2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


Een reactie plaatsen

#infocampnl13 Een intieme battle

Afgelopen vrijdag vond InfoCamp NL 2013 plaats. Als vervolg op LibraryCamp NL 2012 telde het heel wat minder deelnemers dan zijn voorganger. Van de 40 aanmeldingen, meldde bijna de helft zich weer af voor aanvang, zelfs nog op de ochtend zelf. Dat gaf de studenten die het organiseerde en hun begeleiders een onaangenaam gevoel. Maar al bij de voorstelronde was het duidelijk, degene die er waren die zetten hun beste beentje voor. Een mix van informatiespecialisten met verschillende achtergronden: OB’s, universiteiten/hogescholen, commerciële en andere instellingen. Ook een paar werkzoekende informatiespecialisten en natuurlijk een aantal studenten van De Haagse Hogeschool (waaronder IDM Den Haag) waren aanwezig.

Tijdens het voorstelrondje werden de onderwerpen waar de interesse naar uit ging geïnventariseerd. Uiteindelijk maakten de organisatoren er volgend programma van:

Hieronder een verslagje van de programma-onderdelen die ik gevolgd heb.

De catalogus er uit

Van de UB Utrecht mag de catalogus wel opgeheven worden. De bibliotheek heeft er voor gekozen zich te richten op delivery en niet op discovery. In volgende prezi wordt deze keuze onderbouwd:

De catalogus wordt ook alleen maar gebruikt om naar de boeken op de plank te zoeken. En dat is maar een klein onderdeel van de bibliotheekcollectie. De digitale collectie wordt ontsloten via de zoekmachine Omega die ruim 10 jaar geleden in gebruik werd genomen bij de UB Utrecht, maar die ondertussen (te) veel ruis bevat.  Dus gaan er nu een aantal werkgroepjes aan de slag bij de UB onder de grote noemer ‘zoeken en vinden’ om te kijken hoe ze de gebruiker bij de bibliotheekcontent krijgen en waarbij ze zowel kijken naar het discovery/delivery gebeuren, maar ook naar ‘het verhaal’: hoe maak je het de gebruikers duidelijk (promotie).

3 van de 4 deelnemers aan deze sessie kwamen uit de onderwijswereld, de vierde deelnemer uit de OB. Hoe zit het daar? Nou, van de catalogus wordt natuurlijk goed gebruik gemaakt als dé ingang voor de collectie die vooral fysiek is. Geen digitaal materiaal dan daar? Wel wat e-books, maar het aanbod daarin is nog heel summier. Al wordt de vraag van de gebruiker ernaar wel groter.

En zo verplaatste de discussie zich naar het toegankelijk maken van e-books. Hierbij zie je toch dat de uitgevers de oude situatie hebben gekopieerd: een e-book wordt ook ‘uitgeleend’ en als je het maximaal aantal leners (waarvoor je een licentie hebt) hebt bereikt is het hele boek even niet toegankelijk voor andere gebruikers. Terwijl we toch zien dat, vooral bij non-fictie, de gebruiker meestal maar 1 of een paar hoofdstukken nodig heeft. We kwamen er al snel uit dat boeken opgedeeld moeten worden. Kijk maar naar de muziekwereld: tegenwoordig werken we met playlists en het downloaden van nummers in plaats van een heel album. Of wat zou het toch heerlijk zijn om ‘The Lord of the Rings’ opnieuw uit te brengen als e-book. Niet gewoon het fysieke boek in epub formaat, maar lekker helemaal opnieuw herschikken – appendices bij de annex hoofdstukken en de tekst aangevuld met de tekeningen van al die verschillende LOTR tekenaars en als kers op de taart de bijbehorende fragmenten uit de films. Maar toen kwam er hevig verzet van die ene OB’er: dan ga je toch wel echt heel hard schaven aan het oorspronkelijk werk van auteurs. Zij hebben namelijk – vooral bij fictie – een geheel voor ogen. Een boek gaat niet alleen om de hoofdstukken, maar om het geheel: de auteur heeft bewust gekozen om dingen in een bepaalde volgorde te plaatsen. Haal je dingen dan niet teveel uit hun context. Oké, mee eens. Vast staat dat we de gebruiker meer keuzevrijheid moeten bieden: zij bepalen hoe en welke content ze tot zich willen nemen. Uitgevers, maar zeker ook auteurs, houden vast aan oude manieren. Maar hoe lang gaan ze dat vol houden? Als de bibliotheek geen e-books kunnen leveren die gebruikers willen, komen ze er wel op andere manier – gratis – aan. Zijn we dan niet tegen de bierkaai aan’t vechten met onze brave ‘let op de auteursrechten’ instelling? Moeten we als bibliotheek niet zelf de links naar de torrents gaan aanbieden aan onze gebruikers? Of gaan we dan toch te ver? Maar soms slaan we ook door naar de andere kant (en ja ook hier zit de leverancier en niet de bibliotheek er achter):

PS: Op het blog I&M / I&O 2.0 van de UB Utrecht staan acht cataloguswensen voor de periode dat ze toch nog een eigen catalogus hebben.

Personal Information Management

Zoals aangekondigd, had ik zelf het onderwerp van mijn masterscriptie ingebracht.

PIM: de dagelijkse praktijk van activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden.

Na even kort de conclusies van mijn onderzoek naar studenten en hun PIM samengevat te hebben, gingen we in op een aantal PIM aspecten.

  • Opslaan/Archiveren/Versiebeheer/Back-up
    Studenten slaan hun documenten gewoon op op een lokale schijf, zo komt uit mijn onderzoek naar voren. Toch gebruiken de aanwezige IDM studenten ook vaak cloudapplicaties als Dropbox. Niet alleen om te delen met anderen, maar ook om device-onafhankelijk te kunnen werken (overal toegang tot je eigen bestanden).
    Als je al direct een datumnotatie meeneemt in je folder of tagstructuur, heb je al iet of wat een archiefsysteem.
    Kopieer je een bestand vooraleer je het gaat aanpassen zodat oude gegevens niet verloren gaan of laat je dat achterwegen met het risico dat je informatie kwijt geraakt? De meesten van de deelnemers maken geen kopie. Automatische versiebeheer (bv. in Dropbox of Google docs/drive) is wel zo handig!
    Cloudapplicaties zijn ook handig voor het maken van een back-up. Het automatisch synchroniseren van een lokale map met de cloud en visa versa zorgt ervoor dat je zonder te hoeven nadenken je bestanden beschermt.  We stelden samen vast dat je pas over het beschermen van bestanden gaat nadenken als je een keer goed tegen de lamp bent gelopen.
  • Ontsluiten
    Folders of tags voor het ontsluiten van je bestanden? Alhoewel een paar deelnemers zweerden bij de tagstructuur van het notitieprogramma Evernote zit het gebruik van folders bij de meesten toch wel ingebakken.
    Meestal denken we niet bewust na over het duurzaam opslaan van een bestand op het moment dat we het opslaan. We kiezen voor een folder/tag die op dat moment relevant is. Later (soms wel maanden of jaren later) lopen we dan tegen het probleem aan dat we niet meer weten waar we het hebben opgeslagen. De combinatie van tags (de mogelijkheid van veel-op-veel-mapping – dat wil zeggen, veel tags aan veel documenten) en een goede zoekfunctie kan dit voorkomen. Maar natuurlijk kan je ook op voorhand goed nadenken welke foldernamen of tags je gebruikt om een duurzaam ontsluitingssysteem te krijgen. Bewustwording en voorlichting (aan studenten) kunnen hier bij helpen. Nu geldt voor tags: onbekend maakt onbemind. En misschien kunnen we voor onze persoonlijke ontsluiting gebruik maken van de metadata die door leveranciers van informatie of bibliotheken vaak al zijn toegekend aan bestanden. Dat we als we een bestand willen opslaan a.h.v van die vaak onzichtbare metadata een suggestie krijgen van welke tag of foldernaam we kunnen gebruiken (via opslaan en exportfunctie van databanken/catalogi en andere informatiesystemen).

Online leren/instructie

Je hebt veel varianten van online leren. De voorbeelden die tijdens de sessie voorbij kwamen:

  • De Haagse Hogeschool gaat zich meer en meer richten op het ontwikkelen van blended learning programma’s. Zo wordt er bij de IDM Den Haag hard gewerkt aan een blended learning programma over deskresearch voor minor studenten.
  • Bij de UB Utrecht (valt het op dat @pieterreeve en ik voor dezelfde sessies hebben gekozen 🙂 – overigens zal van zijn hand een verslagje van #infocampnl13 verschijnen in de volgende InformatieProfessional) hebben ze LibGuides geïntroduceerd. LibGuides zijn online trainingen die informatie bieden over zoeken en zorgvuldig gebruiken van bronnen in de wetenschap. In de InformatieProfessional nr. 12 van 2012 staat een artikel over deze LibGuides (je kan hem nog even gratis online lezen).
  • EBSCO training faciliteiten

Mensen leren van elkaar en dat aspect dreigt weg te vallen bij online leren. Dit wordt als één van de factoren gezien waardoor mensen afhaken bij MOOCs, een opkomend fenomeen in onderwijsland. Daarom moeten ontwikkelaars dit interactieaspect toch inbouwen. Dat kan door voor een blended learning variant te kiezen (combinatie online leren en colleges) of door interactie in te bouwen in het online leren via bijvoorbeeld ‘comment facilities’. Dit laatste moet wel organisch tot stand komen en contact met elkaar moet gestimuleerd worden. Het aan de deelnemers van online leerprogramma’s over laten is kansloos, er zal iemand nodig blijven die interactie aanzwengelt. Tijdens een instructie f2f kan je ook beter nagaan of studenten de stof echt begrepen hebben. Je kan vragen of de student het snapt. Geeft hij het antwoord ja om er van af te zijn, dan kan je vragen of hij het even uitlegt aan zijn buurman. Lakse studenten vallen dan direct door de mand. Opdrachten en online toetsmomenten kunnen dit wel bij online leren opvangen. Het stellen van vragen is f2f ook het makkelijkst omdat je direct kan inspringen op wat de docent vertelt. Software waarmee op afstand onderwijs kan worden gegeven hebben meestal mogelijkheden om vragen te stellen: via chat, of zelfs door het virtueel opsteken van een handje. Maar meestal is de docent alweer verder in zijn verhaal voor de vraag is gesteld of moet hij zoveel dingen in de gaten houden dat hij het virtuele handje niet opmerkt. Het online nabootsen van een traditionele klassituatie werkt gewoon niet.

Een paar praktische tips kwamen ook voorbij. Het actueel houden van een online training is tijdrovend. Zo kan het zijn dat tekst makkelijker is aan te passen dan print screens in de software waarmee je werkt. Hou daar rekening mee bij het ontwikkelen van je online training. Ook instructiefilmpjes zijn vlug verouderd. Die hebben trouwens voor- en nadelen. Ze zijn handig voor het herhalen van stof, maar aan de andere kant biedt je de stof op een eenzijdige manier aan. Je houdt dus geen rekening met verschillende leerstijlen van studenten.

De discussie ging toen over op de meer onderwijskundige aspecten van (online) leren. Speel in op de intrinsieke motivatie van studenten: zorg dat ze passie hebben voor het onderwerp (dit kan je verwerken in de opdrachten) en dat online (bibliotheek)instructies geen los onderdeel zijn in het curriculum maar dat ze aansluiten bij vaste studieonderdelen. Ook het leren van kritisch denken moet gestimuleerd worden. Dit is sowieso moeilijk om aan te leren, zeker via online leren. En bij het leren zoeken naar kwaliteitsvolle informatie is niet alleen betrouwbaarheid belangrijk (promoten van databanken/catalogi waarbij de informatie geselecteerd en beoordeeld is) maar ook relevantie (ook in betrouwbare bronnen kun je de bal wat dat betreft totaal mis slaan).

Battle

Neen, de sessies zijn niet uitgelopen op echte strijd tussen de deelnemers. InfoCamp NL 2013 was een dag van interessante conversaties over relevante thema’s waarbij interactie wel veel meer de bovenhand voerde dan bij ‘gewone’ congressen.  Wat dat betreft ben ik weg van het unconference principe en mag het van mij meer geïntegreerd worden in andere congressen.  Het woordje battle in mijn blogtitel slaat dan ook meer op de plek waar de sessies werden gehouden: namelijk in onder andere de schaak en sumo zalen van Ayers Rock Zoetermeer. Een inspirerende omgeving voor een uncoference.


2 reacties

Mijn ‘Workshops op maat’ van 2011

In onze bibliotheek bieden wij 4 verschillende bibliotheektrainingen aan:

  1. BIBITS: een geautomatiseerde training waarin de student kennis maakt met de bibliotheek. De training is voorzien van foto’s, oefeningen, instructiefilmpjes en een virtuele rondleiding. Een belangrijk onderdeel is het leren omgaan met de catalogus. De training is vooral geschikt voor eerstejaars.
  2. HIT: in deze geautomatiseerde informatievaardighedentraining volgt de studenten de verschillende stappen in het zoekproces naar informatie. Het trainingsprogramma HIT (Hogeronderwijs Informatievaardigheden Training) bestaat uit vier modules:
    • Wat zoek ik?
    • Waar zoek ik?
    • Hoe zoek ik?
    • Wat heb ik gevonden?

    Deze training is geschikt voor bachelors en masters.

  3. Workshop op maat: Ter ondersteuning van medewerkers en studenten bij het vinden van informatie in de fysieke en digitale bibliotheek, organiseert de bibliotheek workshops. De bibliotheek verzorgt trainingen op verschillende niveaus. Bijvoorbeeld een training in het gebruik van een specifieke databank, zodat studenten leren literatuur te zoeken binnen een bepaald vakgebied. Of een workshop voor studenten die met hun scriptie beginnen. Ook een demonstratie voor een docententeam behoort tot de mogelijkheden.
  4. Refworks: workshop om studenten wegwijs te maken in ons webgebaseerde citatiemanagementprogramma.

BIBITS, HIT en Refworks zijn gestandaardiseerd, maar zoals de naam al zegt: de Workshops op maat worden aangepast aan de wensen en noden van de verschillende opleidingen en het niveau van de studenten én docenten. In 2011 heb ik 3 verschillende workshops op maat gegeven voor de opleiding Commerciële Economie.

Ik ben in april begonnen met een docentenworkshop waarin ik de docenten heb laten kennismaken met onze digitale bibliotheek, een aantal van onze databanken en onze dienstverlening speciaal voor docenten:

Een paar docenten van de deeltijdvariant waren zo enthousiast dat ze me onmiddellijk hebben vastgelegd voor een Workshop op maat voor vierdejaars deeltijdstudenten in september. In deze workshop startte ik vanuit hun scriptietraject om uit te wijden over het onderdeel Literatuuronderzoek. Waarom voer je een literatuuronderzoek uit en wat is het precies. In 10 stappen gaf ik aan hoe ze een literatuuronderzoek moeten aanpakken om tenslotte de catalogus, enkele databanken en Google als voorbeelden te gebruiken voor plaatsen waar je op zoek kunt gaan naar literatuur. Ondanks dat er niet veel studenten de huiswerkopdracht (de online instructie HIT, zie hierboven) hebben uitgevoerd, kreeg ik toch wel een aantal positieve reacties in de trant van ‘waaw, hier kunnen we wat mee’! Hieronder de prezi die ik voor deze workshop heb gebruikt:

En in december waren de vierdejaars voltijdstudenten aan de beurt. Hun docent waarschuwde mij dat een hoorcollege (zoals bij de deeltijd) waarschijnlijk niet zo goed zou uitpakken. Dus moest ik met een interactief element komen. Mijn collega’s kwamen met een ‘opzet‘ aan die ze een paar jaar geleden bij een andere opleiding hadden toegepast: laat de studenten zelf vertellen over de databanken nadat ze deze hebben uitgeprobeerd. In het kader van het concept ‘het kind leert door het zelf uit te leggen’ dat ik op de H/Onderwijsdag 2011 had gehoord, leek me dit wel het uitvoeren waard. Ik gebruikte de prezi voor de deeltijdvariant (zie hierboven) als basis, maar maakte mijn eigen praatje korter:

  • Waarom voer je een literatuuronderzoek uit
  • De 10 stappen
  • De catalogus, databanken en Google als voorbeelden voor plaatsen waar je op zoek kunt gaan naar literatuur

Bij de databanken ging ik niet in op de mogelijkheden van iedere databank maar somde ik gewoon 6 databanken op. De studenten gingen immers zelf aan de slag met deze databanken:

  1. Individueel of per 2 zoeken in de 6 databanken a.h.v. een invulformulier per databank
  2. Groepjes vormen en presentatie databank maken a.h.v. een vragenlijst (ieder groepje 1 databank, voorbeeld Springerlink, de vragenlijst was bij iedere databank hetzelfde)
  3. Klassikale terugkoppeling van de databank per groepje a.h.v. de presentatie gemaakt in stap 2 (ik liet ze de presentatie naar mij mailen, zodat ze deze eenvoudig konden oproepen op de beamerpc)

Tijdens deze klassikale terugkoppeling vulde ik de studenten aan a.h.v. een voorbereide sheet per databank waarin ik de (zoek)mogelijkheden op een rijtje had gezet. En na de workshop heb ik deze sheets en alle presentaties die de studenten hadden gefabriceerd in de leeromgeving geplaatst.

Het waren 5 grote klassen en de opzet was niet bij iedere klas even succesvol. Bij sommige klassen sloeg het goed aan, waren de studenten gemotiveerd en kwamen ze met goede databankpresentaties waarin ze duidelijk aangaven wat ze vonden van de databank. Bij andere klassen ging het er dan weer heel rommelig aan toe en hadden een paar grapjassen de overhand waardoor er geen  diepgang in de workshop werd bereikt. Het is dus zeker wel een workshop die intensief is om te geven (de workshop duurde telkens 2 uur en eigenlijk kwam ik toch nog wel wat tijd te kort) en je moet wel je mannetje kunnen staan voor de klas. Maar al bij al heb ik er wel een positief gevoel aan over gehouden, want 1 ding is zeker: de namen van de 6 databanken die behandeld werden, vergeten deze studenten nooit meer. En ze hebben in allemaal eens een keertje gezocht.

Bij deze de prezi die ik gebruikt heb voor de voltijders: