2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


3 reacties

Studenten en hun ‘Personal Information Management’

2,5 maand geleden vertelde ik jullie dat ik mijn scriptie had ingeleverd en dat het wachten was op het verdict. Dat verdict is gevallen: 7,5/10 en het feit dat dat verdict mij de titel Master of Arts heeft opgeleverd is ook al uitgebreid gevierd: 2 weken geleden was mijn diploma-uitreiking en eergisteren heb ik mijn masterparty gehouden.

Tijdens deze party, die plaats vond in de Haagse Hogeschool – mijn werkplek en tevens de plek waar ik het onderzoek voor mijn scriptie heb uitgevoerd, heb ik een presentatie gehouden over mijn scriptie. In de inleiding daarvan gaf ik aan dat mijn scriptie niet alleen de afsluiting vormt van mijn masteropleiding Culturele Informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, maar dat het ook het slot is van een onderwijstraject dat in 2002 begon in het Belgische Genk. Dat traject is uiteindelijk een logische route gebleken – die je stap voor stap kunt nalezen in het voorwoord van mijn scriptie (de link vind je onderaan dit blogbericht) – langs mijn opleidingen (Initiatie + Graduaat Bibliotheekwezen, Informatie en Media, Culturele Informatiewetenschap) en mijn werkgevers (Zuyd Hogeschool, Avans Hogeschool, De Haagse Hogeschool) en heeft me dus uiteindelijk tot het onderwerp van mijn masterscriptie gebracht: Studenten en hun ‘Personal Information Management’.

De genodigden van mijn masterparty bestonden uit medestudenten en docenten van de opleidingen en collega’s van de werkgevers uit deze route. Dat was natuurlijk niet eenvoudig daar die route daadwerkelijk 289 kilometers beslaat en het om een doordeweekse werkdag ging. Het was dan ook geweldig dat mijn scriptiebegeleidster van Genk (Graduaat Bibliotheekwezen) helemaal uit België was gekomen om mijn feestje bij te wonen! En het was sowieso een zeer geslaagde party waarvan je hier enkele foto’s kunt bekijken (samen met de foto’s van de diploma-uitreiking anderhalve week eerder). Heerlijke Limburgse vlaai (die mocht niet ontbreken), een hapje & drankje en natuurlijk het super gezelschap hebben geleid tot een zeer gezellige middag! En achteraf zijn we met enkelen nog gaan tafelen bij het Indonesich restaurant Istana (de rijsttafel met vlees was heerlijk) waarbij de gesprekstof varieerde van Glee en Jeroen zijn schoenen tot het (on)nut van supportcalls bij het implementatieproces van databases in een discoverytool en het toverwoord Open Access (tja, informatie professionals onder elkaar hé).

Hieronder vind je de presentatie die ik tijdens mijn masterparty heb gegeven:

Even resumeren: Personal Information Management, kortweg PIM, heeft betrekking op zowel de dagelijkse praktijk van als het onderzoek naar activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden. Deze informatie is nodig om taken (studie-/werkgerelateerd of niet) te voltooien en om rollen en verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld als ouder, student, werknemer, vriend of lid van de gemeenschap) te vervullen.

In mijn masterscriptie ga ik dieper in op het begrip PIM. Allereerst heb ik gekeken naar de stand van zaken in de literatuur. Daarbij zijn de kernbegrippen en de onderzoeken naar PIM die al gepubliceerd zijn uitgebreid in kaart gebracht. Vervolgens worden de resultaten beschreven van een vragenlijst. Deze is ingevuld door 324 studenten van de Haagse Hogeschool waarbij de volgende onderzoeksvraag centraal stond: “Welke tools en strategieën hanteren studenten voor het bewaren, beheren en organiseren van hun studiegerelateerde informatie?

Uit de resultaten blijkt dat studenten nog veelal kiezen voor de traditionele tools en strategieën. Het lokaal opslaan van informatie wordt gebruikt als opslagmethode. Voor het organiseren en terugvinden van informatie wordt de hiërarchische aanpak gehanteerd. Studenten maken weinig gebruik van PIM tools zoals bibliografische software. Clouddiensten worden alleen ingezet bij het delen van informatie met anderen. De uitdaging die fragmentatie van informatie met zich meebrengt, zorgt voor weinig problemen bij de studenten. Toch is aandacht voor PIM in het onderwijs gewenst.

Mijn onderzoek betreft een eerste inventarisatie van studenten en hun PIM waarbij naar verschillende aspecten is gekeken. Voor vervolgonderzoek geef ik de aanbeveling om te kijken naar de plaats van PIM in het curriculum en in de lessen informatievaardigheden.

Mijn scriptie kun je downloaden via http://bit.ly/masterscriptieleen en is ook te vinden via UVA Scipties Online.


1 reactie

Personal information management, you are your own librarian

Mijn laatste blogpost dateert van eind april, maar ik heb de afgelopen 3 maanden niet stil gezeten. Gisteren heb ik mijn masterscriptie ingeleverd met als titel: “Studenten en hun Personal Information Management”.

Take a look around your office, or better yet, look at your computer desktop.  The files, folders, applications and notes that you have accumulated are just a portion of your online intellectual life.  Think about where you have saved files online—Google Docs, Flickr, Dropbox, Evernote, Endnote, Gmail or one of thousands of other online services that help manage your information workflow.  Consider where you have published formal or informal scholarly works—research articles, proceedings, recordings of presentations; blog posts; books; your graduate thesis.  All of these information sources come together to comprise your personal scholarly library.  More often than not, you serve as your own librarian–gatekeeper, archivist, and organizer of your important scholarly information collections.

Ik hou me al jaren bezig met het thema informatievaardigheden, mijn graduaatscriptie uit 2007 gaat daarover en ook in mijn werk richt ik me er op. Tijdens de opleiding Informatie en Media volgde ik het vak Kennismanagement, wat me een ruimer inzicht gaf in de plek van informatie in de maatschappij en hoe mensen hun informatie managen. Mijn belangstelling in het thema werd daarna nog meer aangewakkerd  door de diepgaande literatuur behorende bij het vak Informatie in organisaties, onderdeel van het schakelprogramma Culturele Informatiewetenshap. Toen ik dus op zoek moest naar een thema voor mijn masterscriptie, wilde ik iets doen in de richting van informatie/kennismanagement.

Ik ging struinen op het internet en kwam een aantal blogsposts tegen waarin inspirerende uitspraken over dit onderwerp werden gedaan. Zo kwam ik uit op de post ‘Pulling the library out to the edge‘ op de blog ‘Liberal arts library’ waarin Mark Dahl zich afvraagt of we niet verkeerd bezig zijn tijdens de lessen informatievaardigheden aan studenten. Waarom proberen we studenten de oude, ‘juiste’ manier van het vinden van informatie aan te leren, terwijl dit in werkelijkheid niet goed aansluit bij een tijdperk van constante verandering. Joe Grobelny legt in zijn blog ‘Crate-digging and personal librarianship‘ de nadruk op het persoonlijke in het verzamelen van informatie. Hij vergelijkt persoonlijke muziekcollecties met bibliotheekcollecties: “I go after records whenever I have the bread to spend on them, plain and simple. Whatever I’m on the hunt for, I like to take my time and get as personal as possible with the shop and the joints I choose to listen to while I’m there.” En Ellysa Stern Cahoy maakt het af door te zeggen: “you are you own library” (bovenstaande quote vormt het begin van haar blogpost)!

Vanuit deze blogposts ben ik de literatuur ingedoken en kwam ik uiteindelijk uit op een aantal sleutelpublicaties over Personal Information Management (PIM). William Jones, Research Associate Professor aan The Information School van de universiteit van Washington, is een leidend auteur over het onderwerp met zijn boek Keeping Found Things Found. Zijn definitie wordt vaak geciteerd in de literatuur en het is ook de definitie die ik gebruikt heb in mijn scriptie: “PIM heeft betrekking op zowel de dagelijkse praktijk van als het onderzoek naar activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden. Deze informatie is nodig om taken (studie-/werkgerelateerd of niet) te voltooien en om rollen en verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld als ouder, student, werknemer, vriend of lid van de gemeenschap) te vervullen.”

De inspiratiebron voor mijn onderzoeksvraag was het literatuuronderzoek dat Jos van Helvoort, docent aan de IDM opleiding van De Haagse Hogeschool, in 2011 uitvoerde. In één van zijn conclusies geeft hij aan dat de cognitieve verwerking van informatie meer aandacht verdiend in PIM-onderzoek en hij formuleert daarbij volgende potentiële onderzoeksvraag:

  • Welke instrumenten (bijvoorbeeld lokale bookmarks, online bladwijzers of persoonlijke notities) gebruiken mensen voor het opslaan van referenties naar informatie-items die ze hebben gevonden en als mogelijk nuttig hebben bestempeld voor toekomstig gebruik?

In mijn scriptie heb ik dus onderzoek gedaan naar studenten en hun PIM en ik heb daarbij de nadruk gelegd op de tools en strategieën die studenten hanteren voor het bewaren, beheren en organiseren van hun studiegerelateerde informatie. In mijn scriptie formuleer ik ook de uitdagingen en de mogelijkheden van PIM en daarbij ga ik specifiek in op wat PIM voor de student kan betekenen.

Auteur Ina Fourie heeft in 2011/2012 in het tijdschrift Library Hi Tech 4 artikelen geschreven over PIM en geeft daarin de mogelijkheden weer van PIM voor bibliotheken. Vanuit hun opleiding en achtergrond hebben bibliothecarissen een schat aan kennis over het gedrag en de praktijk van informatiegebruikers, informatiesystemen en information retrieval , het informatielandschap en –infrastructuur, informatievaardigheden, het organiseren en managen van informatie, informatie curatie en informatiegebruik en exploitatie. Hierdoor kunnen ze  gebruikers optimaal ondersteunen bij hun PIM-activiteiten. Dat bibliothecarissen alert moeten zijn op de PIM-activiteiten van de gebruikers ligt voor de hand. Veel PIM-vraagstukken zijn ook bibliotheekgerelateerd: organiseren van informatie zodat het kan worden teruggevonden, metadata en tagging, softwarekeuzes, informatievaardigheden (zoals identificeren van de informatiebehoefte, het selecteren van relevante bronnen om in te zoeken, het evalueren en analyseren van informatie) en gebruik van informatie. Hierbij moet er ook aandacht besteed worden aan technieken voor literatuurverwijzingen, het voorkomen van plagiaat, samenwerken bij het publiceren van informatie, delen van informatie en het exploiteren van informatie voor nieuwe mogelijkheden. Dit alles geeft duidelijk aan dat er een nauwe relatie bestaat tussen PIM- en bibliotheekactiviteiten. Fourie somt samenvattend de volgende redenen op waarom bibliotheken aandacht moeten besteden aan PIM:

  • Om de trend te zetten in het aanbieden van ondersteuning voor ICT-ontwikkelingen die invloed hebben op het toepassen van PIM, zoals PIM apps voor smarthphones en tablets
  •  Voor het ontwikkelen van informatievaardigheden leerlijnen om PIM op een pedagogische manier en in overeenstemming met leertheorieën en leerpraktijken te implementeren.
  •  Om gebruikers wegwijs te maken met nieuw softwarefuncties die PIM gerelateerd zijn, zoals het exporteren van literatuurverwijzingen uit databanken naar software voor het beheren van literatuurverwijzingen.
  • Om ervoor te zorgen dat onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld van onderzoek naar het informatiegerelateerde gedrag van gebruikers of het toepassen van PIM door gebruikers, afgestemd worden op gebruikerstrainingen en ondersteunende diensten van de bibliotheek.

De artikelen zijn de moeite waard als leesvoer voor de onderwijsbibliothecarissen onder ons. Een voorproefje op mijn scriptie. Want die wordt momenteel beoordeeld door mijn docenten aan de UvA. Het is wachten op het verdict.


2 reacties

Mijn ‘Workshops op maat’ van 2011

In onze bibliotheek bieden wij 4 verschillende bibliotheektrainingen aan:

  1. BIBITS: een geautomatiseerde training waarin de student kennis maakt met de bibliotheek. De training is voorzien van foto’s, oefeningen, instructiefilmpjes en een virtuele rondleiding. Een belangrijk onderdeel is het leren omgaan met de catalogus. De training is vooral geschikt voor eerstejaars.
  2. HIT: in deze geautomatiseerde informatievaardighedentraining volgt de studenten de verschillende stappen in het zoekproces naar informatie. Het trainingsprogramma HIT (Hogeronderwijs Informatievaardigheden Training) bestaat uit vier modules:
    • Wat zoek ik?
    • Waar zoek ik?
    • Hoe zoek ik?
    • Wat heb ik gevonden?

    Deze training is geschikt voor bachelors en masters.

  3. Workshop op maat: Ter ondersteuning van medewerkers en studenten bij het vinden van informatie in de fysieke en digitale bibliotheek, organiseert de bibliotheek workshops. De bibliotheek verzorgt trainingen op verschillende niveaus. Bijvoorbeeld een training in het gebruik van een specifieke databank, zodat studenten leren literatuur te zoeken binnen een bepaald vakgebied. Of een workshop voor studenten die met hun scriptie beginnen. Ook een demonstratie voor een docententeam behoort tot de mogelijkheden.
  4. Refworks: workshop om studenten wegwijs te maken in ons webgebaseerde citatiemanagementprogramma.

BIBITS, HIT en Refworks zijn gestandaardiseerd, maar zoals de naam al zegt: de Workshops op maat worden aangepast aan de wensen en noden van de verschillende opleidingen en het niveau van de studenten én docenten. In 2011 heb ik 3 verschillende workshops op maat gegeven voor de opleiding Commerciële Economie.

Ik ben in april begonnen met een docentenworkshop waarin ik de docenten heb laten kennismaken met onze digitale bibliotheek, een aantal van onze databanken en onze dienstverlening speciaal voor docenten:

Een paar docenten van de deeltijdvariant waren zo enthousiast dat ze me onmiddellijk hebben vastgelegd voor een Workshop op maat voor vierdejaars deeltijdstudenten in september. In deze workshop startte ik vanuit hun scriptietraject om uit te wijden over het onderdeel Literatuuronderzoek. Waarom voer je een literatuuronderzoek uit en wat is het precies. In 10 stappen gaf ik aan hoe ze een literatuuronderzoek moeten aanpakken om tenslotte de catalogus, enkele databanken en Google als voorbeelden te gebruiken voor plaatsen waar je op zoek kunt gaan naar literatuur. Ondanks dat er niet veel studenten de huiswerkopdracht (de online instructie HIT, zie hierboven) hebben uitgevoerd, kreeg ik toch wel een aantal positieve reacties in de trant van ‘waaw, hier kunnen we wat mee’! Hieronder de prezi die ik voor deze workshop heb gebruikt:

En in december waren de vierdejaars voltijdstudenten aan de beurt. Hun docent waarschuwde mij dat een hoorcollege (zoals bij de deeltijd) waarschijnlijk niet zo goed zou uitpakken. Dus moest ik met een interactief element komen. Mijn collega’s kwamen met een ‘opzet‘ aan die ze een paar jaar geleden bij een andere opleiding hadden toegepast: laat de studenten zelf vertellen over de databanken nadat ze deze hebben uitgeprobeerd. In het kader van het concept ‘het kind leert door het zelf uit te leggen’ dat ik op de H/Onderwijsdag 2011 had gehoord, leek me dit wel het uitvoeren waard. Ik gebruikte de prezi voor de deeltijdvariant (zie hierboven) als basis, maar maakte mijn eigen praatje korter:

  • Waarom voer je een literatuuronderzoek uit
  • De 10 stappen
  • De catalogus, databanken en Google als voorbeelden voor plaatsen waar je op zoek kunt gaan naar literatuur

Bij de databanken ging ik niet in op de mogelijkheden van iedere databank maar somde ik gewoon 6 databanken op. De studenten gingen immers zelf aan de slag met deze databanken:

  1. Individueel of per 2 zoeken in de 6 databanken a.h.v. een invulformulier per databank
  2. Groepjes vormen en presentatie databank maken a.h.v. een vragenlijst (ieder groepje 1 databank, voorbeeld Springerlink, de vragenlijst was bij iedere databank hetzelfde)
  3. Klassikale terugkoppeling van de databank per groepje a.h.v. de presentatie gemaakt in stap 2 (ik liet ze de presentatie naar mij mailen, zodat ze deze eenvoudig konden oproepen op de beamerpc)

Tijdens deze klassikale terugkoppeling vulde ik de studenten aan a.h.v. een voorbereide sheet per databank waarin ik de (zoek)mogelijkheden op een rijtje had gezet. En na de workshop heb ik deze sheets en alle presentaties die de studenten hadden gefabriceerd in de leeromgeving geplaatst.

Het waren 5 grote klassen en de opzet was niet bij iedere klas even succesvol. Bij sommige klassen sloeg het goed aan, waren de studenten gemotiveerd en kwamen ze met goede databankpresentaties waarin ze duidelijk aangaven wat ze vonden van de databank. Bij andere klassen ging het er dan weer heel rommelig aan toe en hadden een paar grapjassen de overhand waardoor er geen  diepgang in de workshop werd bereikt. Het is dus zeker wel een workshop die intensief is om te geven (de workshop duurde telkens 2 uur en eigenlijk kwam ik toch nog wel wat tijd te kort) en je moet wel je mannetje kunnen staan voor de klas. Maar al bij al heb ik er wel een positief gevoel aan over gehouden, want 1 ding is zeker: de namen van de 6 databanken die behandeld werden, vergeten deze studenten nooit meer. En ze hebben in allemaal eens een keertje gezocht.

Bij deze de prezi die ik gebruikt heb voor de voltijders:


1 reactie

Informatieomgevingen en -technologieën voor een ‘hyperlinked’ wereld

Afgelopen maandag hadden we een weekje vrij op de UvA, de week daarvoor vroeg mijn medestudent en collega van de HHs Peter Becker daarom of ik geen zin had om naar een gastcollege te komen die een interessante professor zou geven aan de opleiding IDM: ‘Nu dat we zelf toch geen college hebben. Ik zal je de details morgen doormailen.’ Ik dacht, nou ja, waarom niet. De volgende dag keek ik in mijn e-mailbox en ging ik een beetje uit mijn dak. Die interessante professor bleek namelijk niemand minder dan Michael Stephens te zijn: één van mijn bloghelden en favoriete sprekers! Ik volg Stephens al sinds 2006 via zijn blog Tame The Web en heb vorig jaar tijdens UGame ULearn voor de eerste keer genoten van zijn inspirerende live presentatie. Ik was zo enthousiast dat ik hem nu voor een tweede keer zou zien, dat ik hem op voorhand een tweet stuurde:

Toen ik maandag de collegezaal binnen kwam zat Stephens al klaar. Terwijl ik Peter begroette nam hij zijn telefoon in de hand en kwam toen naar me toe: “Are you from the tweet?” het schermpje van zijn telefoon met bovenstaande tweet naar me toe gedraaid. “Yes I’m from the tweet. Did you had a good journey?” Ja, dat had hij. Hij was al in Europa voor de Salzburg Global Seminar program Libraries and Museums in an Era of Participatory Culture en was met de trein van Salzburg naar Nederland gereist, genietend van het uitzicht.

Stephens is bekend van het begrip ‘The Hyperlinked Library‘: transparant, participatief, speels, gebruikersgericht en menselijk. Omdat hij nu een college gaf aan studenten (die niet alleen in bibliotheken zullen terecht komen) vertaalde hij zijn visie naar een ‘Hyperlinked World’. Traditiegetrouw begon hij zijn presentatie met een aantal pakkende quotes:

There is much greater opportunity to bring service to wherever potential users of library service happen to be. (Michael Buckland)

Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic. (Arthur C. Clarke)

Wanneer er nieuwe technologie op de markt komt, hebben mensen er een natuurlijke angst voor en is hun reactie: ‘dit is slecht’. Dat was zo bij de uitvinding van de drukpers, de telefoon (niemand zal nog buiten komen) en nu het fenomeen social media (de mens vereenzaamd).

De bronnen voor zijn presentatie zijn The Horizon Report en The Social Life of Information.

By 2047 … All information about physical objects, including humans, buildings, processes, and organizations, will be online. This is both desirable and inevitable. (Hoofdstuk 1)

Mobiele & geo-sociale informatieomgevingen

Mobiel is de toekomst en zal dé manier worden om toegang te krijgen tot het wereldwijde web en sociale netwerken.

Voorbeelden van de inzet van mobiele informatieomgevingen:

Wat met conservatie- en auteursrechtelijke problemen? Stephens: “Collecties zijn er om te gebruiken!”

Hyperlocal: het associëren en verbinden van online data met specifieke locaties in de echte wereld.

Voorbeelden van de inzet van geo-sociale informatieomgevingen:

Uitdagingen hierbij:

  • Geo-ruimtelijke informatie: curatie- en eigenaarschap?
  • Het ‘embedden’ van lokale experts/expertise?
  • Zorgen voor betrokkenheid: een ‘goodie bag’ wanneer je via foursquare incheckt in een hotel, een foto van de bibliothecarissen die twitteren via een bibliotheekaccount zodat hun tweets een gezicht krijgen (via hun initialen)

Sharing that level of information (engagement, humanity) is the key factor (Michael Stephens)

Informatiecreatieomgevingen

The Commons

A place where each person adds more value (Dr. Carol M. Rose)

Spaces with Heart (Michael Stephens)

Voorbeeld:

YOUmedia is an innovative, 21st century teen learning space housed at the Chicago Public Library’s downtown Harold Washington Library Center. YOUmedia was created to connect young adults, books, media, mentors, and institutions throughout the city of Chicago in one dynamic space designed to inspire collaboration and creativity.

Meer info: Hanging Out, Messing Around, and Geeking Out (Digital Youth Research)

User experience design is een breed veld dat put uit vele disciplines met inbegrip van, maar niet beperkt tot: interactie design, informatie-architectuur en visuele vormgeving.

Hoe communiceer je met je klant door middel van je inrichting / bewegwijzering / medelingsborden? Voer als bibliothecaris zelf een gebruiksvriendelijkheid audit uit en let daarbij op volgende aspecten:

Community
Creativiteit
Samenwerking
Nieuwsgierigheid
Connectiviteit

Voorbeeld: The Digital Media Lab van Skokie Public Library waar gebruikers met behulp van digitale media (de bibliotheek geeft hun de middelen en hulp) iets vertellen over hun familie(geschiedenis).

The term, participatory culture, is intended to contrast with older notions of media spectatorship. In this emerging media system, what might traditionally be understood as media producers and consumers are transformed into participants… (Jenkins)

Voorbeelden:

Leeromgevingen & nieuwe geletterdheid

We creëren betekenis en genereren kennis via onze ideeën en ervaringen. Leren is een zoektocht naar betekenis.

Learning 2.0 Program (de Nederlandse variant: 23 dingen):

I believe that this has been one of the most transformational and viral activities to happen globally to libraries in decades. (Stephen Abram)

Michael Stephens heeft onderzoek gedaan naar de waarde en het effect van dit Learning 2.0 Program in Australische bibliotheken.

Leren 2.0:

Just being nice and treating each other as human being (Michael Stephens)

What next?

Michael Stephens heeft de hele presentatie online geplaatst.

Nog een paar laatste opmerkingen van zijn kant:

  • We moeten leren loslaten, want het is te veel om te controleren. Dit accepteren is nodig om te kunnen doorgaan.
  • De jonge generatie leert om de advertenties op het web te filteren. Dus adverteren op social media heeft nog weinig waarde. Je zult je dus op een manier moeten neerzetten op social media die anders is dan reclame.
  • Een virtuele knuffel = ook een knuffel!

Michael Stephens over Amazon, e-books en de Openbare Bibliotheek

Na het gastcollege is Michael Stephens geïnterviewd voor de Digitale Bibliotheek. Er is mij verteld dat dit interview ook in geschreven vorm in het volgende nummer van het tijdschrift zal verschijnen.