2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


3 reacties

Studenten en hun ‘Personal Information Management’

2,5 maand geleden vertelde ik jullie dat ik mijn scriptie had ingeleverd en dat het wachten was op het verdict. Dat verdict is gevallen: 7,5/10 en het feit dat dat verdict mij de titel Master of Arts heeft opgeleverd is ook al uitgebreid gevierd: 2 weken geleden was mijn diploma-uitreiking en eergisteren heb ik mijn masterparty gehouden.

Tijdens deze party, die plaats vond in de Haagse Hogeschool – mijn werkplek en tevens de plek waar ik het onderzoek voor mijn scriptie heb uitgevoerd, heb ik een presentatie gehouden over mijn scriptie. In de inleiding daarvan gaf ik aan dat mijn scriptie niet alleen de afsluiting vormt van mijn masteropleiding Culturele Informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, maar dat het ook het slot is van een onderwijstraject dat in 2002 begon in het Belgische Genk. Dat traject is uiteindelijk een logische route gebleken – die je stap voor stap kunt nalezen in het voorwoord van mijn scriptie (de link vind je onderaan dit blogbericht) – langs mijn opleidingen (Initiatie + Graduaat Bibliotheekwezen, Informatie en Media, Culturele Informatiewetenschap) en mijn werkgevers (Zuyd Hogeschool, Avans Hogeschool, De Haagse Hogeschool) en heeft me dus uiteindelijk tot het onderwerp van mijn masterscriptie gebracht: Studenten en hun ‘Personal Information Management’.

De genodigden van mijn masterparty bestonden uit medestudenten en docenten van de opleidingen en collega’s van de werkgevers uit deze route. Dat was natuurlijk niet eenvoudig daar die route daadwerkelijk 289 kilometers beslaat en het om een doordeweekse werkdag ging. Het was dan ook geweldig dat mijn scriptiebegeleidster van Genk (Graduaat Bibliotheekwezen) helemaal uit België was gekomen om mijn feestje bij te wonen! En het was sowieso een zeer geslaagde party waarvan je hier enkele foto’s kunt bekijken (samen met de foto’s van de diploma-uitreiking anderhalve week eerder). Heerlijke Limburgse vlaai (die mocht niet ontbreken), een hapje & drankje en natuurlijk het super gezelschap hebben geleid tot een zeer gezellige middag! En achteraf zijn we met enkelen nog gaan tafelen bij het Indonesich restaurant Istana (de rijsttafel met vlees was heerlijk) waarbij de gesprekstof varieerde van Glee en Jeroen zijn schoenen tot het (on)nut van supportcalls bij het implementatieproces van databases in een discoverytool en het toverwoord Open Access (tja, informatie professionals onder elkaar hé).

Hieronder vind je de presentatie die ik tijdens mijn masterparty heb gegeven:

Even resumeren: Personal Information Management, kortweg PIM, heeft betrekking op zowel de dagelijkse praktijk van als het onderzoek naar activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden. Deze informatie is nodig om taken (studie-/werkgerelateerd of niet) te voltooien en om rollen en verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld als ouder, student, werknemer, vriend of lid van de gemeenschap) te vervullen.

In mijn masterscriptie ga ik dieper in op het begrip PIM. Allereerst heb ik gekeken naar de stand van zaken in de literatuur. Daarbij zijn de kernbegrippen en de onderzoeken naar PIM die al gepubliceerd zijn uitgebreid in kaart gebracht. Vervolgens worden de resultaten beschreven van een vragenlijst. Deze is ingevuld door 324 studenten van de Haagse Hogeschool waarbij de volgende onderzoeksvraag centraal stond: “Welke tools en strategieën hanteren studenten voor het bewaren, beheren en organiseren van hun studiegerelateerde informatie?

Uit de resultaten blijkt dat studenten nog veelal kiezen voor de traditionele tools en strategieën. Het lokaal opslaan van informatie wordt gebruikt als opslagmethode. Voor het organiseren en terugvinden van informatie wordt de hiërarchische aanpak gehanteerd. Studenten maken weinig gebruik van PIM tools zoals bibliografische software. Clouddiensten worden alleen ingezet bij het delen van informatie met anderen. De uitdaging die fragmentatie van informatie met zich meebrengt, zorgt voor weinig problemen bij de studenten. Toch is aandacht voor PIM in het onderwijs gewenst.

Mijn onderzoek betreft een eerste inventarisatie van studenten en hun PIM waarbij naar verschillende aspecten is gekeken. Voor vervolgonderzoek geef ik de aanbeveling om te kijken naar de plaats van PIM in het curriculum en in de lessen informatievaardigheden.

Mijn scriptie kun je downloaden via http://bit.ly/masterscriptieleen en is ook te vinden via UVA Scipties Online.


1 reactie

Personal information management, you are your own librarian

Mijn laatste blogpost dateert van eind april, maar ik heb de afgelopen 3 maanden niet stil gezeten. Gisteren heb ik mijn masterscriptie ingeleverd met als titel: “Studenten en hun Personal Information Management”.

Take a look around your office, or better yet, look at your computer desktop.  The files, folders, applications and notes that you have accumulated are just a portion of your online intellectual life.  Think about where you have saved files online—Google Docs, Flickr, Dropbox, Evernote, Endnote, Gmail or one of thousands of other online services that help manage your information workflow.  Consider where you have published formal or informal scholarly works—research articles, proceedings, recordings of presentations; blog posts; books; your graduate thesis.  All of these information sources come together to comprise your personal scholarly library.  More often than not, you serve as your own librarian–gatekeeper, archivist, and organizer of your important scholarly information collections.

Ik hou me al jaren bezig met het thema informatievaardigheden, mijn graduaatscriptie uit 2007 gaat daarover en ook in mijn werk richt ik me er op. Tijdens de opleiding Informatie en Media volgde ik het vak Kennismanagement, wat me een ruimer inzicht gaf in de plek van informatie in de maatschappij en hoe mensen hun informatie managen. Mijn belangstelling in het thema werd daarna nog meer aangewakkerd  door de diepgaande literatuur behorende bij het vak Informatie in organisaties, onderdeel van het schakelprogramma Culturele Informatiewetenshap. Toen ik dus op zoek moest naar een thema voor mijn masterscriptie, wilde ik iets doen in de richting van informatie/kennismanagement.

Ik ging struinen op het internet en kwam een aantal blogsposts tegen waarin inspirerende uitspraken over dit onderwerp werden gedaan. Zo kwam ik uit op de post ‘Pulling the library out to the edge‘ op de blog ‘Liberal arts library’ waarin Mark Dahl zich afvraagt of we niet verkeerd bezig zijn tijdens de lessen informatievaardigheden aan studenten. Waarom proberen we studenten de oude, ‘juiste’ manier van het vinden van informatie aan te leren, terwijl dit in werkelijkheid niet goed aansluit bij een tijdperk van constante verandering. Joe Grobelny legt in zijn blog ‘Crate-digging and personal librarianship‘ de nadruk op het persoonlijke in het verzamelen van informatie. Hij vergelijkt persoonlijke muziekcollecties met bibliotheekcollecties: “I go after records whenever I have the bread to spend on them, plain and simple. Whatever I’m on the hunt for, I like to take my time and get as personal as possible with the shop and the joints I choose to listen to while I’m there.” En Ellysa Stern Cahoy maakt het af door te zeggen: “you are you own library” (bovenstaande quote vormt het begin van haar blogpost)!

Vanuit deze blogposts ben ik de literatuur ingedoken en kwam ik uiteindelijk uit op een aantal sleutelpublicaties over Personal Information Management (PIM). William Jones, Research Associate Professor aan The Information School van de universiteit van Washington, is een leidend auteur over het onderwerp met zijn boek Keeping Found Things Found. Zijn definitie wordt vaak geciteerd in de literatuur en het is ook de definitie die ik gebruikt heb in mijn scriptie: “PIM heeft betrekking op zowel de dagelijkse praktijk van als het onderzoek naar activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden. Deze informatie is nodig om taken (studie-/werkgerelateerd of niet) te voltooien en om rollen en verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld als ouder, student, werknemer, vriend of lid van de gemeenschap) te vervullen.”

De inspiratiebron voor mijn onderzoeksvraag was het literatuuronderzoek dat Jos van Helvoort, docent aan de IDM opleiding van De Haagse Hogeschool, in 2011 uitvoerde. In één van zijn conclusies geeft hij aan dat de cognitieve verwerking van informatie meer aandacht verdiend in PIM-onderzoek en hij formuleert daarbij volgende potentiële onderzoeksvraag:

  • Welke instrumenten (bijvoorbeeld lokale bookmarks, online bladwijzers of persoonlijke notities) gebruiken mensen voor het opslaan van referenties naar informatie-items die ze hebben gevonden en als mogelijk nuttig hebben bestempeld voor toekomstig gebruik?

In mijn scriptie heb ik dus onderzoek gedaan naar studenten en hun PIM en ik heb daarbij de nadruk gelegd op de tools en strategieën die studenten hanteren voor het bewaren, beheren en organiseren van hun studiegerelateerde informatie. In mijn scriptie formuleer ik ook de uitdagingen en de mogelijkheden van PIM en daarbij ga ik specifiek in op wat PIM voor de student kan betekenen.

Auteur Ina Fourie heeft in 2011/2012 in het tijdschrift Library Hi Tech 4 artikelen geschreven over PIM en geeft daarin de mogelijkheden weer van PIM voor bibliotheken. Vanuit hun opleiding en achtergrond hebben bibliothecarissen een schat aan kennis over het gedrag en de praktijk van informatiegebruikers, informatiesystemen en information retrieval , het informatielandschap en –infrastructuur, informatievaardigheden, het organiseren en managen van informatie, informatie curatie en informatiegebruik en exploitatie. Hierdoor kunnen ze  gebruikers optimaal ondersteunen bij hun PIM-activiteiten. Dat bibliothecarissen alert moeten zijn op de PIM-activiteiten van de gebruikers ligt voor de hand. Veel PIM-vraagstukken zijn ook bibliotheekgerelateerd: organiseren van informatie zodat het kan worden teruggevonden, metadata en tagging, softwarekeuzes, informatievaardigheden (zoals identificeren van de informatiebehoefte, het selecteren van relevante bronnen om in te zoeken, het evalueren en analyseren van informatie) en gebruik van informatie. Hierbij moet er ook aandacht besteed worden aan technieken voor literatuurverwijzingen, het voorkomen van plagiaat, samenwerken bij het publiceren van informatie, delen van informatie en het exploiteren van informatie voor nieuwe mogelijkheden. Dit alles geeft duidelijk aan dat er een nauwe relatie bestaat tussen PIM- en bibliotheekactiviteiten. Fourie somt samenvattend de volgende redenen op waarom bibliotheken aandacht moeten besteden aan PIM:

  • Om de trend te zetten in het aanbieden van ondersteuning voor ICT-ontwikkelingen die invloed hebben op het toepassen van PIM, zoals PIM apps voor smarthphones en tablets
  •  Voor het ontwikkelen van informatievaardigheden leerlijnen om PIM op een pedagogische manier en in overeenstemming met leertheorieën en leerpraktijken te implementeren.
  •  Om gebruikers wegwijs te maken met nieuw softwarefuncties die PIM gerelateerd zijn, zoals het exporteren van literatuurverwijzingen uit databanken naar software voor het beheren van literatuurverwijzingen.
  • Om ervoor te zorgen dat onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld van onderzoek naar het informatiegerelateerde gedrag van gebruikers of het toepassen van PIM door gebruikers, afgestemd worden op gebruikerstrainingen en ondersteunende diensten van de bibliotheek.

De artikelen zijn de moeite waard als leesvoer voor de onderwijsbibliothecarissen onder ons. Een voorproefje op mijn scriptie. Want die wordt momenteel beoordeeld door mijn docenten aan de UvA. Het is wachten op het verdict.


3 reacties

Maak informatie zo vrij mogelijk, en maak bibliotheken zo open mogelijk!

De ‘vrijheid van internet’ en ‘intellectuele eigendomsrechten’, het lijkt alsof deze fundamenten maar niet met elkaar kunnen stroken.

Digitale content is zo eenvoudig te kopiëren, te vermenigvuldigen en te verspreiden dat piraterij wel heel erg eenvoudig wordt. […] Amerikaanse wetsvoorstellen PIPA en SOPA, de Research Works Act en het wereldwijde ACTA-handelsverdrag moeten ervoor zorgen dat de wereldwijde fysieke en digitale piraterij verregaand kan worden teruggedrongen. Maar aan de andere kant komen burgerrechten als vrijheid van expressie en bescherming van privacy in gevaar. OpenBibliotheken: een manifest

Kan dat wat door internet in gang is gezet wel afgeremd worden door deze initiatieven van auteursrechthebbende-organisaties? Moeten we ons nog vastklampen aan oude auteursrecht-principes die wel nut hadden in het pre-internet tijdperk? Of moeten we het begrip ‘intellectuele eigendomsrecht’ helemaal opnieuw uitvinden in dit digitale tijdperk?

Wat ik persoonlijk toejuich zijn initiatieven zoals Creative Commons, artiesten die internet omarmen, of dichter bij huis: de HBO Kennisbank als ‘open content’ platform.

En in deze blogpost wil ik dan ook mijn digitaal applaus laten horen aan OpenBibliotheken.nl, afgelopen week officieel gelanceerd.

De vrijheid van het internet staat onder druk en het (her)gebruiken van auteursrechtelijk beschermd materiaal wordt de consument steeds lastiger gemaakt. Daarnaast wordt ook aan het publieke domein getornd, bijvoorbeeld met verlenging van de termijn van naburige rechten op geluidsdragers met 20 jaar. Deze ontwikkelingen stellen openbare bibliotheken voor een dilemma. Willigen zij de eisen van de uitgevers in en wordt gekozen voor een gereguleerd web, of staan zij pal voor netneutraliteit en daarmee voor vrije toegang tot informatie? OpenBibliotheken.nl wil op kleine schaal een voorbeeld stellen en laten zien hoe die vrije toegang eruit ziet.

Op de site, een onafhankelijk initiatief van informatieprofessionals Jeroen de Boer en Edwin Mijnsbergen, kun je zoeken naar boeken, muziek, films en andere media, uit open bronnen die in de reguliere catalogi van openbare bibliotheken vaak niet worden ontsloten.

Meer lezen over dit initiatief:

De Boer en Mijnsbergen schreven eerder een open brief aan de Vereniging van Openbare Bibliotheken over dit onderwerp en startten een petitie Openbare bibliotheken en internetvrijheid die al door 182 mensen werd ondertekend.

Ze roepen iedere informatieprofessional in het publieke belang van open en vrije informatie ook op

  • zich beroepsmatig in te spannen voor de vrije uitwisseling van informatie in de ruimste zin van het woord (content);
  • principes van open access, creative commons, open linked data en netneutraliteit in werk en vrije tijd zoveel mogelijk te bevorderen;
  • gebruikers van hun diensten bij te staan in het zoeken naar en verkrijgen van informatie, daarbij waar mogelijk open vormen te gebruiken, en kennis daarover aan gebruikers over te dragen;
  • op de hoogte te zijn van initiatieven van koepelorganisaties zoals de wereldbibliotheekfederatie IFLA en hieraan actief bij te dragen (zie http://www.ifla.org/en/copyright-tlib en http://www.ifla.org/en/node/5870);
  • zo nodig georganiseerde acties te initiëren dan wel ondersteunen wanneer de vrijheid van informatievergaring, -verspreiding en meningsuiting in het geding zijn, en daarvoor gebruikers te mobiliseren.

Mijn inzet hebben ze!


2 reacties

Wat doen studenten nu echt in de bibliotheek?

In april heb ik ons onderzoek geïntroduceerd, daarna heb ik jullie verteld over hoe John Mackenzie Owen ons heeft begeleid in het onderzoek en heb ik de presentatie getoond die we hebben gegeven tijdens zijn afscheid. En dan is het nu tenslotte tijd voor alle resultaten.

Wat doen studenten in de bibliotheken van het hoger onderwijs?

Het simpele antwoord op deze vraag luidt: studeren!

Daarnaast heeft ons onderzoek, dat plaats vond in zeven universiteits- en hogeschoolbibliotheken en waarbij in totaal van 780 studenten (510 universitair en 270 HBO) gegevens zijn verzameld, volgende conclusies opgeleverd:

  • De meeste gebruikers bezoeken de bibliotheek een of meer keren per week, en blijven per keer twee uur of meer studeren.
  • De belangrijkste redenen om in de bibliotheek te studeren zijn de beschikbaarheid van een rustige studeerplek, en in het HBO ook de mogelijkheid om met anderen samen te werken.
  • De beschikbaarheid van de fysieke collectie is in het algemeen niet de reden waarom studenten studeren in de bibliotheek.
  • Vrijwel alle studenten gebruiken in de bibliotheek een pc of laptop, voor een verscheidenheid aan activiteiten.
  • De behoefte aan ondersteuning door bibliotheekpersoneel is zeer gering.

Studiezalen vervullen een belangrijke functie en voorzien in een evidente behoefte. Maar juist als je bovenstaande conclusies bekijkt zou je kunnen concluderen dat het heel goed mogelijk is om de studieruimte los te koppelen van de overige bibliotheekfuncties. Of toch niet? Ons onderzoek laat ook zien dat tijdens het studeren de studenten toch ook gebruik maken (al vormt het maar een klein onderdeel van het totaal aan activiteiten) van boeken, tijdschriften en andere faciliteiten. De Google-generatie weet de papieren informatie dus nog wel te vinden. Zolang dat gebruik er is, is het verstandig de werkplekken in de bibliotheek zelf te houden. De ondersteuning kan immers niet dichter bij de student worden gebracht. Bibliotheek en studieruimte vullen elkaar aan.

Bepaal zelf je eigen visie (bibliotheek en studieruimte loskoppelen of elkaar juist laten aanvullen) door ons hele onderzoeksrapport te lezen. Geen zin/tijd om de ruim 30 pagina’s door te spitten, lees dan mijn 4 pagina’s tellende samenvatting gepubliceerd in het decembernummer van de InformatieProfessional:

Het was een interessant onderzoek om te doen en ook een uitdaging door de prikkels die John ons gaf – rechtstreeks tijdens de colleges en onrechtstreeks door zijn artikel over de overbodige bibliotheek. Is de bibliotheek overbodig voor de student? De student maakt het niet uit waar hij zit, zolang hij maar de faciliteiten heeft om te studeren (en één van die faciliteiten is de collectie van de bibliotheek). Ons onderzoek laat daarin geen opmerkelijke dingen zien. De student gaat mee met zijn tijd: plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken wordt een algemeen goed. En als bibliotheek moeten we ons richten op de vraag: hoe krijgen we onze collectie van betrouwbare, relevante informatiebronnen bij de student? Het wereldwijde web zorgt ervoor dat we die zowel bij de student in de bibliotheek als buiten de bibliotheek kunnen krijgen. Zorgen goed met studenten gevulde bibliotheken (en de daaruit voortvloeiende positieve statistieken) er dan weer voor dat we onze ‘geldschieters’ (nu nog) kunnen overtuigen van ons nut, dan moeten we het vooral niet nalaten om de studieruimten de bibliotheek te laten aanvullen! Daarentegen moeten we ons ervan bewust zijn dat werkplekken dan misschien ervoor zorgen dat studenten naar de bibliotheek komen, het betekent zeker niet dat ze dan automatisch gebruik maken van de collectie!


3 reacties

Het moet wel ergens over gaan

Op 10 november nam prof. dr. John Mackenzie Owen afscheid van de Universiteit van Amsterdam.

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek?

Peter Becker en ik hadden de eer om in het aan het afscheidscollege voorafgaand symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek’ een presentatie te geven waarin we verteld hebben over ons in het voorjaar uitgevoerde onderzoek. In mijn vorige blogposts hierover lees je meer over dit onderzoek:

Hieronder onze presentatie:

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek? on Prezi

In het decembernummer van de InformatieProfessional zal een samenvatting van ons rapport te lezen zijn met een link naar de URL waar je het hele rapport kunt downloaden.

Na onze presentatie volgden nog 2 andere presentaties en een panel.

Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?

Allereerst gaf Henk Voorbij een antwoord op de vraag ‘Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?’ Voorbij stelt vast dat het gebruik van trefwoorden zeer laag is en kijkt daarbij naar een aantal p’s:

  • Hebben we trefwoorden wel nodig –> p van product
  • Zijn we in het bezit van de vaardigheden die we nodig hebben bij het zoeken met trefwoorden –> p van promotie
  • Hoe wordt het zoeken met trefwoorden gepresenteerd in de systemen –> p van prijs

En dat laatste is nou net 1 van de problemen:

  1. Het zoeken met trefwoorden wordt in de meeste systemen niet goed geprofileerd. Een uitzondering hierop is de Aquabrowser waarbij je links een trefwoordencloud hebt met daarbij thesaurustermen in opgenomen en je aan de rechterkant je zoekresultaten kunt verfijnen a.h.v trefwoorden.
  2. Meestal worden er te globale trefwoorden gebruikt waardoor het probleem ruis dat door trefwoorden juist moet worden opgelost niet wordt voorkomen.
  3. Trefwoorden hebben dus niet genoeg meerwaarde voor de gebruiker van zoeksystemen.

Wat doen die archieven bij informatiewetenschap?

Theo Thomassen schetste de geschiedenis van de opleiding archiefwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. En ging daarbij vooral in op de samenwerking met de opleiding Culturele Informatiewetenschap en de organisatorische rompslomp die herpositioneringen met zich mee namen.

Archiefwetenschap is een autonoom onderdeel geworden van de informatiewetenschappen en had deze herpositionering nodig omdat het geen relatie meer kende met geschiedkunde (waar het voorheen onder viel) maar dichter naar de informatiedisciplines was toegegroeid. Het was nodig om onderwijs en onderzoek samen te gaan ontwikkelen met de Culturele Informatiewetenschap om zo een community van onderzoekers te creëren. De positie van Archiefwetenschap en Culturele Informatiewetenschap onder de Geesteswetenschappen is duidelijk: archiefwetenschap en informatiewetenschap gaat niet alleen over informatie maar vooral ook over mensen.

John Mackenzie Owen heeft een groot aandeel gehad in deze processen door de opleidingen vanbinnen uit te ontwikkelen en te reageren op van buiten uit aangedreven herpositioneringen.

Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening en zijn universiteitsbibliothecarissen nu ijsboeren of kalkoenen?

In het panel zaten volgende deelnemers:

  • Leo Plugge (SURF)
    Plugge gaf aan dat de vraag die we ons moeten stellen is ‘Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening?’ en refereerde naar uitspraken die SURF heeft gedaan in 1991 (WTR trendrapport) en 1995 (De grensverleggende bibliotheek) waarbij werd aangegeven dat UB’s en HBO bibliotheken niet mochten achterlopen op de ontwikkelingen, ze hun toegevoegde waarde moesten duidelijk maken, anders zouden ze de boekmusea van de 21ste eeuw worden en dat er één Virtuele Wetenschappelijke Bibliotheek moest komen (hé waar hebben we dat meer gehoord 😉 ?). Anno 2011 hebben we DANS, NARCIS, de HBO Kennisbanken mooie bibliotheekgebouwen maar nog steeds geen nationale virtuele bibliotheek maar wel 14 verschillende UB portalen (die allemaal een doorgeefluik vormen naar dezelfde informatieportalen van uitgevers). Dus is het volgende een voorspelling of al uitgekomen?:

    The academic library has died. Despite early diagnosis, audacious denial in the face of its increasingly severe symptoms led to its deterioration and demise. The academic library died alone, largely neglected and forgotten by a world that once revered it as the heart of the university.
    (Academic Library Autopsy Report, 2050 door Brian T. Sullivan)

  • Nol Verhagen (UBA)
    Verhagen refereert naar het artikel ‘Bijna uitgeleend‘ van NRC waarbij universiteitsbibliotheken worden vergeleken met ijsboeren. Het gaat erom of we paradigmaverschuivingen overleven: van handschrift naar boek, van unicum naar massaproduct, van analoog naar digitaal, van afnemen naar producent en van boekentoren naar learning centre. Maar Verhagen zegt dat we echt niet hebben lopen slapen, bewijzen volgende ontwikkelingen: van kaartcatalogus naar OPAC, van print-only naar e-only, van small deal naar big deal, van stand alone naar consortium en van NCC naar Worldcat.
  • Kurt de Belder (UB Leiden)
    Ook Kurt de Belder refereerde naar hetzelfde artikel uit NRC maar vroeg zich niet af of we ijsboeren zijn maar: ‘ Zijn we de kalkoen of hebben we een plek aan de tafel tijdens het kerstdiner’. Hij geeft voorbeelden waarom het laatste het geval is: de UB statistieken geven aan:  drukker dan ooit – langer open dan ooit – hogere uitleencijfers – meer zoekacties in de catalogus –  meer zoekacties in databases – meer downloads artikelen, profilering van de wetenschappelijke informatievoorzieningen: Virtual Learning Environments – omvorming van de archieffunctie van de universiteit, profilering als partner in onderzoek: gecertificeerde informatie / informatie op maat – Virtual Research Environments – datalabs – systemen in de cloud – auteursrechteninformatiepunt – impact analyses & advies – informatie voor visitaties – ondersteuning e-research via data curation en text & datering, en profilering als partner in onderwijs: digitale en fysieke faciliteiten – gecertificeerde informatie – virtuele informatiebalies – repositories – digitale informatievaardigheden cursussen.
  • Hans van Velzen (OBA)
    Ook bij de Openbare Bibliotheek van Amsterdam zijn veel studenten te vinden. Van Velzen constateert dat er veranderingen plaats vinden in aanbod / zoeken / gebruik, namelijk van doelgericht naar ongericht. De gewenste wachttijd is maar 10 seconden. Hij benoemt volgende nieuwe functies voor de openbare bibliotheek: studiehuis (werkplekken, vooral in de vakanties), gids in medialand (23 dingen, digitale maand), ontmoetingsplek (bibliotheek is meest bezochte culturele voorziening), integratie en participatie (bibliotheek draagt bij aan culturele participatie en wordt bezocht door alle culturen, dus goed voor de integratie). Het boek is nog steeds belangrijk, maar niet meer uitsluitend. Een hybride bibliotheek is de oplossing.

Alhoewel Nol Verhagen en Kurt de Belder mooie voorbeelden gaven over het beleid en de voorzieningen van de universiteitsbibliotheek vond ik de boodschap van Leo Plugge een krachtige. Er is dan wel een consortium maar mijn onderbuikgevoel zegt dat we nog meer uit samenwerking kunnen halen. Ondanks dat een onderbuikgevoel meestal niet op feiten is gebaseerd (sorry John) ben ik bevooroordeeld door ons onderzoek waarin ik persoonlijk neig naar visie 1 (maar ook dat is waarschijnlijk gebaseerd op een onderbuikgevoel om de cirkel maar rond te maken).

Tenslotte enkele reacties van publiek/panel:

  • Uiteindelijk maakt het niet uit of de studenten weten dat al deze mooie voorzieningen/faciliteiten/dienstverlening door de bibliotheek worden aangeboden.
  • De gebruikerscijfers zeggen genoeg en worden steeds belangrijker in de besluitvorming.
  • We gaan teveel uit van de klassieke bibliotheek.
  • We (de universiteitsbibliotheken) zijn en onderdeel van een instelling en we moeten gezamenlijk met deze instelling beleid voeren gericht op het ondersteunen van onderwijs en onderzoek.

Afscheidscollege John Mackenzie Owen: het moet wel ergens over gaan!

In de namiddag was het dan zover. John Mackenzie Owen begon zijn afscheidscollege met het afleggen van zijn toga. Hij behandelde daarna 3 onderwerpen: (1) de invloed van technologie op onze maatschappij en de informatievoorziening, (2) de geesteswetenschap en (3) wat informatiewetenschap te bieden heeft.

In juni 1983 voorspelde Mackenzie Owen het technologisch einde van de bibliotheek. Hij claimt dan nu ook – gebaseerd op zijn bevinden toen en wat we nu weten – het intellectuele eigendom van de iPad (Way to Go John!). Maar hij kon toentertijd niet bevroeden hoe groot de impact zou zijn van de technologische ontwikkelingen specifiek op het gebied van verbindingen (het wereldwijde web). De doorslaggevende ontwikkeling was dan ook de verandering die in het gedrag van de gebruikers heeft plaats gevonden. De vanzelfsprekendheid waarmee gebruikers omgaan met de technologische ontwikkelen en de vaardigheid waarmee ze deze technologische ontwikkelingen hanteren zijn verbluffend!

IS er sprake van technologisch determinisme? Technologie krijgt antropologische vormen… maar de waarheid ligt altijd in het midden: technologie is geen tovenaarsleerling en geen actor of agent… maar wel een verleider: het is moeilijk de mogelijkheden van de technologie te weerstaan en we nemen het over zoals het ons wordt aangeboden (door diegene die er geld mee verdienen). Anderzijds oefent de samenleving wel degelijk invloed op de technologische ontwikkelingen.

Mackenzie Owen vindt dat hij gelijk heeft gekregen met zijn voorspelling in 1983: de wetenschappelijke bibliotheken van toen bestaan niet meer. We hebben maar weinig waarde weten toe te voegen als je ons vergelijkt met wetenschappelijke uitgevers. Oorspronkelijke functies zoals ontsluiten en bewaren hebben plaats gemaakt voor licentiebeheer en authenticatie.

Maar… welke uitspraken mag je nou doen als wetenschapper? De basiseigenschap voor wetenschap is volgens John dat het wel ergens moet over gaan. “Het weten” (vermeerderen van de kennis van de wereld) gaat altijd aan “het begrijpen” (vermeerderen van het begrip van de wereld) vooraf. Wetenschap is geen literatuur, dus zeggen wat je er van vindt (zoals in de literatuur gebeurt) is geen taak van de wetenschap. Bij geesteswetenschap gaat het om producten van de geest en om de wereld zoals ie is, daarom moet geesteswetenschap altijd empirisch (gebaseerd op feiten en data) zijn. Mackenzie Owen houdt dus een pleidooi voor: met de beide voeten op de grond, minder onderzoeker meer onderzoek en dat de geesteswetenschap een bijdrage moet leveren aan maatschappelijke problemen.

Mackenzie Owen noemt de sluiting van het Tropenmuseum in een tijd van oplevend nationalisme meer dan symbolisch omdat het museum juist informatie bevat over de periodes dat Nederlanders allochtonen waren in verre werelddelen. Hij pleit er dan ook voor om informatiesystemen meer aan onderzoek te onderwerpen en vooral de rol die informatiesystemen spelen: hoe er gebruik van wordt gemaakt en hoe informatie gemanipuleerd wordt. Hij besluit zijn afscheidscollege met 2 uitspraken, de eerste is van Thomas Jefferson: “…wherever the people are well informed they can be trusted with their own government…”

En zoals ik hem ken als echt docent geeft John nog 1 laatste advies: “There are no promises, but the world is waiting for you to go out and explore […] build, therefore, your own world” (Ralph Waldo Emerson) … “maar hou je wel aan de feiten” (John Mackenzie Owen)!

Míjn voorspelling (zie laatste zin van artikel uit IP 2011 nr. 9) is ook uitgekomen: het was een bescheiden provocerend afscheidscollege! Bedankt John voor al je inspiratie!