2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


Een reactie plaatsen

Op zoek naar het onzichtbare deel van de ijsberg

Diegene die mij via Twitter volgen weten ondertussen al dat ik niet meer alleen in de bibliotheek van de Haagse Hogeschool werk, maar dat ik sinds november 2011 ook een aantal uren per week voor IDM Den Haag werk. Voor het blok IDM-1 Deskresearch waren ze op zoek naar een tutor en Peter Becker (medestudent bij de UvA) heeft mij daarvoor aangedragen. Hij wist dat ik naast de 3 dagen per week in de bibliotheek nog wel een dagje extra wilde werken.

Bij IDM-1 Deskresearch draait het om het vinden, selecteren en bewerken van informatie. Studenten – en dat zijn niet alleen IDM studenten maar ook studenten van andere opleidingen die dit blok als minor volgen – voeren in groepjes een literatuuronderzoek uit. Ze mogen zelf kiezen voor welk internationaal bedrijf ze willen werken, maar de eigenlijke opdracht (informatievraag) krijgen ze te horen van de opdrachtgever (een docent die het bedrijf vertegenwoordigt). Het literatuuronderzoek bestaat uit het vinden van een aantal kwalitatieve bronnen die antwoord geven op de informatievraag en die worden beschreven en worden gestructureerd in een database.

Naast de bronnen en de database moeten de studenten ook aan de slag met een mindmap, een technische datadictionary, een zoekstrategie en een kostenberekening. De studenten krijgen daarbij les in communicatie, Negotiating the Query (gesprekken met de opdrachtgever), presentatievaardigheden, retrieval en onderwerpsanalyse, documentaire informatie, kostenberekening en databases.

Van tutor…

Als tutor (procesbegeleider) begeleidt ik een aantal groepjes doorheen het project. Ik geef feedback op hun plan van aanpak en heb wekelijkse gesprekjes met hen over het reilen en zeilen. Hoe gaat het met de samenwerking, het volgen van de colleges en de producten die moeten worden ingeleverd? Op het einde van het blok moeten de studenten ook een procesverslag schrijven die ik als tutor dan beoordeel.

Ter voorbereiding op het tutorschap kreeg ik veel tips van de ervaren tutoren binnen IDM en heb ik wat literatuur doorgenomen.

De effectieve projectgroepDe effectieve projectgroep by Klaas Schermer

De effectieve projectgroep geeft een goede onderbouwing van het leren werken en studeren in projectgroepen. Ik heb het gelezen naar aanleiding van tutoring binnen de opleiding IDM aan De Haagse Hogeschool. Het boek bevat praktische aanwijzingen en checklists, maar geeft tegelijk ook achtergronden en een degelijke onderbouwing.

Ik heb er vooral informatie uitgehaald met betrekking tot het helder krijgen van de projectopdracht, de projectproducten, evaluatie van het proces en wat er komt kijken bij het werken in een groep: groepsdynamica, besluitvorming, kwaliteitsbewaking, samenwerking, conflictaanpak, vergaderen, taakverdeling, planning. Tenslotte is er een apart hoofdstuk gewijd aan de begeleiding van projectgroepen.

De website www.effectieveprojectgroep.noordhoff.nl bevat voor studenten tools en extra aanwijzingen per hoofdstuk. Voor docenten staan er tips over de begeleiding en beoordeling van projectgroepen. Ikzelf heb vooral wat gehad aan de downloadbare informatie rond het samenwerkingscontract en het procesverslag.

reflecteren: de basisreflecteren: de basis by Mirjam Groen

Ik heb Reflecteren: de basis gelezen naar aanleiding van tutoring binnen de opleiding IDM aan De Haagse Hogeschool. Het is een volledig boek waarin zowel wordt ingegaan op de praktijk als de theorie van reflecteren. Groen hanteert daarbij een vlotte en actieve schrijfstijl.

Het boek is verdeeld in drie delen. In het eerste deel maakt de lezer kennis met reflecteren aan de hand van een praktijkvoorbeeld. In het tweede deel ‘Achtergrond’ gaat Groen in op de verschillende theorieën en modellen van reflecteren en in het laatste deel komt de praktijk van reflecteren aan bod.

Groen geeft daarbij de lezer veel handvaten door het gebruik van een stappenplan en voorbeelden van good en bad practice. Ook wordt er door middel van uitgebreide beschrijvingen aandacht besteed aan hulpmiddelen en werkvormen voor reflecteren.

Voor het projectwerk en het bijbehorende plan van aanpak wordt het boek Projectmanagement van Grit voorgeschreven aan de studenten.

Mijn eerste stappen als tutor in blok 2 zijn prima bevallen. Ik had 7 leuke groepjes en ze hebben allemaal het blok gehaald. Ook deze weken, IDM-1 Deskresearch wordt ook in blok 3 gegeven, ben ik weer tutor voor 8 groepjes. Ik heb er deze keer voor gekozen om de studenten te laten werken met een wekelijks logboek, als voorbereiding op het procesverslag. En zet hun wat eerder aan om na te denken over de beroepstaken en hun leerdoelen.

…via opdrachtgever…

Daarnaast mocht ik in dit blok ook aan de slag als opdrachtgever. Ik vertegenwoordig de internationale bedrijfjes die de groepjes hebben uitgekozen en heb voor elk van hen een informatievraag bedacht. Zo is er een groepje die voor Warner Bros literatuur zoekt rond het opzetten van een filmarchief, Disney wil informatie rond mediawijsheid, Ikea wil aan de slag met dashboarding voor het monitoren van social media en Facebook vraagt zich af of ze een eigen mobiele telefoon moeten ontwikkelen om zo de controle te houden over hun eigen mobiele toepassingen. Het bedenken van die informatievraag, maar ook de wekelijkse gesprekken met de groepjes waarin ze informatie verzamelen om de informatievraag helder te krijgen, vergt creativiteit en flexibiliteit. De eerste resultaten in vorm van een tussenproduct zijn al binnen. Over een paar weken volgt de presentatie waarin de studenten hun eindproduct presenteren. Het is een uitdaging om de studenten aan te sporen, te voorzien van feedback, maar hun ook uit te dagen om zelf met ideeën te komen rond hun literatuuronderzoek en het bouwen van de database.

naar docent 😉

Over een paar weken zit IDM-1 Deskresearch er voor dit schooljaar op. Maar dan wacht mij een nieuwe uitdaging. Ik mag namelijk in blok 4 het vak Gebruikersinstructie gaan doceren. Dit vak vormt een onderdeel van het blok IDM-5 Mediamanagement waarin de studenten aan de slag gaan met het toegankelijk maken van beeldmateriaal. Studenten leren dit materiaal te voorzien van een inhoudelijke beschrijving en ze toegankelijk te maken voor de gebruiker. Marketen van producten rond dit beeldmateriaal en het instrueren van gebruikers hoe ze informatie rond dit beeldmateriaal moeten zoeken, vormen ook een onderdeel van het leerproces binnen dit blok.

En zo ga ook ik, net als de studenten in IDM-1 Deskresearch, op zoek naar het onzichtbare deel van de ijsberg. Zij naar kwaliteitsvolle bronnen in die grote informatiemassa en ik naar uitdagingen en mijn kwaliteiten als student assistent / docent binnen IDM Den Haag. Word vervolgd…

Advertenties


2 reacties

Mijn ‘Workshops op maat’ van 2011

In onze bibliotheek bieden wij 4 verschillende bibliotheektrainingen aan:

  1. BIBITS: een geautomatiseerde training waarin de student kennis maakt met de bibliotheek. De training is voorzien van foto’s, oefeningen, instructiefilmpjes en een virtuele rondleiding. Een belangrijk onderdeel is het leren omgaan met de catalogus. De training is vooral geschikt voor eerstejaars.
  2. HIT: in deze geautomatiseerde informatievaardighedentraining volgt de studenten de verschillende stappen in het zoekproces naar informatie. Het trainingsprogramma HIT (Hogeronderwijs Informatievaardigheden Training) bestaat uit vier modules:
    • Wat zoek ik?
    • Waar zoek ik?
    • Hoe zoek ik?
    • Wat heb ik gevonden?

    Deze training is geschikt voor bachelors en masters.

  3. Workshop op maat: Ter ondersteuning van medewerkers en studenten bij het vinden van informatie in de fysieke en digitale bibliotheek, organiseert de bibliotheek workshops. De bibliotheek verzorgt trainingen op verschillende niveaus. Bijvoorbeeld een training in het gebruik van een specifieke databank, zodat studenten leren literatuur te zoeken binnen een bepaald vakgebied. Of een workshop voor studenten die met hun scriptie beginnen. Ook een demonstratie voor een docententeam behoort tot de mogelijkheden.
  4. Refworks: workshop om studenten wegwijs te maken in ons webgebaseerde citatiemanagementprogramma.

BIBITS, HIT en Refworks zijn gestandaardiseerd, maar zoals de naam al zegt: de Workshops op maat worden aangepast aan de wensen en noden van de verschillende opleidingen en het niveau van de studenten én docenten. In 2011 heb ik 3 verschillende workshops op maat gegeven voor de opleiding Commerciële Economie.

Ik ben in april begonnen met een docentenworkshop waarin ik de docenten heb laten kennismaken met onze digitale bibliotheek, een aantal van onze databanken en onze dienstverlening speciaal voor docenten:

Een paar docenten van de deeltijdvariant waren zo enthousiast dat ze me onmiddellijk hebben vastgelegd voor een Workshop op maat voor vierdejaars deeltijdstudenten in september. In deze workshop startte ik vanuit hun scriptietraject om uit te wijden over het onderdeel Literatuuronderzoek. Waarom voer je een literatuuronderzoek uit en wat is het precies. In 10 stappen gaf ik aan hoe ze een literatuuronderzoek moeten aanpakken om tenslotte de catalogus, enkele databanken en Google als voorbeelden te gebruiken voor plaatsen waar je op zoek kunt gaan naar literatuur. Ondanks dat er niet veel studenten de huiswerkopdracht (de online instructie HIT, zie hierboven) hebben uitgevoerd, kreeg ik toch wel een aantal positieve reacties in de trant van ‘waaw, hier kunnen we wat mee’! Hieronder de prezi die ik voor deze workshop heb gebruikt:

En in december waren de vierdejaars voltijdstudenten aan de beurt. Hun docent waarschuwde mij dat een hoorcollege (zoals bij de deeltijd) waarschijnlijk niet zo goed zou uitpakken. Dus moest ik met een interactief element komen. Mijn collega’s kwamen met een ‘opzet‘ aan die ze een paar jaar geleden bij een andere opleiding hadden toegepast: laat de studenten zelf vertellen over de databanken nadat ze deze hebben uitgeprobeerd. In het kader van het concept ‘het kind leert door het zelf uit te leggen’ dat ik op de H/Onderwijsdag 2011 had gehoord, leek me dit wel het uitvoeren waard. Ik gebruikte de prezi voor de deeltijdvariant (zie hierboven) als basis, maar maakte mijn eigen praatje korter:

  • Waarom voer je een literatuuronderzoek uit
  • De 10 stappen
  • De catalogus, databanken en Google als voorbeelden voor plaatsen waar je op zoek kunt gaan naar literatuur

Bij de databanken ging ik niet in op de mogelijkheden van iedere databank maar somde ik gewoon 6 databanken op. De studenten gingen immers zelf aan de slag met deze databanken:

  1. Individueel of per 2 zoeken in de 6 databanken a.h.v. een invulformulier per databank
  2. Groepjes vormen en presentatie databank maken a.h.v. een vragenlijst (ieder groepje 1 databank, voorbeeld Springerlink, de vragenlijst was bij iedere databank hetzelfde)
  3. Klassikale terugkoppeling van de databank per groepje a.h.v. de presentatie gemaakt in stap 2 (ik liet ze de presentatie naar mij mailen, zodat ze deze eenvoudig konden oproepen op de beamerpc)

Tijdens deze klassikale terugkoppeling vulde ik de studenten aan a.h.v. een voorbereide sheet per databank waarin ik de (zoek)mogelijkheden op een rijtje had gezet. En na de workshop heb ik deze sheets en alle presentaties die de studenten hadden gefabriceerd in de leeromgeving geplaatst.

Het waren 5 grote klassen en de opzet was niet bij iedere klas even succesvol. Bij sommige klassen sloeg het goed aan, waren de studenten gemotiveerd en kwamen ze met goede databankpresentaties waarin ze duidelijk aangaven wat ze vonden van de databank. Bij andere klassen ging het er dan weer heel rommelig aan toe en hadden een paar grapjassen de overhand waardoor er geen  diepgang in de workshop werd bereikt. Het is dus zeker wel een workshop die intensief is om te geven (de workshop duurde telkens 2 uur en eigenlijk kwam ik toch nog wel wat tijd te kort) en je moet wel je mannetje kunnen staan voor de klas. Maar al bij al heb ik er wel een positief gevoel aan over gehouden, want 1 ding is zeker: de namen van de 6 databanken die behandeld werden, vergeten deze studenten nooit meer. En ze hebben in allemaal eens een keertje gezocht.

Bij deze de prezi die ik gebruikt heb voor de voltijders:


1 reactie

H/Onderwijsdag 2011 Leren door het zelf uit te leggen

Teaching & Learning. Dat thema stond centraal tijdens de H/Onderwijsdag van 3 november 2011. Mijn eerste onderwijsdag op De Haagse Hogeschool. Omdat ik ook nog wat moest werken heb ik de opening en afsluiting van de dag aan me voorbij laten gaan en alleen de lezingen en workshops gevolgd.

The do’s and don’ts of Teaching in Higher Education

Studiesucces is voor 30% toe te rekenen aan de docent en zijn pedagogische aanpak:

The key to improving student achievement lies in the person who gently closes the classroom door and performs the teaching act—the person who puts into place the end effects of so many policies, and who is alone with students during their 15,000 hours of schooling. (Hattie, 2003)

Er zijn veel factoren die een rol kunnen spelen: passie, kennis, jaren ervaring, feedback aan studenten, informeel contact met studenten, etc… maar de meest effectieve factor is…

FEEDBACK, niet die van docent naar student maar juist andersom… van student naar docent!


Waarom is de feedback van de student zo belangrijk?

  • Docenten leren door feedback te ontvangen van de studenten wat de diversiteit in kennis, de diversiteit in leerstijlen en de vooruitgang van het leren is bij hun studenten
  • Door studenten feedback te laten geven creëert de docent ruimte voor het co-construeren van de cursus en de leertrajecten door de studenten

Na ieder les kan je de studenten de volgende 3 vragen stellen:

  1. Welke boodschap uit deze les neem je zeker mee naar huis?
  2. Wat uit deze les was verwarrend?
  3. Van wat uit deze les wil je meer horen?

Cursussen zijn succesvol als ze

  1. begrijpelijk,
  2. hanteerbaar en
  3. zinvol

zijn.

The most important single factor influencing learning is what the learner already knows. Ascertain this and teach him accordingly. (David Ausibel, 1968, Educational psychology; a cognitive view)

De essentie van onderwijs in 1 afbeelding samengevat:

Afbeelding uit rapport ‘Naar een canon van opvoeding‘ p.3 – uitleg p.2

Het kind is aan het praten en de leraar luistert. De volwassene creëert context en situaties waarin het kind zichzelf kan uiten. De kikker staat symbool voor de impulsiviteit van de mens (driftkikker) en voor potentieel (een kikker legt veel eieren). Het touw waarmee het kind de kikker vasthoudt staat symbool voor  de controle die het kind krijgt over zijn impulsiviteit. Doordat de volwassene het kind de ruimte geeft zichzelf te uiten leert het kind zelfcontrole. Het kind leert door het zelf uit te leggen (en dus niet zoals bij het traditioneel lesgeven door te luisteren naar de leraar).

Some ‘Do’s of Teaching’:

  • Begin met het einde in gedachte…
  • Formuleer leerdoelen
  • Benadruk voortdurend het belang van kritisch denken
  • Slim is niet genoeg, wijsheid = het toepassen van van intelligentie en ervaring in de richting van het bereiken van een gemeenschappelijk goed

Bovenstaande presentatie werd gegeven door lector prof. dr. René Diekstra. Prof. dr. Jamil Salmi gaf daarop volgende opmerkingen:

  • Verschillende culturen hebben verschillende benaderingen: er zijn nog landen waar heel traditioneel les wordt gegeven (bijvoorbeeld prof. dr. Salmi zelf stond perplex toen hij ging studeren in Frankrijk en hoorde dat de dochter in het gezin waar hij verbleef op de basisschool mondelinge presentaties moest geven)
  • Afstemming is heel belangrijk in onderwijs, de directie moet het onderwijs met goed beleid faciliteren en zorgen voor een goede leeromgeving
  • De Haagse Hogeschool kent veel diversiteit in de studentenpopulatie, dat zorgt voor een grotere uitdaging maar zorgt tevens ook voor meer kansen om het leren rijker te maken
  • Aan studenten moet ook het model van de samenleving geleerd worden:
    • Goed voorbeeld hiervan: In Franklin W. Olin College of Engineering bestaat het programma uit 1/3de bouwkunde, 1/3de ondernemerschap en 1/3de waarden en normen: wat is de waarde van wat we maken voor de samenleving, is het wenselijk?
      In deze opleiding gebeurt daarbij alles in teams (collectief), ze moeten er samen iets bouwen zonder instructies vooraf zodat ze leren door het zelf uit te zoeken (zie uitleg bij de afbeelding essentie van het onderwijs hierboven)
    • Slecht voorbeeld hiervan: het ontwikkelen van de atoombom, ieder kind op de wereld zou volgens prof. dr. Salmi een bezoek moeten brengen aan het museum gewijd aan de aanval op Hiroshima om zo de negatieve gevolgen van wetenschap onder ogen te krijgen

Bronnen / verder lezen:

Laagdrempelige videopilots

De inzet van video in het onderwijs wordt steeds laagdrempeliger en dus makkelijker inzetbaar. Op De Haagse Hogeschool draaien op dit moment vier verschillende laagdrempelige videopilots in het onderwijs:

  1. Weblectures: dit project is nog in de opstartfase, er vindt een onderzoek plaats waarbij gekeken wordt of er middelen kunnen worden vrijgemaakt en materiaal kan worden aangekocht om het opnemen van weblectures te faciliteren
  2. Bij de Academie voor European Studies & Communication Management maakt een docent een samenvatting van de colleges Introduction Research Skills. De syllabus van dat vak bestaat uit 165 pagina’s tekst en de colleges bestaat telkens uit 90 minuten, om studenten te helpen maakt de docent een video waarbij hij de presentatie van het college samenvat in 20 minuten en de stof zo behapbaar maakt. Studenten zien de video’s niet als vervanging voor het college, ze willen wel gewoon colleges volgen en zo contact hebben met docent en medestudenten. De studenten geven via twitter positieve feedback op het videoproject. De meerwaarde van de video’s zijn:
    • de stof is herhaalbaar: opfrissing voor de student later in zijn schoolcarriére en herhaling is nodig voor het leerproces, zeker bij abstracte dingen zoals onderzoeksvaardigheden
    • studenten die het college hebben gemist kunnen het inhalen
    • studenten met taalproblemen worden geholpen
  3. Docente Ellen Wesselingh van de Academie voor ICT en Media legt de stof vast op video, niet na de colleges maar juist vooraf aan de colleges, zodat de studenten het college thuis kunnen voorbereiden. Daardoor is verdieping tijdens het eigenlijke college mogelijk. Ellen geeft aan dat dat haar veel werk kost. Ze moet eerst het script uitwerken (dit script plaatst ze samen met de video in Blackboard, de studenten die toch graag via tekst de stof doornemen kunnen dit dan gebruiken in plaats van of als aanvulling op de video), daarna opnemen en ten slotte editten. Maar het werpt vruchten af, de toets wordt beter gemaakt. Ze krijgt 3 soorten reacties van de studenten op het videoproject:
    • Ik vind de videocolleges maar niks
    • Ik vind de videocolleges wel goed, maar mis toch de directe feedbackmogelijkheden die je wel hebt bij een gewoon college
    • Ik vind de videocolleges helemaal super
  4. Martijn van de Wiel geeft tijdens de colleges productvisualisatie tekenles waarbij studenten leren hun ideeën op papier te krijgen. Zijn colleges bestaan normaal uit 3 delen: theorie, voordoen met instructies,  en zelf aan de slag. Dat voordoen met instructies kost hem veel tijd omdat hij dan zelf gaat tekenen en terwijl moet uitleggen wat hij doet. Daarbij geeft hij soms les aan grote groepen en die moeten dan allemaal om hen heen komen staan. Hij heeft daarom zelf een videoconstructie gebouwd waarbij er een webcam boven zijn tekentafel hangt en hij zo wat hij doet kan opnemen met de software Premiere. Hij gaf een live demo tijdens de H/Onderwijsdag. Het voordeel ervan is dat hij eerst alles kan tekenen en daarna via een voice over de instructies opneemt. Hierdoor kan hij zelf eerst zich concentreren op het tekenen, dit geeft tijdwinst. Iets wat hem in het college normaal 40 minuten kost, krijgt hij nu voor mekaar in minder dan de helft van de tijd (video van ongeveer 17 minuten). Daarbij kan de student zo de instructies krijgen op het moment dat hij het echt nodig heeft, namelijk wanneer hij zelf thuis aan de slag gaat met huiswerk. Er kwamen twee vragen tijdens de live demo:
    • Waarom gebruik je geen bestaande filmpjes die al in grote getale aanwezig zijn op YouTube? Antwoord: er staan zeer goede en ook bruikbare filmpjes op YouTube maar het is altijd net niet zoals ik het wil uitleggen (iedere school/docent gebruikt zijn eigen technieken en heeft zijn eigen voorkeuren)
    • Waarom gebruik je geen tekentablet voor je videoinstructies? Omdat je dan niet de pen/het potlood ziet in de video en studenten hebben het nodig om te zien hoe die moet worden vastgehouden

Op het einde van de workshop werden nog enkele voorbeelden van laagdrempelige online screencastsoftware getoond waarmee je zelf snel en makkelijk aan de slag kunt: screenr, screencastle en screencast-o-matic (van deze laatste kregen we nog een live demo).

Meer lezen over deze pilots kun je op de projectsite van e-merge, de partner van De Haagse Hogeschool bij deze videopilots. In onderstaand filmpje geeft Karin van Bakel (projectleider) een kort overzicht van het project:

Het nieuwe werken: wat kan dat betekenen voor de HHs?

Naar aanleiding van de minor Werken 2.0 en het boek Het Nieuwe Werken volgens Generatie Y waarover ik uitgebreid heb mogen bloggen op 2beJAMmed.org heeft Peter Becker een workshop gegeven over het nieuwe werken op de H/Onderwijsdag.

Het nieuwe werken sluit beter aan bij:

  • Kenniseconomie
  • Innovatie
  • Gen Y (en zij zijn op dit moment gewild omdat er veel uitstroom is van mensen die op pensioen gaan)
  • Globalisering

Van landbouw naar industrie naar diensten. Bij ieder stadium hoort een bepaald gedachtegoed. Bij de industrie: ‘zo efficiënt mogelijk, iedereen is vervangbaar’. De kantoren (dienstensector) zijn toen ze gebouwd werden zo ingericht als fabrieken (iedereen zijn eigen hokje) … en dat werkt nu niet meer omdat het gedachtegoed aan het veranderen is (zie opsomming hierboven).

Meer lezen over kenniswerkers:

  • Drucker, P. F., & Nobel, J. (2003). Managementvisies: Het bedrijfsleven in 2020 en wat u daarvan nú moet weten. Amsterdam [etc.: Business Contact.
  • Choo, C. W. (2005). The knowing organization: How organizations use information to construct meaning, create knowledge, and make decisions. New York: Oxford University Press.
  • The knowledge spiral uit Nonaka, I., & Takeuchi, H. (1999). De kenniscreërende onderneming: Hoe Japanse bedrijven innovatieprocessen in gang zetten. Schiedam: Scriptum.

Wat kenniswerkers doen:

Afbeelding afkomstig van The Graph Blog

Dat kan natuurlijk beter! Het nieuwe werken is slimmer werken met meer motivatie en betrokkenheid.

De 4 aspecten van het nieuwe werken:

  1. Technologie: via de cloud
  2. Ruimte: inrichten op functionaliteit (ruimtes om te bellen, ruimtes om te vergaderen, ruimte om in stilte te werken, ruimte om elkaar te ontmoeten en dus niet 1 kamertje voor alles)
  3. Proces: horizontaal ipv verticaal, ruimte voor eigen verantwoordelijkheid
  4. Management: geen managers, maar leiders die situationeel leiding geven
    Afbeelding afkomstig van Improvement
    Traditioneel geven we leiding via de route S1, S2, S3, S4 maar binnen het nieuwe werken gaat het via de omgekeerde weg: je gaat ervan uit dat je nieuwe medewerker de kennis en kunde heeft om iets zelfstandig uit te voeren dus als leidinggevende delegeer je vanaf het eerste moment maar je richt de organisatie zo in dat de medewerker indien nodig met andere kan overleggen of naar jou toe kan komen bij problemen en instructie kan volgen als dat van toepassing is. Meer lezen over deze manier van leiding geven: Hepkema, W. (2007). Stoppen met leidinggeven: Naar autonome en authentieke arbeidsrelaties. Soest: Nelissen.

Soms wordt er ook wel gesproken over bricks, bytes & behavior. Het is nodig om een balans te vinden tussen deze aspecten.

Na deze uitleg mochten we reageren op stellingen. Is HHs klaar voor het nieuwe werken? Leent hoger onderwijs zich wel voor het nieuwe werken? Krijgen we de ruimte van onze bazen om het nieuwe werken toe te passen? De groep reageerde positief op het nieuwe werken en zegt dat ze er wel ruimte voor krijgt. Maar er kwamen ook kritische geluiden: de infrastructuur is nog niet goed ingericht om het nieuwe werken toe te passen (alhoewel de ICT dienst wel bezig is om dingen via de cloud te gaan regelen is het nu alleen maar via omwegen mogelijk om software als Dropbox te gebruiken omdat het installeren ervan niet mogelijk is) en als wij als docenten het nieuwe werken gaan toepassen zijn de studenten dan ook al klaar voor het nieuwe leren?