2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


Een reactie plaatsen

Google Analytics, enkele tips

Afgelopen donderdag kregen we een interne basistraining Google Analytics, verzorgd door Modation. Google Analytics is een gratis dienst van Google om statistieken van een website te verzamelen en gedetailleerd weer te geven. Google Analytics draait op onze bibliotheeksite. Modation heeft een prima training op maat gegeven, waarbij ze in onze eigen statistieken zijn gedoken. Volgende tips sprongen er voor mij uit:

Van overzicht naar detail

Gebruik eerst de overzichtspagina’s van Google Analytics om je statistieken te analyseren voordat je naar de detailpagina’s gaat om de oorzaken te vinden van de dingen die je zijn opgevallen.

Google Analytics heeft een keur aan mogelijkheden, maar soms is het beter om het zo eenvoudig mogelijk te houden. Zo heeft Google Analytics een aparte pagina voor sociale verkeersbronnen, maar je kunt de statistieken van social media ook prima inzien via de pagina Bronnen onder Verkeersbronnen.

Bekijk de statistieken van Google Analytics niet absoluut maar relatief en vergelijk statistieken onderling. Het percentage unieke bezoekers (Doelgroep > Overzicht) kan bijvoorbeeld afwijken (een bezoeker bezoekt je pagina > een cookie wordt aangemaakt zodat hij als terugkerende bezoeker kan worden gezien wanneer hij je site opnieuw bezoekt, maar de bezoeker heeft ingesteld dat zijn cookies worden verwijderd wanneer hij zijn browser sluit, hij wordt de volgende keer dus weer als nieuwe bezoeker geteld).

Analyse op pagina

Via Analyse op pagina onder Inhoud kun je kijken waar je bezoekers op klikken. Je kunt kiezen uit (een combinatie van) 3 verschillende weergaven: percentages (ballonnen), kleur of browser (geeft aan waar de gebruikers naar kijken).

Let op, als je een combinatie gebruikt van een menu en andere knoppen op je pagina die naar dezelfde pagina leiden, dan krijg je hetzelfde percentage te zien bij zowel die betreffende pagina in het menu als bij de knop. Je kunt hier dus niet zien welke voorkeur de bezoeker heeft: het menu of de knop. Dit kan je wel zien door zelf een doel in te stellen (op bijvoorbeeld de knop). Doelen worden hieronder besproken.

Tijdens de training viel bij dit onderdeel op dat de bezoekers van onze bibliotheeksite absoluut niet scrollen op de homepagina! Iets om rekening mee te houden bij de opbouw van je homepagina.

Navigatie-overzicht

Wanneer je bij Alle pagina’s (Inhoud > Site-inhoud) op de tab Navigatie-overzicht klik krijg je via Vorig en Volgend paginapad te zien welke paden je bezoekers volgen.

Klik 1 betreffende pagina aan om te zien welke route je bezoekers volgen om tot deze pagina te komen. Deze route kun je ook helder krijgen via de optie Doeltrechter bij Doelen (zie hieronder).

Zoekopdrachten

Natuurlijk komen de meeste bezoekers op je site binnen via een zoekmachine. Het is dus interessant om te kijken bij welke zoekwoorden ze op je site komen.

Bij bron kun je zien welke zoekmachines je bezoekers daarbij gebruiken, wees natuurlijk niet verbaasd als er alleen Google staat.

Ook kan je zien hoe lang de bezoeker op je site blijft. Des te specifieker zijn zoekopdracht des te langer hij op de site blijft.

Bij Zoekopdrachten (Verkeersbronnen > Zoekmachineoptimalisatie) kun je per zoekwoord zien op welke positie je in de resultatenlijst van de zoekmachine staat.

Uitstappagina’s

De uitstappagina’s zijn de pagina’s waar de bezoekers je site verlaten. Je vindt deze statistieken onder Inhoud > Site-inhoud. Sommige pagina’s mogen wat betreft uitstappercentage wel hoog scoren. Op onze bibliotheeksite is het logischerwijs goed als de pagina met het databankenoverzicht hoog scoort, want meestal betekent dit dat je bezoeker op een databank klikt (hij surft dan naar de databank en verlaat de bibliotheeksite).

Wil je zeker weten of de bezoeker op een databank klikt, dan kun je die instellen als een doel (zie hieronder). Maar bij meer dan 90 databanken moet je natuurlijk de overweging maken of dit wel loont (zeker omdat je bij het gratis account maar een maximum van 20 doelen kunt instellen).

Ook het bouncepercatage per pagina is het bekijken waard (Inhoud > Site-inhoud > Alle pagina’s). Bouncepercentage is het percentage bezoeken van één pagina (dat wil zeggen, bezoeken waarbij de bezoeker je site alweer verlaat op de instappagina). Een hoog bouncepercentage is niet positief, maar ook dit kun je soms relativeren: de bezoeker komt door een specifieke zoekopdracht via de zoekmachine direct op je databankenoverzicht op je site uit en klikt dan op een databank. Dit levert een hoog bouncepercentage op maar is niet noodzakelijkerwijs slecht.

Doelen

Doelen (onder Conversies, het instellen ervan gebeurt via Beheerder > Profiel > tabblad Doelen) zijn een veelzijdige manier om te meten hoe goed je site aan specifieke doelstellingen voldoet. Er zijn 4 soorten doelen:

  1. URL-bestemming: hoeveel bezoekers telt een bepaalde URL.
    Goed voorbeeld: bedankpagina na contactformulier. Dan weet je dat het contactformulier daadwerkelijk is ingevuld. Dat weet je natuurlijk ook door het tellen van het aantal ingevulde formulieren die je toegezonden krijgt, maar in Google Analytics kun je deze statistieken combineren met andere statistieken – bijvoorbeeld totaal aantal bezoekers die dag en dan kijken hoeveel ervan je contactformulier hebben ingevuld – en ook eenvoudig omzetten in percentages.
    Bij URL-bestemming kun je ook een Doeltrechter instellen: wanneer je contactformulier uit verschillende stappen bestaat, kun je zien of bezoekers tussentijds uitstappen en waar dan precies. De Doeltrechter kun je bijvoorbeeld ook inzetten om te kijken welke stappen (route) je bezoekers nemen om op een bepaalde eindpagina uit te komen (= welk pad gebruiken ze = je hebt een doel bereikt).
  2. Bezoekduur: gemiddeld sitebezoek (zie Doelgroep > Overzicht) en dan bij Doelen een zelf bepaalde ondergrens invoeren als duur. Hierdoor kun je technische mankementen vaststellen (wanneer een pagina een error geeft is de bezoekduur natuurlijk maar kort).
  3. Paginabezoek: bezochte pagina’s groter dan het gemiddelde (zie Doelgroep > Overzicht). Ook hierdoor kun je technische mankementen of bepaalde trends in je sitegebruik ontdekken.
  4. Gebeurtenis: bijvoorbeeld uitgaande link (e-helpdeskbutton, databankurl) of hoeveel mensen kijken een bepaald filmpje dat je op je site hebt gepubliceerd. Meer over het instellen van dit type doel vind je op de Engelstalige ontwikkelaarssite van Google)

Zoals al eerder aangegeven kun je – als je werkt met een gratis account bij Google Analytics – een maximum van 20 doelen instellen (verdeeld over 4 segmenten, 5 doelen per segment).

Mobiel

Wil je weten met welke mobiele apparaten je bezoekers je site bezoeken, ga dan naar Apparaten onder Mobiel (Doelgroep).

Snelkoppelingen

Sommige rapporten gebruik je vaker dan andere rapporten. Bespaar jezelf dan veel geklik door gebruik te maken van snelkoppelingen. Het werkt heel eenvoudig. Boven elk rapport zie je een knop ‘Snelkoppeling’. Klik hierop en het rapport wordt toegevoegd aan de ‘Home’ sectie van je Google Analytics-account. De verwijzingen naar je rapporten vind je in het linker menu onder ‘Snelkoppelingen’. Ook aanpassingen in het rapport, zoals filters, weergaveopties en sorteringen worden meegenomen.

Snelkoppelingen is 1 van de tips uit het bericht  ‘8 handige tips voor Google Analytics‘ op Frankwatching.

Een notitie maken op je tijdlijn

Er zijn externe activiteiten die je statistieken kunnen beïnvloeden, zoals de start van een campagne, het geven van een instructie, vakantieperioden. Deze activiteiten kun je zelf aangeven op je tijdlijn door het aanmaken van een notitie.

  1. Kies een dag
  2. Klik op het pijltje
  3. Klik op Nieuwe annotatie maken
  4. Typ je notitie
  5. Klik op Opslaan

Zorg voor een zuivere sitemap

Kijk via Google (via site:url) of er geen pagina’s zijn die meerdere keren in de resultaten voorkomen (bijvoorbeeld door toevoeging van home). Van deze pagina krijg je dan 2x statistieken: 1x via http://www.mijnsite.nl en 1x via http://www.mijnsite.nl/home. Dit wil je natuurlijk vermijden.

Call to action

Laat (interne) hyperlinks op je site opvallen (via bijvoorbeeld opvallende layout: kleur, gebruik een knop of button, etc). Je ziet bijvoorbeeld in Google Analytics dat op de pagina digitale bibliotheek de pagina databanken het meest wordt aangeklikt, laat deze interne hyperlink dan het meest opvallen door hem bijvoorbeeld bovenaan in het opsommingslijstje te plaatsen. Ze noemen dit in vakjargon: een call to action!

Aan de slag

Jammer dat WordPress.com als enige blogplatform de boot afhoudt wat betreft Google Analytics, ik ben dus bij dit blog afhankelijk van hun eigen aangeleverde statistieken. Maar ik kan nu wel met Google Analytics aan de slag op mijn portfolio (Google Sites), ⓙⓤⓢⓣ 2b ⓘⓝⓕⓞⓡⓜⓔⓓ (Blogger) en My Glee Favorites (Tumblr).

Advertenties


2 reacties

Wat doen studenten nu echt in de bibliotheek?

In april heb ik ons onderzoek geïntroduceerd, daarna heb ik jullie verteld over hoe John Mackenzie Owen ons heeft begeleid in het onderzoek en heb ik de presentatie getoond die we hebben gegeven tijdens zijn afscheid. En dan is het nu tenslotte tijd voor alle resultaten.

Wat doen studenten in de bibliotheken van het hoger onderwijs?

Het simpele antwoord op deze vraag luidt: studeren!

Daarnaast heeft ons onderzoek, dat plaats vond in zeven universiteits- en hogeschoolbibliotheken en waarbij in totaal van 780 studenten (510 universitair en 270 HBO) gegevens zijn verzameld, volgende conclusies opgeleverd:

  • De meeste gebruikers bezoeken de bibliotheek een of meer keren per week, en blijven per keer twee uur of meer studeren.
  • De belangrijkste redenen om in de bibliotheek te studeren zijn de beschikbaarheid van een rustige studeerplek, en in het HBO ook de mogelijkheid om met anderen samen te werken.
  • De beschikbaarheid van de fysieke collectie is in het algemeen niet de reden waarom studenten studeren in de bibliotheek.
  • Vrijwel alle studenten gebruiken in de bibliotheek een pc of laptop, voor een verscheidenheid aan activiteiten.
  • De behoefte aan ondersteuning door bibliotheekpersoneel is zeer gering.

Studiezalen vervullen een belangrijke functie en voorzien in een evidente behoefte. Maar juist als je bovenstaande conclusies bekijkt zou je kunnen concluderen dat het heel goed mogelijk is om de studieruimte los te koppelen van de overige bibliotheekfuncties. Of toch niet? Ons onderzoek laat ook zien dat tijdens het studeren de studenten toch ook gebruik maken (al vormt het maar een klein onderdeel van het totaal aan activiteiten) van boeken, tijdschriften en andere faciliteiten. De Google-generatie weet de papieren informatie dus nog wel te vinden. Zolang dat gebruik er is, is het verstandig de werkplekken in de bibliotheek zelf te houden. De ondersteuning kan immers niet dichter bij de student worden gebracht. Bibliotheek en studieruimte vullen elkaar aan.

Bepaal zelf je eigen visie (bibliotheek en studieruimte loskoppelen of elkaar juist laten aanvullen) door ons hele onderzoeksrapport te lezen. Geen zin/tijd om de ruim 30 pagina’s door te spitten, lees dan mijn 4 pagina’s tellende samenvatting gepubliceerd in het decembernummer van de InformatieProfessional:

Het was een interessant onderzoek om te doen en ook een uitdaging door de prikkels die John ons gaf – rechtstreeks tijdens de colleges en onrechtstreeks door zijn artikel over de overbodige bibliotheek. Is de bibliotheek overbodig voor de student? De student maakt het niet uit waar hij zit, zolang hij maar de faciliteiten heeft om te studeren (en één van die faciliteiten is de collectie van de bibliotheek). Ons onderzoek laat daarin geen opmerkelijke dingen zien. De student gaat mee met zijn tijd: plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken wordt een algemeen goed. En als bibliotheek moeten we ons richten op de vraag: hoe krijgen we onze collectie van betrouwbare, relevante informatiebronnen bij de student? Het wereldwijde web zorgt ervoor dat we die zowel bij de student in de bibliotheek als buiten de bibliotheek kunnen krijgen. Zorgen goed met studenten gevulde bibliotheken (en de daaruit voortvloeiende positieve statistieken) er dan weer voor dat we onze ‘geldschieters’ (nu nog) kunnen overtuigen van ons nut, dan moeten we het vooral niet nalaten om de studieruimten de bibliotheek te laten aanvullen! Daarentegen moeten we ons ervan bewust zijn dat werkplekken dan misschien ervoor zorgen dat studenten naar de bibliotheek komen, het betekent zeker niet dat ze dan automatisch gebruik maken van de collectie!


3 reacties

Het moet wel ergens over gaan

Op 10 november nam prof. dr. John Mackenzie Owen afscheid van de Universiteit van Amsterdam.

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek?

Peter Becker en ik hadden de eer om in het aan het afscheidscollege voorafgaand symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek’ een presentatie te geven waarin we verteld hebben over ons in het voorjaar uitgevoerde onderzoek. In mijn vorige blogposts hierover lees je meer over dit onderzoek:

Hieronder onze presentatie:

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek? on Prezi

In het decembernummer van de InformatieProfessional zal een samenvatting van ons rapport te lezen zijn met een link naar de URL waar je het hele rapport kunt downloaden.

Na onze presentatie volgden nog 2 andere presentaties en een panel.

Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?

Allereerst gaf Henk Voorbij een antwoord op de vraag ‘Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?’ Voorbij stelt vast dat het gebruik van trefwoorden zeer laag is en kijkt daarbij naar een aantal p’s:

  • Hebben we trefwoorden wel nodig –> p van product
  • Zijn we in het bezit van de vaardigheden die we nodig hebben bij het zoeken met trefwoorden –> p van promotie
  • Hoe wordt het zoeken met trefwoorden gepresenteerd in de systemen –> p van prijs

En dat laatste is nou net 1 van de problemen:

  1. Het zoeken met trefwoorden wordt in de meeste systemen niet goed geprofileerd. Een uitzondering hierop is de Aquabrowser waarbij je links een trefwoordencloud hebt met daarbij thesaurustermen in opgenomen en je aan de rechterkant je zoekresultaten kunt verfijnen a.h.v trefwoorden.
  2. Meestal worden er te globale trefwoorden gebruikt waardoor het probleem ruis dat door trefwoorden juist moet worden opgelost niet wordt voorkomen.
  3. Trefwoorden hebben dus niet genoeg meerwaarde voor de gebruiker van zoeksystemen.

Wat doen die archieven bij informatiewetenschap?

Theo Thomassen schetste de geschiedenis van de opleiding archiefwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. En ging daarbij vooral in op de samenwerking met de opleiding Culturele Informatiewetenschap en de organisatorische rompslomp die herpositioneringen met zich mee namen.

Archiefwetenschap is een autonoom onderdeel geworden van de informatiewetenschappen en had deze herpositionering nodig omdat het geen relatie meer kende met geschiedkunde (waar het voorheen onder viel) maar dichter naar de informatiedisciplines was toegegroeid. Het was nodig om onderwijs en onderzoek samen te gaan ontwikkelen met de Culturele Informatiewetenschap om zo een community van onderzoekers te creëren. De positie van Archiefwetenschap en Culturele Informatiewetenschap onder de Geesteswetenschappen is duidelijk: archiefwetenschap en informatiewetenschap gaat niet alleen over informatie maar vooral ook over mensen.

John Mackenzie Owen heeft een groot aandeel gehad in deze processen door de opleidingen vanbinnen uit te ontwikkelen en te reageren op van buiten uit aangedreven herpositioneringen.

Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening en zijn universiteitsbibliothecarissen nu ijsboeren of kalkoenen?

In het panel zaten volgende deelnemers:

  • Leo Plugge (SURF)
    Plugge gaf aan dat de vraag die we ons moeten stellen is ‘Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening?’ en refereerde naar uitspraken die SURF heeft gedaan in 1991 (WTR trendrapport) en 1995 (De grensverleggende bibliotheek) waarbij werd aangegeven dat UB’s en HBO bibliotheken niet mochten achterlopen op de ontwikkelingen, ze hun toegevoegde waarde moesten duidelijk maken, anders zouden ze de boekmusea van de 21ste eeuw worden en dat er één Virtuele Wetenschappelijke Bibliotheek moest komen (hé waar hebben we dat meer gehoord 😉 ?). Anno 2011 hebben we DANS, NARCIS, de HBO Kennisbanken mooie bibliotheekgebouwen maar nog steeds geen nationale virtuele bibliotheek maar wel 14 verschillende UB portalen (die allemaal een doorgeefluik vormen naar dezelfde informatieportalen van uitgevers). Dus is het volgende een voorspelling of al uitgekomen?:

    The academic library has died. Despite early diagnosis, audacious denial in the face of its increasingly severe symptoms led to its deterioration and demise. The academic library died alone, largely neglected and forgotten by a world that once revered it as the heart of the university.
    (Academic Library Autopsy Report, 2050 door Brian T. Sullivan)

  • Nol Verhagen (UBA)
    Verhagen refereert naar het artikel ‘Bijna uitgeleend‘ van NRC waarbij universiteitsbibliotheken worden vergeleken met ijsboeren. Het gaat erom of we paradigmaverschuivingen overleven: van handschrift naar boek, van unicum naar massaproduct, van analoog naar digitaal, van afnemen naar producent en van boekentoren naar learning centre. Maar Verhagen zegt dat we echt niet hebben lopen slapen, bewijzen volgende ontwikkelingen: van kaartcatalogus naar OPAC, van print-only naar e-only, van small deal naar big deal, van stand alone naar consortium en van NCC naar Worldcat.
  • Kurt de Belder (UB Leiden)
    Ook Kurt de Belder refereerde naar hetzelfde artikel uit NRC maar vroeg zich niet af of we ijsboeren zijn maar: ‘ Zijn we de kalkoen of hebben we een plek aan de tafel tijdens het kerstdiner’. Hij geeft voorbeelden waarom het laatste het geval is: de UB statistieken geven aan:  drukker dan ooit – langer open dan ooit – hogere uitleencijfers – meer zoekacties in de catalogus –  meer zoekacties in databases – meer downloads artikelen, profilering van de wetenschappelijke informatievoorzieningen: Virtual Learning Environments – omvorming van de archieffunctie van de universiteit, profilering als partner in onderzoek: gecertificeerde informatie / informatie op maat – Virtual Research Environments – datalabs – systemen in de cloud – auteursrechteninformatiepunt – impact analyses & advies – informatie voor visitaties – ondersteuning e-research via data curation en text & datering, en profilering als partner in onderwijs: digitale en fysieke faciliteiten – gecertificeerde informatie – virtuele informatiebalies – repositories – digitale informatievaardigheden cursussen.
  • Hans van Velzen (OBA)
    Ook bij de Openbare Bibliotheek van Amsterdam zijn veel studenten te vinden. Van Velzen constateert dat er veranderingen plaats vinden in aanbod / zoeken / gebruik, namelijk van doelgericht naar ongericht. De gewenste wachttijd is maar 10 seconden. Hij benoemt volgende nieuwe functies voor de openbare bibliotheek: studiehuis (werkplekken, vooral in de vakanties), gids in medialand (23 dingen, digitale maand), ontmoetingsplek (bibliotheek is meest bezochte culturele voorziening), integratie en participatie (bibliotheek draagt bij aan culturele participatie en wordt bezocht door alle culturen, dus goed voor de integratie). Het boek is nog steeds belangrijk, maar niet meer uitsluitend. Een hybride bibliotheek is de oplossing.

Alhoewel Nol Verhagen en Kurt de Belder mooie voorbeelden gaven over het beleid en de voorzieningen van de universiteitsbibliotheek vond ik de boodschap van Leo Plugge een krachtige. Er is dan wel een consortium maar mijn onderbuikgevoel zegt dat we nog meer uit samenwerking kunnen halen. Ondanks dat een onderbuikgevoel meestal niet op feiten is gebaseerd (sorry John) ben ik bevooroordeeld door ons onderzoek waarin ik persoonlijk neig naar visie 1 (maar ook dat is waarschijnlijk gebaseerd op een onderbuikgevoel om de cirkel maar rond te maken).

Tenslotte enkele reacties van publiek/panel:

  • Uiteindelijk maakt het niet uit of de studenten weten dat al deze mooie voorzieningen/faciliteiten/dienstverlening door de bibliotheek worden aangeboden.
  • De gebruikerscijfers zeggen genoeg en worden steeds belangrijker in de besluitvorming.
  • We gaan teveel uit van de klassieke bibliotheek.
  • We (de universiteitsbibliotheken) zijn en onderdeel van een instelling en we moeten gezamenlijk met deze instelling beleid voeren gericht op het ondersteunen van onderwijs en onderzoek.

Afscheidscollege John Mackenzie Owen: het moet wel ergens over gaan!

In de namiddag was het dan zover. John Mackenzie Owen begon zijn afscheidscollege met het afleggen van zijn toga. Hij behandelde daarna 3 onderwerpen: (1) de invloed van technologie op onze maatschappij en de informatievoorziening, (2) de geesteswetenschap en (3) wat informatiewetenschap te bieden heeft.

In juni 1983 voorspelde Mackenzie Owen het technologisch einde van de bibliotheek. Hij claimt dan nu ook – gebaseerd op zijn bevinden toen en wat we nu weten – het intellectuele eigendom van de iPad (Way to Go John!). Maar hij kon toentertijd niet bevroeden hoe groot de impact zou zijn van de technologische ontwikkelingen specifiek op het gebied van verbindingen (het wereldwijde web). De doorslaggevende ontwikkeling was dan ook de verandering die in het gedrag van de gebruikers heeft plaats gevonden. De vanzelfsprekendheid waarmee gebruikers omgaan met de technologische ontwikkelen en de vaardigheid waarmee ze deze technologische ontwikkelingen hanteren zijn verbluffend!

IS er sprake van technologisch determinisme? Technologie krijgt antropologische vormen… maar de waarheid ligt altijd in het midden: technologie is geen tovenaarsleerling en geen actor of agent… maar wel een verleider: het is moeilijk de mogelijkheden van de technologie te weerstaan en we nemen het over zoals het ons wordt aangeboden (door diegene die er geld mee verdienen). Anderzijds oefent de samenleving wel degelijk invloed op de technologische ontwikkelingen.

Mackenzie Owen vindt dat hij gelijk heeft gekregen met zijn voorspelling in 1983: de wetenschappelijke bibliotheken van toen bestaan niet meer. We hebben maar weinig waarde weten toe te voegen als je ons vergelijkt met wetenschappelijke uitgevers. Oorspronkelijke functies zoals ontsluiten en bewaren hebben plaats gemaakt voor licentiebeheer en authenticatie.

Maar… welke uitspraken mag je nou doen als wetenschapper? De basiseigenschap voor wetenschap is volgens John dat het wel ergens moet over gaan. “Het weten” (vermeerderen van de kennis van de wereld) gaat altijd aan “het begrijpen” (vermeerderen van het begrip van de wereld) vooraf. Wetenschap is geen literatuur, dus zeggen wat je er van vindt (zoals in de literatuur gebeurt) is geen taak van de wetenschap. Bij geesteswetenschap gaat het om producten van de geest en om de wereld zoals ie is, daarom moet geesteswetenschap altijd empirisch (gebaseerd op feiten en data) zijn. Mackenzie Owen houdt dus een pleidooi voor: met de beide voeten op de grond, minder onderzoeker meer onderzoek en dat de geesteswetenschap een bijdrage moet leveren aan maatschappelijke problemen.

Mackenzie Owen noemt de sluiting van het Tropenmuseum in een tijd van oplevend nationalisme meer dan symbolisch omdat het museum juist informatie bevat over de periodes dat Nederlanders allochtonen waren in verre werelddelen. Hij pleit er dan ook voor om informatiesystemen meer aan onderzoek te onderwerpen en vooral de rol die informatiesystemen spelen: hoe er gebruik van wordt gemaakt en hoe informatie gemanipuleerd wordt. Hij besluit zijn afscheidscollege met 2 uitspraken, de eerste is van Thomas Jefferson: “…wherever the people are well informed they can be trusted with their own government…”

En zoals ik hem ken als echt docent geeft John nog 1 laatste advies: “There are no promises, but the world is waiting for you to go out and explore […] build, therefore, your own world” (Ralph Waldo Emerson) … “maar hou je wel aan de feiten” (John Mackenzie Owen)!

Míjn voorspelling (zie laatste zin van artikel uit IP 2011 nr. 9) is ook uitgekomen: het was een bescheiden provocerend afscheidscollege! Bedankt John voor al je inspiratie!


4 reacties

Docent John Mackenzie Owen hamert op feiten

In een vorig blogbericht heb ik ons onderzoek al geïntroduceerd dat we hebben uitgevoerd tijdens de integratiemodule Culturele Informatiewetenschap. De aanleiding vormde het artikel ‘De Nederlandse Bibliotheek voor het Onderwijs’ (InformatieProfessional nr 4 2011) van John Mackenzie Owen, onze docent. Het was een van de laatste vakken die John doceerde aan de masteropleiding van de UvA voor hij met emeritaat zou gaan. Dit feit stond centraal in het septembernummer van de InformatieProfessional. Hierin staat een interview met John waarin hij terugblikt op veertig jaar informatievak (p. 14, interviewer: Jenny Mateboer).  Hij voorspelde in 1983 al het ‘technologisch einde van de bibliotheek’ en stelt nu vast dat door de verdwijning van het document de rol van documentleverancier van de bibliotheken nu echt ten einde loopt. Daarnaast schrijft hij zelf over hoe het allemaal begon ergens in 1972 (p. 18). Iets over zaalvullende bakbeesten en groene schermen. Ten slotte reageert Bas Savenije op verzoek van John zelf in dit nummer op Mackenzies pleidooi voor één bibliotheek voor het onderwijs (p. 22). Differentiatie: ja graag! En zelf mocht ik in dit nummer iets vertellen over hoe het er in de laatste colleges van John aan toe ging en hoe hij zijn studenten stuurt en enthousiasmeert (p. 20).

Klik op de afbeelding om het artikel te downloaden

John Mackenzie Owen neemt aanstaande donderdag, 10 november, definitief afscheid. Zijn openbare afscheidscollege vindt om 15 uur plaats in de Aula van de Universiteit van Amsterdam (Singel 411).

In 1983 voorspelde John Mackenzie Owen dat door ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie de wetenschappelijke bibliotheken overbodig zouden worden. Sindsdien heeft de technologie zich nog veel verder ontwikkeld dan we toen konden vermoeden. Toch bestaan die wetenschappelijke bibliotheken nog. Mackenzie Owen probeert dit tijdens zijn oratie te verklaren. Daarbij stelt hij onder meer het onderwerp ‘technologisch determinisme’ aan de orde. Ook behandelt hij  de vraag in hoeverre het wetenschappelijk verantwoord is om voorspellingen te doen op basis van de eigenschappen van technologie. Vervolgens plaatst Mackenzie Owen deze vraag in een breder context, en kijkt hij kritisch naar de aard en maatschappelijke relevantie van het onderzoek in de geesteswetenschappen. Hij betoogt dat de geesteswetenschappen methodologisch veelal slecht ontwikkeld zijn doordat ze zijn blijven steken in een negentiende-eeuwse romantische opvatting over ‘interpreteren’ als tegenhanger van het natuurwetenschappelijke ‘verklaren’. Mackenzie Owen houdt een pleidooi voor een sterkere empirische fundering van het onderzoek in de geesteswetenschappen. Hij pleit voor minder gefilosofeer en meer aandacht voor concrete data en ‘real-life’ problemen. Tenslotte komt de vraag aan de orde in welke mate de culturele informatiewetenschap aan die eisen voldoet.

Voorafgaand vindt het symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek?’ plaats met presentaties en een panel. Medestudent Peter Becker en ik zullen in één van de presentaties de resultaten van ons onderzoek bekend maken. Deze resultaten zullen ook in het decembernummer van de InformatieProfessional te lezen zijn.