2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


2 reacties

Wat doen studenten nu echt in de bibliotheek?

In april heb ik ons onderzoek geïntroduceerd, daarna heb ik jullie verteld over hoe John Mackenzie Owen ons heeft begeleid in het onderzoek en heb ik de presentatie getoond die we hebben gegeven tijdens zijn afscheid. En dan is het nu tenslotte tijd voor alle resultaten.

Wat doen studenten in de bibliotheken van het hoger onderwijs?

Het simpele antwoord op deze vraag luidt: studeren!

Daarnaast heeft ons onderzoek, dat plaats vond in zeven universiteits- en hogeschoolbibliotheken en waarbij in totaal van 780 studenten (510 universitair en 270 HBO) gegevens zijn verzameld, volgende conclusies opgeleverd:

  • De meeste gebruikers bezoeken de bibliotheek een of meer keren per week, en blijven per keer twee uur of meer studeren.
  • De belangrijkste redenen om in de bibliotheek te studeren zijn de beschikbaarheid van een rustige studeerplek, en in het HBO ook de mogelijkheid om met anderen samen te werken.
  • De beschikbaarheid van de fysieke collectie is in het algemeen niet de reden waarom studenten studeren in de bibliotheek.
  • Vrijwel alle studenten gebruiken in de bibliotheek een pc of laptop, voor een verscheidenheid aan activiteiten.
  • De behoefte aan ondersteuning door bibliotheekpersoneel is zeer gering.

Studiezalen vervullen een belangrijke functie en voorzien in een evidente behoefte. Maar juist als je bovenstaande conclusies bekijkt zou je kunnen concluderen dat het heel goed mogelijk is om de studieruimte los te koppelen van de overige bibliotheekfuncties. Of toch niet? Ons onderzoek laat ook zien dat tijdens het studeren de studenten toch ook gebruik maken (al vormt het maar een klein onderdeel van het totaal aan activiteiten) van boeken, tijdschriften en andere faciliteiten. De Google-generatie weet de papieren informatie dus nog wel te vinden. Zolang dat gebruik er is, is het verstandig de werkplekken in de bibliotheek zelf te houden. De ondersteuning kan immers niet dichter bij de student worden gebracht. Bibliotheek en studieruimte vullen elkaar aan.

Bepaal zelf je eigen visie (bibliotheek en studieruimte loskoppelen of elkaar juist laten aanvullen) door ons hele onderzoeksrapport te lezen. Geen zin/tijd om de ruim 30 pagina’s door te spitten, lees dan mijn 4 pagina’s tellende samenvatting gepubliceerd in het decembernummer van de InformatieProfessional:

Het was een interessant onderzoek om te doen en ook een uitdaging door de prikkels die John ons gaf – rechtstreeks tijdens de colleges en onrechtstreeks door zijn artikel over de overbodige bibliotheek. Is de bibliotheek overbodig voor de student? De student maakt het niet uit waar hij zit, zolang hij maar de faciliteiten heeft om te studeren (en één van die faciliteiten is de collectie van de bibliotheek). Ons onderzoek laat daarin geen opmerkelijke dingen zien. De student gaat mee met zijn tijd: plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken wordt een algemeen goed. En als bibliotheek moeten we ons richten op de vraag: hoe krijgen we onze collectie van betrouwbare, relevante informatiebronnen bij de student? Het wereldwijde web zorgt ervoor dat we die zowel bij de student in de bibliotheek als buiten de bibliotheek kunnen krijgen. Zorgen goed met studenten gevulde bibliotheken (en de daaruit voortvloeiende positieve statistieken) er dan weer voor dat we onze ‘geldschieters’ (nu nog) kunnen overtuigen van ons nut, dan moeten we het vooral niet nalaten om de studieruimten de bibliotheek te laten aanvullen! Daarentegen moeten we ons ervan bewust zijn dat werkplekken dan misschien ervoor zorgen dat studenten naar de bibliotheek komen, het betekent zeker niet dat ze dan automatisch gebruik maken van de collectie!

Advertenties


7 reacties

#nvb11 Een ander vak

Afgelopen donderdag was het weer hét NVB feestje van het jaar: het NVB jaarcongres 2011 met als thema ‘Een ander vak’. Ruim 1100 deelnemers waren er deze keer bij.

We Are More

De NVB voorzitter Michel Wesseling opende de dag met het filmpje waarin Louis C.K. zijn haat tegenover Twitter spuit. Wou Wesseling ons even een relativeringslesje geven? Zijn toespraak ging verder over de stand van zaken bij de NVB. Hij meldde dat de moeilijke periode voorbij is en dat we nu kunnen gaan werken aan de opbouw. “NVB 2015 een beroep met impact” wordt het nieuwe beleidsplan waarbij gestreefd wordt naar een flinke ledengroei. Wesseling somt de samenwerkingsverbanden op die de komende periode geïntensiveerd worden: met Brouwer Trainingen, Ingressus, NVBA, SOD, RICC, FOBID, NBA en VPOD; een hele lijst. De bezuinigingen kwamen natuurlijk ook aan bod met de dreigende sluiting van het KIT en daarbij een oproep om de petitie hiertegen te ondertekenen. Ook besteed Wesseling aandacht aan het manifest ‘We Are More‘, een Europese campagne voor belangenbehartiging van de kunst- en cultuursector. Ten slotte een vooruitblik op 2012 waarin NVB zijn 100-jarig bestaan viert. En Wesseling legt uit waarom wij informatieprofessionals nodig zijn: mensen maken fouten omdat ze niet informatievaardig zijn en aandacht voor IT oplossingen is daarbij niet voldoende.

Het debat: de invloed van internet op onze informatiemaatschappij

De NVB had drie opiniemakers uitgenodigd voor een debat met als thema de veranderingen die het internet teweeg heeft gebracht en wat de gevolgen daarvan zijn voor ons bibliothecarissen/informatieprofessionals. Ze mochten ieder eerst zelf een inleidend woordje geven op het thema.

Stine Jensen vertelde over haar boeken ‘Echte vrienden‘ en ‘Dus ik ben‘. Uit het eerste boek refereert ze naar de prostitutie metafoor: schone schijn, koop mij. Uit het tweede boekje haalt ze de definities van identiteit: ik voel, ik werk, ik heet, ik hoor erbij, ik lijd, ik heb een verleden, ik heb lief, ik word erkend, ik consumeer, ik ben een lichaam, ik ben mezelf. Maar ook: ik heb een vriend, ik communiceer. Via Twitter volgden er al snel meer uit de zaal: ik blog, ik drink bier. Jensen had er zelf nog één: ik lek, met een verwijzing naar Wikileaks. Er zijn verschillende redenen om dit te doen: evolutionair (opvallen, partner zoeken), sociologisch (erbij horen, macht verwerven), psychologisch (ijdelheid, vriendschap en aandacht), emancipatie (het persoonlijke delen staat aan de kern van iedere emancipatoire beweging), urgentie (‘ik leef’) en verstrooiing (gluren bij iemand de huiskamer). We verhandelen volgens Jensen ons intiem kapitaal (persoonlijke informatie). We schipperen daarbij tussen anonieme vrijheid en transparante vrijheid. Informatieprofessionals kunnen mensen hierbij begeleiden en ook het jargon verrijken van mensen om om te gaan met informatie en contacten. Want we gebruiken tegenwoordig meer en meer bijvoeglijke naamwoorden om vriendschap te duiden omdat we zoveel contacten hebben: kennissen, vrienden, collega’s, volgers, etc.

Geert Lovink is mediatheoreticus, netcriticus en activist. Hij is tevens de initiatiefnemer van het Institute of Network Cultures. Met dit initiatief wil hij proberen om onderzoek een reflecterende rol te geven en daarbij een eigenwijze positie in te nemen. Lovink somt zijn onderzoeksprogramma’s op:

  • Video vor tex: onderzoek naar bewegend beeld en kennisdeling / content curation
  • Critical point of view: onderzoek naar Wikipedia
  • The book unbound: onderzoek naar eBooks en eReading en een conferentie die in 2012 zijn tweede editie zal hebben
  • Society of the query: onderzoek naar zoeken via het stellen van vragen en de culturele impact van het zoeken
  • Unlike us: onderzoek naar social media, de afhankelijkheid van grote platforms hierbij en het zelf ontwikkelen van georganiseerde netwerken

En tenslotte Marleen Stikker over open data. “If you can’t open it, you don’t own it.” Open data als fundament voor democratie, efficiëntie, innovatie en het leefklimaat. Stikker vertelde daarbij over het Initiatief Apps for democracy en de Nederlandse tegenhanger Apps voor Nederland.

Pieter Jan Hagens leidde het daaropvolgende debat. Jan Klerk heeft hiervan een mooie verslag gemaakt en maakt daarbij een goed punt (zie laatste alinea van zijn blogpost). Het debat ging vooral over wantrouwen en daarbij werd de focus gelegd op hoe we bedonderd worden via internet en door de grote boze wolf Google. Wat is dat toch met die open deuren? Mensen worden al eeuwenlang op verschillende manieren bedonderd, het enige wat veranderd is, is dat de wereld groter is geworden. Alles wordt dus uitvergroot. Dat heeft zijn negatieve kanten maar ook positieve. We zijn er ons nu meer van bewust. Het feit dat we er regelmatig over debatteren, spreekt al voor zich. Terechte opmerking tijdens het debat: we hebben meer invloed op internet dan op onze geschiedenisboeken. Er is dus wel degelijk vooruitgang geboekt, mede door Google. Op Twitter werd de sfeer al snel grimmig: vertel ons eens wat nieuws, geef ons informatieprofessionals inspiratie. Gelukkig kwam er op tijd wat tegenwind vanuit het publiek. Op het einde van het debat werd er vooruit gekeken: over 20 jaar zal de informatieprofessional zich volgens Jensen bezig houden met het laten ‘verdwijnen’ van informatie, zal er volgens Lovink meer en meer vastgelegd zijn in protocollen en praten we volgens Stikker niet meer over het internet omdat het dan onlosmakelijk verbonden is met onze samenleving.

Uitreiking Victorine van Schaickprijs

Ook dit jaar werd tijdens het congres de Victorine van Schaick prijs uitgereikt, bedoeld om vernieuwing in de bibliotheekbranche te stimuleren:

Unconference

Tijdens de lunchpauze even een kijkje genomen in Studio 3 om te luisteren naar de presentaties van studenten van IDM Den Haag, Hogeschool van Amsterdam, en Saxion Hogescholen. Zij vertelden over onderzoek dat ze hebben gedaan tijdens hun studie: over het inzetten van sociale media voor de OB Haarlemmermeer, over concepten voor een bibliotheek zonder subsidie en over het bouwen van een semantisch netwerk. Lees er meer over op de NVB programmapagina Unconference. Mooie initiatieven en vooral gemotiveerde sprekers die IDM-studenten.

Happe.ning

… maar eerst mijn #Biebshirt opgehaald!

#Hap7 begon met een presentatie van Bert Huizing over de ‘embedded librarian’.

Volgens de test lijk ik een embedded librarian te zijn. Ik haalde 16 punten op de W-vragen en 12 op de I-vragen. Ik vond de presentatie wat oppervlakkig, Huizing had volgens mij nog meer wijsheid uit het boek ‘Embedded Librarians: Moving Beyond One-Shot Instruction‘ kunnen halen. Maar ik moet hem wel nageven dat hij de presentatie heel interactief probeerde te maken. Hij zorgde voor een discussie over hoe we onszelf moeten noemen. Ik stak mijn hand op bij zowel bibliothecaris als informatieprofessional. En voor een discussie over hoe je embedded nou moet vertalen in het Nederlands. Huizing evalueert zelf zijn presentatie op bibliofuture.nl.

In de tweede presentatie gaven Mariette van Selm en Joris Osterhaus een live demo van de UBA Facebook App en tekst en uitleg over de ontwikkeling ervan.

Ik kan natuurlijk gaan neerpennen wat Van Selm (heb ondertussen ook haar leuke blog ontdekt) enthousiast heeft verteld over de app, maar beelden zeggen meer dan woorden, dus hier de presentatie met screenshots van alle functies van de app:

En voor de technische details die Osterhaus heeft verteld, verwijs ik ook graag naar de presentatie. Naar zijn zeggen wordt de truc gedaan door een simpel php-scriptje. Onder het motto ‘beter goed gejat, dan zelf verzonnen’ hebben ze afgekeken bij de Facebook app van de Public Libraries Singapore. De catalogus van de UBA kan nu op zes verschillende plaatsen geraadpleegd worden: via MijnUvA, UBAweb, UBAmobiel, Facebook, iGoogle en Netvibes.

De derde presentatie was van een bekende: Wilma van den Brink. Zij vertelde over een voor haar gekend onderwerp: filmpjes. Wilma heeft namelijk een videoblog. Deze keer ging ze in op hoe je films kunt inzetten om als bibliotheek je klantencontact te verbeteren. Hieronder enkele voorbeelden die ze gebruikte:

  • Storytelling
    De Kopgroep bibliotheken Groningen laten hun klanten vertellen wat ze vinden van de bibliotheek of de activiteiten die door de bibliotheek worden georganiseerd. Zo vertelt Tobias (wat is ie een schatje) waarom hij zo vaak in de bieb komt: http://www.youtube.com/watch?v=-wFAABfAX3s
  • Tips & Trucs
    Ouderen hebben vaak hulp nodig bij het gebruik van de computer en die hulp krijgen ze van hun (klein)kinderen. Teach Parent Tech speelt hier op in door jongeren die een computertaak uitleggen op te nemen op video. “This site was built by a few folks at Google to help keep tech support a family business.” In dit filmpje wordt verteld hoe je een definitie van een woord kunt opzoeken op internet: http://www.youtube.com/watch?v=yj0wde-VHSs
  • The Embedded Librarian
    Wat moet ik als docent met social media? Die vraag hoorde men vaak in de bibliotheken van de Hogeschool van Amsterdam (waar Wilma werkzaam is) en wie kan het best daar een antwoord op geven dan een docent zelf die al social media inzet. Dus heeft de bibliotheek een middag met lezingen georganiseerd over het onderwerp: “Sociale Media in het Hoger Onderwijs”. De sprekers werden vooraf geïnterviewd over hun presentatie. Een van hen was Albert Jan Bloemendal van de opleiding: Culturele en Maatschappelijke Vorming (Domein Maatschappij en Recht): http://www.youtube.com/watch?v=nZcX-B7k5eM
  • Literatuur beleven
    Why I Love This Book is een initiatief van Marc Barteling. Hij laat bekende en minder bekende personen vertellen over hun lievelingsboek. In dit filmpje vertelt Stephen Fry over Ulysses: http://www.youtube.com/watch?v=wL_rXp-T4tc Wilma heeft Barteling geïnterviewd over dit project:  http://www.youtube.com/watch?v=VEahXKPPA0U
  • Promotie
    De RMIT University Library laat studenten vertellen wat ze leuk vinden aan de bibliotheek en maakte er een promotiefilmpje van: http://www.youtube.com/watch?v=cmnO5R6bsb8
  • Klantenbinding
    Sultana Mr. Jummy. Win prijzen door het inzenden van filmpjes met jouw Mr. Jummy pop: http://www.youtube.com/user/sultanapop

Zelf geeft ze nog vijf tips met uitleg op haar blog:

  1. Wat is het doel en wie is de doelgroep?
  2. De regie van het filmpje bepaalt het succes
  3. Hou het kort
  4. Zoom in op gezichten en benadruk het verhaal
  5. Veel geld investeren betekent niet automatisch dat je filmpje een succes wordt

De laatste presentatie van de middag werd gegeven door Jeroen de boer (winnaar van de Victorine van Schaick BibliotheekinitiatiefPrijs).

De Boer ging vooral in op de rol die (muziek)bibliotheekmedewerkers als content curator kunnen vervullen: algoritme of persoonlijk advies?

Curation comes up when search stops working (Clay Shirky)

Voorbeelden van muziekdiensten die je hierbij kunnen helpen:

Jeanine Deckers, dagvoorzitter van #hap7, blikt tevreden terug.

(Weer)zien

… en ook bekenden van de HvA en de UvA en zelfs mijn Belgische begeleidster van mijn graduaatscriptie van 2007. NVB 2011 werd dan ook een reuzegezellig (weer)zien, met als afsluiting een bijkletsdineetje met @jujuutje, al heb ik niet alles kunnen zien wat ik wilde zien, maar gelukkig hebben we internet:

  • Gerard Bierens vertelde welke rol social media spelen binnen Het Nieuwe Werken
  • Liesbeth Mantel sprak over haar ervaringen met de invoering van Het Nieuwe werken bij de TU Delft Library
  • Lukas Koster belichtte het fenomeen Linked Open Data

Irma van Zanten maakte een mooi Topsy overzicht van #nvb11.


3 reacties

Het moet wel ergens over gaan

Op 10 november nam prof. dr. John Mackenzie Owen afscheid van de Universiteit van Amsterdam.

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek?

Peter Becker en ik hadden de eer om in het aan het afscheidscollege voorafgaand symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek’ een presentatie te geven waarin we verteld hebben over ons in het voorjaar uitgevoerde onderzoek. In mijn vorige blogposts hierover lees je meer over dit onderzoek:

Hieronder onze presentatie:

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek? on Prezi

In het decembernummer van de InformatieProfessional zal een samenvatting van ons rapport te lezen zijn met een link naar de URL waar je het hele rapport kunt downloaden.

Na onze presentatie volgden nog 2 andere presentaties en een panel.

Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?

Allereerst gaf Henk Voorbij een antwoord op de vraag ‘Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?’ Voorbij stelt vast dat het gebruik van trefwoorden zeer laag is en kijkt daarbij naar een aantal p’s:

  • Hebben we trefwoorden wel nodig –> p van product
  • Zijn we in het bezit van de vaardigheden die we nodig hebben bij het zoeken met trefwoorden –> p van promotie
  • Hoe wordt het zoeken met trefwoorden gepresenteerd in de systemen –> p van prijs

En dat laatste is nou net 1 van de problemen:

  1. Het zoeken met trefwoorden wordt in de meeste systemen niet goed geprofileerd. Een uitzondering hierop is de Aquabrowser waarbij je links een trefwoordencloud hebt met daarbij thesaurustermen in opgenomen en je aan de rechterkant je zoekresultaten kunt verfijnen a.h.v trefwoorden.
  2. Meestal worden er te globale trefwoorden gebruikt waardoor het probleem ruis dat door trefwoorden juist moet worden opgelost niet wordt voorkomen.
  3. Trefwoorden hebben dus niet genoeg meerwaarde voor de gebruiker van zoeksystemen.

Wat doen die archieven bij informatiewetenschap?

Theo Thomassen schetste de geschiedenis van de opleiding archiefwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. En ging daarbij vooral in op de samenwerking met de opleiding Culturele Informatiewetenschap en de organisatorische rompslomp die herpositioneringen met zich mee namen.

Archiefwetenschap is een autonoom onderdeel geworden van de informatiewetenschappen en had deze herpositionering nodig omdat het geen relatie meer kende met geschiedkunde (waar het voorheen onder viel) maar dichter naar de informatiedisciplines was toegegroeid. Het was nodig om onderwijs en onderzoek samen te gaan ontwikkelen met de Culturele Informatiewetenschap om zo een community van onderzoekers te creëren. De positie van Archiefwetenschap en Culturele Informatiewetenschap onder de Geesteswetenschappen is duidelijk: archiefwetenschap en informatiewetenschap gaat niet alleen over informatie maar vooral ook over mensen.

John Mackenzie Owen heeft een groot aandeel gehad in deze processen door de opleidingen vanbinnen uit te ontwikkelen en te reageren op van buiten uit aangedreven herpositioneringen.

Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening en zijn universiteitsbibliothecarissen nu ijsboeren of kalkoenen?

In het panel zaten volgende deelnemers:

  • Leo Plugge (SURF)
    Plugge gaf aan dat de vraag die we ons moeten stellen is ‘Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening?’ en refereerde naar uitspraken die SURF heeft gedaan in 1991 (WTR trendrapport) en 1995 (De grensverleggende bibliotheek) waarbij werd aangegeven dat UB’s en HBO bibliotheken niet mochten achterlopen op de ontwikkelingen, ze hun toegevoegde waarde moesten duidelijk maken, anders zouden ze de boekmusea van de 21ste eeuw worden en dat er één Virtuele Wetenschappelijke Bibliotheek moest komen (hé waar hebben we dat meer gehoord 😉 ?). Anno 2011 hebben we DANS, NARCIS, de HBO Kennisbanken mooie bibliotheekgebouwen maar nog steeds geen nationale virtuele bibliotheek maar wel 14 verschillende UB portalen (die allemaal een doorgeefluik vormen naar dezelfde informatieportalen van uitgevers). Dus is het volgende een voorspelling of al uitgekomen?:

    The academic library has died. Despite early diagnosis, audacious denial in the face of its increasingly severe symptoms led to its deterioration and demise. The academic library died alone, largely neglected and forgotten by a world that once revered it as the heart of the university.
    (Academic Library Autopsy Report, 2050 door Brian T. Sullivan)

  • Nol Verhagen (UBA)
    Verhagen refereert naar het artikel ‘Bijna uitgeleend‘ van NRC waarbij universiteitsbibliotheken worden vergeleken met ijsboeren. Het gaat erom of we paradigmaverschuivingen overleven: van handschrift naar boek, van unicum naar massaproduct, van analoog naar digitaal, van afnemen naar producent en van boekentoren naar learning centre. Maar Verhagen zegt dat we echt niet hebben lopen slapen, bewijzen volgende ontwikkelingen: van kaartcatalogus naar OPAC, van print-only naar e-only, van small deal naar big deal, van stand alone naar consortium en van NCC naar Worldcat.
  • Kurt de Belder (UB Leiden)
    Ook Kurt de Belder refereerde naar hetzelfde artikel uit NRC maar vroeg zich niet af of we ijsboeren zijn maar: ‘ Zijn we de kalkoen of hebben we een plek aan de tafel tijdens het kerstdiner’. Hij geeft voorbeelden waarom het laatste het geval is: de UB statistieken geven aan:  drukker dan ooit – langer open dan ooit – hogere uitleencijfers – meer zoekacties in de catalogus –  meer zoekacties in databases – meer downloads artikelen, profilering van de wetenschappelijke informatievoorzieningen: Virtual Learning Environments – omvorming van de archieffunctie van de universiteit, profilering als partner in onderzoek: gecertificeerde informatie / informatie op maat – Virtual Research Environments – datalabs – systemen in de cloud – auteursrechteninformatiepunt – impact analyses & advies – informatie voor visitaties – ondersteuning e-research via data curation en text & datering, en profilering als partner in onderwijs: digitale en fysieke faciliteiten – gecertificeerde informatie – virtuele informatiebalies – repositories – digitale informatievaardigheden cursussen.
  • Hans van Velzen (OBA)
    Ook bij de Openbare Bibliotheek van Amsterdam zijn veel studenten te vinden. Van Velzen constateert dat er veranderingen plaats vinden in aanbod / zoeken / gebruik, namelijk van doelgericht naar ongericht. De gewenste wachttijd is maar 10 seconden. Hij benoemt volgende nieuwe functies voor de openbare bibliotheek: studiehuis (werkplekken, vooral in de vakanties), gids in medialand (23 dingen, digitale maand), ontmoetingsplek (bibliotheek is meest bezochte culturele voorziening), integratie en participatie (bibliotheek draagt bij aan culturele participatie en wordt bezocht door alle culturen, dus goed voor de integratie). Het boek is nog steeds belangrijk, maar niet meer uitsluitend. Een hybride bibliotheek is de oplossing.

Alhoewel Nol Verhagen en Kurt de Belder mooie voorbeelden gaven over het beleid en de voorzieningen van de universiteitsbibliotheek vond ik de boodschap van Leo Plugge een krachtige. Er is dan wel een consortium maar mijn onderbuikgevoel zegt dat we nog meer uit samenwerking kunnen halen. Ondanks dat een onderbuikgevoel meestal niet op feiten is gebaseerd (sorry John) ben ik bevooroordeeld door ons onderzoek waarin ik persoonlijk neig naar visie 1 (maar ook dat is waarschijnlijk gebaseerd op een onderbuikgevoel om de cirkel maar rond te maken).

Tenslotte enkele reacties van publiek/panel:

  • Uiteindelijk maakt het niet uit of de studenten weten dat al deze mooie voorzieningen/faciliteiten/dienstverlening door de bibliotheek worden aangeboden.
  • De gebruikerscijfers zeggen genoeg en worden steeds belangrijker in de besluitvorming.
  • We gaan teveel uit van de klassieke bibliotheek.
  • We (de universiteitsbibliotheken) zijn en onderdeel van een instelling en we moeten gezamenlijk met deze instelling beleid voeren gericht op het ondersteunen van onderwijs en onderzoek.

Afscheidscollege John Mackenzie Owen: het moet wel ergens over gaan!

In de namiddag was het dan zover. John Mackenzie Owen begon zijn afscheidscollege met het afleggen van zijn toga. Hij behandelde daarna 3 onderwerpen: (1) de invloed van technologie op onze maatschappij en de informatievoorziening, (2) de geesteswetenschap en (3) wat informatiewetenschap te bieden heeft.

In juni 1983 voorspelde Mackenzie Owen het technologisch einde van de bibliotheek. Hij claimt dan nu ook – gebaseerd op zijn bevinden toen en wat we nu weten – het intellectuele eigendom van de iPad (Way to Go John!). Maar hij kon toentertijd niet bevroeden hoe groot de impact zou zijn van de technologische ontwikkelingen specifiek op het gebied van verbindingen (het wereldwijde web). De doorslaggevende ontwikkeling was dan ook de verandering die in het gedrag van de gebruikers heeft plaats gevonden. De vanzelfsprekendheid waarmee gebruikers omgaan met de technologische ontwikkelen en de vaardigheid waarmee ze deze technologische ontwikkelingen hanteren zijn verbluffend!

IS er sprake van technologisch determinisme? Technologie krijgt antropologische vormen… maar de waarheid ligt altijd in het midden: technologie is geen tovenaarsleerling en geen actor of agent… maar wel een verleider: het is moeilijk de mogelijkheden van de technologie te weerstaan en we nemen het over zoals het ons wordt aangeboden (door diegene die er geld mee verdienen). Anderzijds oefent de samenleving wel degelijk invloed op de technologische ontwikkelingen.

Mackenzie Owen vindt dat hij gelijk heeft gekregen met zijn voorspelling in 1983: de wetenschappelijke bibliotheken van toen bestaan niet meer. We hebben maar weinig waarde weten toe te voegen als je ons vergelijkt met wetenschappelijke uitgevers. Oorspronkelijke functies zoals ontsluiten en bewaren hebben plaats gemaakt voor licentiebeheer en authenticatie.

Maar… welke uitspraken mag je nou doen als wetenschapper? De basiseigenschap voor wetenschap is volgens John dat het wel ergens moet over gaan. “Het weten” (vermeerderen van de kennis van de wereld) gaat altijd aan “het begrijpen” (vermeerderen van het begrip van de wereld) vooraf. Wetenschap is geen literatuur, dus zeggen wat je er van vindt (zoals in de literatuur gebeurt) is geen taak van de wetenschap. Bij geesteswetenschap gaat het om producten van de geest en om de wereld zoals ie is, daarom moet geesteswetenschap altijd empirisch (gebaseerd op feiten en data) zijn. Mackenzie Owen houdt dus een pleidooi voor: met de beide voeten op de grond, minder onderzoeker meer onderzoek en dat de geesteswetenschap een bijdrage moet leveren aan maatschappelijke problemen.

Mackenzie Owen noemt de sluiting van het Tropenmuseum in een tijd van oplevend nationalisme meer dan symbolisch omdat het museum juist informatie bevat over de periodes dat Nederlanders allochtonen waren in verre werelddelen. Hij pleit er dan ook voor om informatiesystemen meer aan onderzoek te onderwerpen en vooral de rol die informatiesystemen spelen: hoe er gebruik van wordt gemaakt en hoe informatie gemanipuleerd wordt. Hij besluit zijn afscheidscollege met 2 uitspraken, de eerste is van Thomas Jefferson: “…wherever the people are well informed they can be trusted with their own government…”

En zoals ik hem ken als echt docent geeft John nog 1 laatste advies: “There are no promises, but the world is waiting for you to go out and explore […] build, therefore, your own world” (Ralph Waldo Emerson) … “maar hou je wel aan de feiten” (John Mackenzie Owen)!

Míjn voorspelling (zie laatste zin van artikel uit IP 2011 nr. 9) is ook uitgekomen: het was een bescheiden provocerend afscheidscollege! Bedankt John voor al je inspiratie!


4 reacties

Docent John Mackenzie Owen hamert op feiten

In een vorig blogbericht heb ik ons onderzoek al geïntroduceerd dat we hebben uitgevoerd tijdens de integratiemodule Culturele Informatiewetenschap. De aanleiding vormde het artikel ‘De Nederlandse Bibliotheek voor het Onderwijs’ (InformatieProfessional nr 4 2011) van John Mackenzie Owen, onze docent. Het was een van de laatste vakken die John doceerde aan de masteropleiding van de UvA voor hij met emeritaat zou gaan. Dit feit stond centraal in het septembernummer van de InformatieProfessional. Hierin staat een interview met John waarin hij terugblikt op veertig jaar informatievak (p. 14, interviewer: Jenny Mateboer).  Hij voorspelde in 1983 al het ‘technologisch einde van de bibliotheek’ en stelt nu vast dat door de verdwijning van het document de rol van documentleverancier van de bibliotheken nu echt ten einde loopt. Daarnaast schrijft hij zelf over hoe het allemaal begon ergens in 1972 (p. 18). Iets over zaalvullende bakbeesten en groene schermen. Ten slotte reageert Bas Savenije op verzoek van John zelf in dit nummer op Mackenzies pleidooi voor één bibliotheek voor het onderwijs (p. 22). Differentiatie: ja graag! En zelf mocht ik in dit nummer iets vertellen over hoe het er in de laatste colleges van John aan toe ging en hoe hij zijn studenten stuurt en enthousiasmeert (p. 20).

Klik op de afbeelding om het artikel te downloaden

John Mackenzie Owen neemt aanstaande donderdag, 10 november, definitief afscheid. Zijn openbare afscheidscollege vindt om 15 uur plaats in de Aula van de Universiteit van Amsterdam (Singel 411).

In 1983 voorspelde John Mackenzie Owen dat door ontwikkelingen op het gebied van de informatietechnologie de wetenschappelijke bibliotheken overbodig zouden worden. Sindsdien heeft de technologie zich nog veel verder ontwikkeld dan we toen konden vermoeden. Toch bestaan die wetenschappelijke bibliotheken nog. Mackenzie Owen probeert dit tijdens zijn oratie te verklaren. Daarbij stelt hij onder meer het onderwerp ‘technologisch determinisme’ aan de orde. Ook behandelt hij  de vraag in hoeverre het wetenschappelijk verantwoord is om voorspellingen te doen op basis van de eigenschappen van technologie. Vervolgens plaatst Mackenzie Owen deze vraag in een breder context, en kijkt hij kritisch naar de aard en maatschappelijke relevantie van het onderzoek in de geesteswetenschappen. Hij betoogt dat de geesteswetenschappen methodologisch veelal slecht ontwikkeld zijn doordat ze zijn blijven steken in een negentiende-eeuwse romantische opvatting over ‘interpreteren’ als tegenhanger van het natuurwetenschappelijke ‘verklaren’. Mackenzie Owen houdt een pleidooi voor een sterkere empirische fundering van het onderzoek in de geesteswetenschappen. Hij pleit voor minder gefilosofeer en meer aandacht voor concrete data en ‘real-life’ problemen. Tenslotte komt de vraag aan de orde in welke mate de culturele informatiewetenschap aan die eisen voldoet.

Voorafgaand vindt het symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek?’ plaats met presentaties en een panel. Medestudent Peter Becker en ik zullen in één van de presentaties de resultaten van ons onderzoek bekend maken. Deze resultaten zullen ook in het decembernummer van de InformatieProfessional te lezen zijn.