, jaren ervaring, feedback aan studenten, informeel contact met studenten, etc… maar de meest effectieve factor is…

FEEDBACK, niet die van docent naar student maar juist andersom… van student naar docent!


Waarom is de feedback van de student zo belangrijk?

  • Docenten leren door feedback te ontvangen van de studenten wat de diversiteit in kennis, de diversiteit in leerstijlen en de vooruitgang van het leren is bij hun studenten
  • Door studenten feedback te laten geven creëert de docent ruimte voor het co-construeren van de cursus en de leertrajecten door de studenten

Na ieder les kan je de studenten de volgende 3 vragen stellen:

  1. Welke boodschap uit deze les neem je zeker mee naar huis?
  2. Wat uit deze les was verwarrend?
  3. Van wat uit deze les wil je meer horen?

Cursussen zijn succesvol als ze

  1. begrijpelijk,
  2. hanteerbaar en
  3. zinvol

zijn.

The most important single factor influencing learning is what the learner already knows. Ascertain this and teach him accordingly. (David Ausibel, 1968, Educational psychology; a cognitive view)

De essentie van onderwijs in 1 afbeelding samengevat:

Afbeelding uit rapport ‘Naar een canon van opvoeding‘ p.3 – uitleg p.2

Het kind is aan het praten en de leraar luistert. De volwassene creëert context en situaties waarin het kind zichzelf kan uiten. De kikker staat symbool voor de impulsiviteit van de mens (driftkikker) en voor potentieel (een kikker legt veel eieren). Het touw waarmee het kind de kikker vasthoudt staat symbool voor  de controle die het kind krijgt over zijn impulsiviteit. Doordat de volwassene het kind de ruimte geeft zichzelf te uiten leert het kind zelfcontrole. Het kind leert door het zelf uit te leggen (en dus niet zoals bij het traditioneel lesgeven door te luisteren naar de leraar).

Some ‘Do’s of Teaching’:

  • Begin met het einde in gedachte…
  • Formuleer leerdoelen
  • Benadruk voortdurend het belang van kritisch denken
  • Slim is niet genoeg, wijsheid = het toepassen van van intelligentie en ervaring in de richting van het bereiken van een gemeenschappelijk goed

Bovenstaande presentatie werd gegeven door lector prof. dr. René Diekstra. Prof. dr. Jamil Salmi gaf daarop volgende opmerkingen:

  • Verschillende culturen hebben verschillende benaderingen: er zijn nog landen waar heel traditioneel les wordt gegeven (bijvoorbeeld prof. dr. Salmi zelf stond perplex toen hij ging studeren in Frankrijk en hoorde dat de dochter in het gezin waar hij verbleef op de basisschool mondelinge presentaties moest geven)
  • Afstemming is heel belangrijk in onderwijs, de directie moet het onderwijs met goed beleid faciliteren en zorgen voor een goede leeromgeving
  • De Haagse Hogeschool kent veel diversiteit in de studentenpopulatie, dat zorgt voor een grotere uitdaging maar zorgt tevens ook voor meer kansen om het leren rijker te maken
  • Aan studenten moet ook het model van de samenleving geleerd worden:
    • Goed voorbeeld hiervan: In Franklin W. Olin College of Engineering bestaat het programma uit 1/3de bouwkunde, 1/3de ondernemerschap en 1/3de waarden en normen: wat is de waarde van wat we maken voor de samenleving, is het wenselijk?
      In deze opleiding gebeurt daarbij alles in teams (collectief), ze moeten er samen iets bouwen zonder instructies vooraf zodat ze leren door het zelf uit te zoeken (zie uitleg bij de afbeelding essentie van het onderwijs hierboven)
    • Slecht voorbeeld hiervan: het ontwikkelen van de atoombom, ieder kind op de wereld zou volgens prof. dr. Salmi een bezoek moeten brengen aan het museum gewijd aan de aanval op Hiroshima om zo de negatieve gevolgen van wetenschap onder ogen te krijgen

Bronnen / verder lezen:

Laagdrempelige videopilots

De inzet van video in het onderwijs wordt steeds laagdrempeliger en dus makkelijker inzetbaar. Op De Haagse Hogeschool draaien op dit moment vier verschillende laagdrempelige videopilots in het onderwijs:

  1. Weblectures: dit project is nog in de opstartfase, er vindt een onderzoek plaats waarbij gekeken wordt of er middelen kunnen worden vrijgemaakt en materiaal kan worden aangekocht om het opnemen van weblectures te faciliteren
  2. Bij de Academie voor European Studies & Communication Management maakt een docent een samenvatting van de colleges Introduction Research Skills. De syllabus van dat vak bestaat uit 165 pagina’s tekst en de colleges bestaat telkens uit 90 minuten, om studenten te helpen maakt de docent een video waarbij hij de presentatie van het college samenvat in 20 minuten en de stof zo behapbaar maakt. Studenten zien de video’s niet als vervanging voor het college, ze willen wel gewoon colleges volgen en zo contact hebben met docent en medestudenten. De studenten geven via twitter positieve feedback op het videoproject. De meerwaarde van de video’s zijn:
    • de stof is herhaalbaar: opfrissing voor de student later in zijn schoolcarriére en herhaling is nodig voor het leerproces, zeker bij abstracte dingen zoals onderzoeksvaardigheden
    • studenten die het college hebben gemist kunnen het inhalen
    • studenten met taalproblemen worden geholpen
  3. Docente Ellen Wesselingh van de Academie voor ICT en Media legt de stof vast op video, niet na de colleges maar juist vooraf aan de colleges, zodat de studenten het college thuis kunnen voorbereiden. Daardoor is verdieping tijdens het eigenlijke college mogelijk. Ellen geeft aan dat dat haar veel werk kost. Ze moet eerst het script uitwerken (dit script plaatst ze samen met de video in Blackboard, de studenten die toch graag via tekst de stof doornemen kunnen dit dan gebruiken in plaats van of als aanvulling op de video), daarna opnemen en ten slotte editten. Maar het werpt vruchten af, de toets wordt beter gemaakt. Ze krijgt 3 soorten reacties van de studenten op het videoproject:
    • Ik vind de videocolleges maar niks
    • Ik vind de videocolleges wel goed, maar mis toch de directe feedbackmogelijkheden die je wel hebt bij een gewoon college
    • Ik vind de videocolleges helemaal super
  4. Martijn van de Wiel geeft tijdens de colleges productvisualisatie tekenles waarbij studenten leren hun ideeën op papier te krijgen. Zijn colleges bestaan normaal uit 3 delen: theorie, voordoen met instructies,  en zelf aan de slag. Dat voordoen met instructies kost hem veel tijd omdat hij dan zelf gaat tekenen en terwijl moet uitleggen wat hij doet. Daarbij geeft hij soms les aan grote groepen en die moeten dan allemaal om hen heen komen staan. Hij heeft daarom zelf een videoconstructie gebouwd waarbij er een webcam boven zijn tekentafel hangt en hij zo wat hij doet kan opnemen met de software Premiere. Hij gaf een live demo tijdens de H/Onderwijsdag. Het voordeel ervan is dat hij eerst alles kan tekenen en daarna via een voice over de instructies opneemt. Hierdoor kan hij zelf eerst zich concentreren op het tekenen, dit geeft tijdwinst. Iets wat hem in het college normaal 40 minuten kost, krijgt hij nu voor mekaar in minder dan de helft van de tijd (video van ongeveer 17 minuten). Daarbij kan de student zo de instructies krijgen op het moment dat hij het echt nodig heeft, namelijk wanneer hij zelf thuis aan de slag gaat met huiswerk. Er kwamen twee vragen tijdens de live demo:
    • Waarom gebruik je geen bestaande filmpjes die al in grote getale aanwezig zijn op YouTube? Antwoord: er staan zeer goede en ook bruikbare filmpjes op YouTube maar het is altijd net niet zoals ik het wil uitleggen (iedere school/docent gebruikt zijn eigen technieken en heeft zijn eigen voorkeuren)
    • Waarom gebruik je geen tekentablet voor je videoinstructies? Omdat je dan niet de pen/het potlood ziet in de video en studenten hebben het nodig om te zien hoe die moet worden vastgehouden

Op het einde van de workshop werden nog enkele voorbeelden van laagdrempelige online screencastsoftware getoond waarmee je zelf snel en makkelijk aan de slag kunt: screenr, screencastle en screencast-o-matic (van deze laatste kregen we nog een live demo).

Meer lezen over deze pilots kun je op de projectsite van e-merge, de partner van De Haagse Hogeschool bij deze videopilots. In onderstaand filmpje geeft Karin van Bakel (projectleider) een kort overzicht van het project:

Het nieuwe werken: wat kan dat betekenen voor de HHs?

Naar aanleiding van de minor Werken 2.0 en het boek Het Nieuwe Werken volgens Generatie Y waarover ik uitgebreid heb mogen bloggen op 2beJAMmed.org heeft Peter Becker een workshop gegeven over het nieuwe werken op de H/Onderwijsdag.

Het nieuwe werken sluit beter aan bij:

  • Kenniseconomie
  • Innovatie
  • Gen Y (en zij zijn op dit moment gewild omdat er veel uitstroom is van mensen die op pensioen gaan)
  • Globalisering

Van landbouw naar industrie naar diensten. Bij ieder stadium hoort een bepaald gedachtegoed. Bij de industrie: ‘zo efficiënt mogelijk, iedereen is vervangbaar’. De kantoren (dienstensector) zijn toen ze gebouwd werden zo ingericht als fabrieken (iedereen zijn eigen hokje) … en dat werkt nu niet meer omdat het gedachtegoed aan het veranderen is (zie opsomming hierboven).

Meer lezen over kenniswerkers:

  • Drucker, P. F., & Nobel, J. (2003). Managementvisies: Het bedrijfsleven in 2020 en wat u daarvan nú moet weten. Amsterdam [etc.: Business Contact.
  • Choo, C. W. (2005). The knowing organization: How organizations use information to construct meaning, create knowledge, and make decisions. New York: Oxford University Press.
  • The knowledge spiral uit Nonaka, I., & Takeuchi, H. (1999). De kenniscreërende onderneming: Hoe Japanse bedrijven innovatieprocessen in gang zetten. Schiedam: Scriptum.

Wat kenniswerkers doen:

Afbeelding afkomstig van The Graph Blog

Dat kan natuurlijk beter! Het nieuwe werken is slimmer werken met meer motivatie en betrokkenheid.

De 4 aspecten van het nieuwe werken:

  1. Technologie: via de cloud
  2. Ruimte: inrichten op functionaliteit (ruimtes om te bellen, ruimtes om te vergaderen, ruimte om in stilte te werken, ruimte om elkaar te ontmoeten en dus niet 1 kamertje voor alles)
  3. Proces: horizontaal ipv verticaal, ruimte voor eigen verantwoordelijkheid
  4. Management: geen managers, maar leiders die situationeel leiding geven
    Afbeelding afkomstig van Improvement
    Traditioneel geven we leiding via de route S1, S2, S3, S4 maar binnen het nieuwe werken gaat het via de omgekeerde weg: je gaat ervan uit dat je nieuwe medewerker de kennis en kunde heeft om iets zelfstandig uit te voeren dus als leidinggevende delegeer je vanaf het eerste moment maar je richt de organisatie zo in dat de medewerker indien nodig met andere kan overleggen of naar jou toe kan komen bij problemen en instructie kan volgen als dat van toepassing is. Meer lezen over deze manier van leiding geven: Hepkema, W. (2007). Stoppen met leidinggeven: Naar autonome en authentieke arbeidsrelaties. Soest: Nelissen.

Soms wordt er ook wel gesproken over bricks, bytes & behavior. Het is nodig om een balans te vinden tussen deze aspecten.

Na deze uitleg mochten we reageren op stellingen. Is HHs klaar voor het nieuwe werken? Leent hoger onderwijs zich wel voor het nieuwe werken? Krijgen we de ruimte van onze bazen om het nieuwe werken toe te passen? De groep reageerde positief op het nieuwe werken en zegt dat ze er wel ruimte voor krijgt. Maar er kwamen ook kritische geluiden: de infrastructuur is nog niet goed ingericht om het nieuwe werken toe te passen (alhoewel de ICT dienst wel bezig is om dingen via de cloud te gaan regelen is het nu alleen maar via omwegen mogelijk om software als Dropbox te gebruiken omdat het installeren ervan niet mogelijk is) en als wij als docenten het nieuwe werken gaan toepassen zijn de studenten dan ook al klaar voor het nieuwe leren?


1 reactie

Informatieomgevingen en -technologieën voor een ‘hyperlinked’ wereld

Afgelopen maandag hadden we een weekje vrij op de UvA, de week daarvoor vroeg mijn medestudent en collega van de HHs Peter Becker daarom of ik geen zin had om naar een gastcollege te komen die een interessante professor zou geven aan de opleiding IDM: ‘Nu dat we zelf toch geen college hebben. Ik zal je de details morgen doormailen.’ Ik dacht, nou ja, waarom niet. De volgende dag keek ik in mijn e-mailbox en ging ik een beetje uit mijn dak. Die interessante professor bleek namelijk niemand minder dan Michael Stephens te zijn: één van mijn bloghelden en favoriete sprekers! Ik volg Stephens al sinds 2006 via zijn blog Tame The Web en heb vorig jaar tijdens UGame ULearn voor de eerste keer genoten van zijn inspirerende live presentatie. Ik was zo enthousiast dat ik hem nu voor een tweede keer zou zien, dat ik hem op voorhand een tweet stuurde:

Toen ik maandag de collegezaal binnen kwam zat Stephens al klaar. Terwijl ik Peter begroette nam hij zijn telefoon in de hand en kwam toen naar me toe: “Are you from the tweet?” het schermpje van zijn telefoon met bovenstaande tweet naar me toe gedraaid. “Yes I’m from the tweet. Did you had a good journey?” Ja, dat had hij. Hij was al in Europa voor de Salzburg Global Seminar program Libraries and Museums in an Era of Participatory Culture en was met de trein van Salzburg naar Nederland gereist, genietend van het uitzicht.

Stephens is bekend van het begrip ‘The Hyperlinked Library‘: transparant, participatief, speels, gebruikersgericht en menselijk. Omdat hij nu een college gaf aan studenten (die niet alleen in bibliotheken zullen terecht komen) vertaalde hij zijn visie naar een ‘Hyperlinked World’. Traditiegetrouw begon hij zijn presentatie met een aantal pakkende quotes:

There is much greater opportunity to bring service to wherever potential users of library service happen to be. (Michael Buckland)

Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic. (Arthur C. Clarke)

Wanneer er nieuwe technologie op de markt komt, hebben mensen er een natuurlijke angst voor en is hun reactie: ‘dit is slecht’. Dat was zo bij de uitvinding van de drukpers, de telefoon (niemand zal nog buiten komen) en nu het fenomeen social media (de mens vereenzaamd).

De bronnen voor zijn presentatie zijn The Horizon Report en The Social Life of Information.

By 2047 … All information about physical objects, including humans, buildings, processes, and organizations, will be online. This is both desirable and inevitable. (Hoofdstuk 1)

Mobiele & geo-sociale informatieomgevingen

Mobiel is de toekomst en zal dé manier worden om toegang te krijgen tot het wereldwijde web en sociale netwerken.

Voorbeelden van de inzet van mobiele informatieomgevingen:

Wat met conservatie- en auteursrechtelijke problemen? Stephens: “Collecties zijn er om te gebruiken!”

Hyperlocal: het associëren en verbinden van online data met specifieke locaties in de echte wereld.

Voorbeelden van de inzet van geo-sociale informatieomgevingen:

Uitdagingen hierbij:

  • Geo-ruimtelijke informatie: curatie- en eigenaarschap?
  • Het ‘embedden’ van lokale experts/expertise?
  • Zorgen voor betrokkenheid: een ‘goodie bag’ wanneer je via foursquare incheckt in een hotel, een foto van de bibliothecarissen die twitteren via een bibliotheekaccount zodat hun tweets een gezicht krijgen (via hun initialen)

Sharing that level of information (engagement, humanity) is the key factor (Michael Stephens)

Informatiecreatieomgevingen

The Commons

A place where each person adds more value (Dr. Carol M. Rose)

Spaces with Heart (Michael Stephens)

Voorbeeld:

YOUmedia is an innovative, 21st century teen learning space housed at the Chicago Public Library’s downtown Harold Washington Library Center. YOUmedia was created to connect young adults, books, media, mentors, and institutions throughout the city of Chicago in one dynamic space designed to inspire collaboration and creativity.

Meer info: Hanging Out, Messing Around, and Geeking Out (Digital Youth Research)

User experience design is een breed veld dat put uit vele disciplines met inbegrip van, maar niet beperkt tot: interactie design, informatie-architectuur en visuele vormgeving.

Hoe communiceer je met je klant door middel van je inrichting / bewegwijzering / medelingsborden? Voer als bibliothecaris zelf een gebruiksvriendelijkheid audit uit en let daarbij op volgende aspecten:

Community
Creativiteit
Samenwerking
Nieuwsgierigheid
Connectiviteit

Voorbeeld: The Digital Media Lab van Skokie Public Library waar gebruikers met behulp van digitale media (de bibliotheek geeft hun de middelen en hulp) iets vertellen over hun familie(geschiedenis).

The term, participatory culture, is intended to contrast with older notions of media spectatorship. In this emerging media system, what might traditionally be understood as media producers and consumers are transformed into participants… (Jenkins)

Voorbeelden:

Leeromgevingen & nieuwe geletterdheid

We creëren betekenis en genereren kennis via onze ideeën en ervaringen. Leren is een zoektocht naar betekenis.

Learning 2.0 Program (de Nederlandse variant: 23 dingen):

I believe that this has been one of the most transformational and viral activities to happen globally to libraries in decades. (Stephen Abram)

Michael Stephens heeft onderzoek gedaan naar de waarde en het effect van dit Learning 2.0 Program in Australische bibliotheken.

Leren 2.0:

Just being nice and treating each other as human being (Michael Stephens)

What next?

Michael Stephens heeft de hele presentatie online geplaatst.

Nog een paar laatste opmerkingen van zijn kant:

  • We moeten leren loslaten, want het is te veel om te controleren. Dit accepteren is nodig om te kunnen doorgaan.
  • De jonge generatie leert om de advertenties op het web te filteren. Dus adverteren op social media heeft nog weinig waarde. Je zult je dus op een manier moeten neerzetten op social media die anders is dan reclame.
  • Een virtuele knuffel = ook een knuffel!

Michael Stephens over Amazon, e-books en de Openbare Bibliotheek

Na het gastcollege is Michael Stephens geïnterviewd voor de Digitale Bibliotheek. Er is mij verteld dat dit interview ook in geschreven vorm in het volgende nummer van het tijdschrift zal verschijnen.