2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


Een reactie plaatsen

Copyright en plagiaat: wat mag wel! #hhs25

Op 8 en 9 november vierde De Haagse Hogeschool haar 25-jarig bestaan met Think. Tijdens dat kennisfestival konden medewerkers en gasten deelnemen aan lezingen, masterclasses en workshops over allerlei onderwerpen. Op beide dagen was er ruimte voor entertainment in de vorm van ballet, cabaret en muziek. En de H/Olive Award (beste docent van het jaar) werd uitgereikt.

Vanuit de bibliotheek werden er op de 2 dagen 2 masterclasses verzorgd:

Wat is nieuw in de (digitale) bibliotheek waarbij we onze twee nieuwe zoeksystemen demonstreerdensimultaan zoeken in databanken en Find it @ H/Library.

Copyright en plagiaatwat mag wel! waarin ik zelf de deelnemers meenam in de wereld van het auteursrecht binnen het onderwijs.

Copyright (auteursrecht)  is een van de bekendste intellectuele eigendomsrechten. Zowel jij – als docent – als jouw studenten, hebben dagelijks te maken met auteursrechtelijk beschermde werken: boeken, artikelen, presentaties, afbeeldingen, video’s, enzovoort. Plagiaat is het ongeoorloofd gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken. In deze workshop leggen we uit hoe je geoorloofd gebruik maakt van auteursrechtelijk beschermde werken door middel van tips, tools en vuistregels. Kortom: wat mag wel!
En wat zijn de instrumenten om hergebruik van informatie te verantwoorden.

De deelnemers reageerden enthousiast op tips, tools en vuistregels de ik hun bood voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken, maar discussieerden ook verwoed mee over de  onmogelijkheden. Hieronder een reactie die ik via mail mocht ontvangen van één van de deelnemers:

Gedurende de lezing die mevrouw Liefsoens tijdens het festival gaf, loodste ze ons door deze onderwerpen heen door ons enerzijds de ingangen aan te geven naar bruikbare informatie over dit onderwerp, ook naar kopieerbare info en beeld- en geluidsbronnen en anderzijds piketpalen te slaan met gevarendriehoeken erop om de valkuilen aan te geven.

Piketpalen met gevarendriehoeken… een treffende beschrijving, die moet ik erin houden! Bedankt!

Omdat ik zelf aan de slag moest heb ik minder van de rest van het festival meegekregen dan ik wilde. Zo heb ik de twee keynote sprekers, Socioloog Frank Furedi en Sterrenkundige Vincent Icke gemist (hun lezingen zijn wel terug te zien op de festivalsite) en één van mijn lievelingsauteurs.

[tweet https://twitter.com/LeenLief/status/271613437812019200%5D

Maar ik heb wel een leuke lezing gevolgd rond het fenomeen ideeën aan de hand van sprekers van TED.com.

[tweet https://twitter.com/LeenLief/status/266491606809600002%5D

En genoten van de prachtige showRomeo en Julia‘ van het Scapino Ballet Rotterdam:

Afb006

En natuurlijk leuk dat het verjaardagsfeest van de HHs samenviel met mijn eigen verjaardag :)!

[tweet https://twitter.com/LeenLief/status/266953849087090689%5D


3 reacties

Studenten en hun ‘Personal Information Management’

2,5 maand geleden vertelde ik jullie dat ik mijn scriptie had ingeleverd en dat het wachten was op het verdict. Dat verdict is gevallen: 7,5/10 en het feit dat dat verdict mij de titel Master of Arts heeft opgeleverd is ook al uitgebreid gevierd: 2 weken geleden was mijn diploma-uitreiking en eergisteren heb ik mijn masterparty gehouden.

Tijdens deze party, die plaats vond in de Haagse Hogeschool – mijn werkplek en tevens de plek waar ik het onderzoek voor mijn scriptie heb uitgevoerd, heb ik een presentatie gehouden over mijn scriptie. In de inleiding daarvan gaf ik aan dat mijn scriptie niet alleen de afsluiting vormt van mijn masteropleiding Culturele Informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, maar dat het ook het slot is van een onderwijstraject dat in 2002 begon in het Belgische Genk. Dat traject is uiteindelijk een logische route gebleken – die je stap voor stap kunt nalezen in het voorwoord van mijn scriptie (de link vind je onderaan dit blogbericht) – langs mijn opleidingen (Initiatie + Graduaat Bibliotheekwezen, Informatie en Media, Culturele Informatiewetenschap) en mijn werkgevers (Zuyd Hogeschool, Avans Hogeschool, De Haagse Hogeschool) en heeft me dus uiteindelijk tot het onderwerp van mijn masterscriptie gebracht: Studenten en hun ‘Personal Information Management’.

De genodigden van mijn masterparty bestonden uit medestudenten en docenten van de opleidingen en collega’s van de werkgevers uit deze route. Dat was natuurlijk niet eenvoudig daar die route daadwerkelijk 289 kilometers beslaat en het om een doordeweekse werkdag ging. Het was dan ook geweldig dat mijn scriptiebegeleidster van Genk (Graduaat Bibliotheekwezen) helemaal uit België was gekomen om mijn feestje bij te wonen! En het was sowieso een zeer geslaagde party waarvan je hier enkele foto’s kunt bekijken (samen met de foto’s van de diploma-uitreiking anderhalve week eerder). Heerlijke Limburgse vlaai (die mocht niet ontbreken), een hapje & drankje en natuurlijk het super gezelschap hebben geleid tot een zeer gezellige middag! En achteraf zijn we met enkelen nog gaan tafelen bij het Indonesich restaurant Istana (de rijsttafel met vlees was heerlijk) waarbij de gesprekstof varieerde van Glee en Jeroen zijn schoenen tot het (on)nut van supportcalls bij het implementatieproces van databases in een discoverytool en het toverwoord Open Access (tja, informatie professionals onder elkaar hé).

Hieronder vind je de presentatie die ik tijdens mijn masterparty heb gegeven:

Even resumeren: Personal Information Management, kortweg PIM, heeft betrekking op zowel de dagelijkse praktijk van als het onderzoek naar activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden. Deze informatie is nodig om taken (studie-/werkgerelateerd of niet) te voltooien en om rollen en verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld als ouder, student, werknemer, vriend of lid van de gemeenschap) te vervullen.

In mijn masterscriptie ga ik dieper in op het begrip PIM. Allereerst heb ik gekeken naar de stand van zaken in de literatuur. Daarbij zijn de kernbegrippen en de onderzoeken naar PIM die al gepubliceerd zijn uitgebreid in kaart gebracht. Vervolgens worden de resultaten beschreven van een vragenlijst. Deze is ingevuld door 324 studenten van de Haagse Hogeschool waarbij de volgende onderzoeksvraag centraal stond: “Welke tools en strategieën hanteren studenten voor het bewaren, beheren en organiseren van hun studiegerelateerde informatie?

Uit de resultaten blijkt dat studenten nog veelal kiezen voor de traditionele tools en strategieën. Het lokaal opslaan van informatie wordt gebruikt als opslagmethode. Voor het organiseren en terugvinden van informatie wordt de hiërarchische aanpak gehanteerd. Studenten maken weinig gebruik van PIM tools zoals bibliografische software. Clouddiensten worden alleen ingezet bij het delen van informatie met anderen. De uitdaging die fragmentatie van informatie met zich meebrengt, zorgt voor weinig problemen bij de studenten. Toch is aandacht voor PIM in het onderwijs gewenst.

Mijn onderzoek betreft een eerste inventarisatie van studenten en hun PIM waarbij naar verschillende aspecten is gekeken. Voor vervolgonderzoek geef ik de aanbeveling om te kijken naar de plaats van PIM in het curriculum en in de lessen informatievaardigheden.

Mijn scriptie kun je downloaden via http://bit.ly/masterscriptieleen en is ook te vinden via UVA Scipties Online.


3 reacties

Heb jij talent voor informatiespecialist?

Waarom moeten jonge mensen kiezen voor het beroep informatiespecialist? Een essentiële vraag voor de IDM opleidingen in het land. En om deze vraag te beantwoorden hebben ze samen met het werkveld hun krachten gebundeld.  De site informatiespecialist.nu is al eerder in de ether gekomen, Edwin Mijnsbergen en Irma van Zanten – van Houts hebben er al over geblogd. Maar afgelopen week is de wervingscampagne die bij de site hoort van start gegaan.

Het belang van goede informatiespecialisten

De wereld staat bol van kennis en informatie. Maar het is een chaos. Bedrijven en organisaties zoeken naar manieren om die informatie te inventariseren en toegankelijk te maken. Orde scheppen in die chaos van documenten is een vak op zich. Goede ordeningen bedenk je namelijk niet zomaar even, je moet je hiervoor kunnen inleven in de gebruiker van de informatie. De opleiding tot informatiespecialist zorgt dat je daar handig in wordt. Je wordt specialist in het vindbaar en toegankelijk maken van informatie!Informatiespecialist.nu geeft een beeld van het vak informatiespecialist op MBO, HBO en WO niveau. Daarnaast geeft het inzicht in de diverse opleidingen tot informatiespecialist.


De website is een product van de Taskforce ArbeidsCommunicatie InformatieSpecialisten (TACIS), een op vrijwillige basis opererend platform van informatiespecialisten uit het werkveld en docenten aan de opleidingen tot informatiespecialist. Informatiespecialist.nu vormt een eerste stadium van de wervingscampagne van TACIS voor aankomende informatiespecialisten. Het tweede stadium bestond uit de verzending van een mailing naar alle scholen voor Voortgezet Onderwijs wat dus afgelopen week is gebeurd. Stadium 3 is toewerken naar een aandachttrekkende actie, waarin het belang van informatie centraal staat.

Imagocampagne: Hoe moet het wel!

Alhoewel wij allemaal vol passie en met plezier het vak uitoefenen, is het niet eenvoudig om jonge mensen ervan te overtuigen om voor dit vak te kiezen en een campagne op te zetten. Maar in plaats van kritiek te spuien, kunnen we beter onze krachten bundelen.

Dus of je nu bibliothecaris bent of archivaris, informatie-adviseur of documentalist: gil het van de daken dat je een kicken baan hebt.

Ik draag alvast graag mijn steentje (tevens via Opgemerkt en YouTube) bij! Je kunt er ook voor kiezen om TACIS te sponsoren. En oja wil je weten of jij bent weggelegd voor het vak, doe dan de test

 


Een reactie plaatsen

Op zoek naar het onzichtbare deel van de ijsberg

Diegene die mij via Twitter volgen weten ondertussen al dat ik niet meer alleen in de bibliotheek van de Haagse Hogeschool werk, maar dat ik sinds november 2011 ook een aantal uren per week voor IDM Den Haag werk. Voor het blok IDM-1 Deskresearch waren ze op zoek naar een tutor en Peter Becker (medestudent bij de UvA) heeft mij daarvoor aangedragen. Hij wist dat ik naast de 3 dagen per week in de bibliotheek nog wel een dagje extra wilde werken.

Bij IDM-1 Deskresearch draait het om het vinden, selecteren en bewerken van informatie. Studenten – en dat zijn niet alleen IDM studenten maar ook studenten van andere opleidingen die dit blok als minor volgen – voeren in groepjes een literatuuronderzoek uit. Ze mogen zelf kiezen voor welk internationaal bedrijf ze willen werken, maar de eigenlijke opdracht (informatievraag) krijgen ze te horen van de opdrachtgever (een docent die het bedrijf vertegenwoordigt). Het literatuuronderzoek bestaat uit het vinden van een aantal kwalitatieve bronnen die antwoord geven op de informatievraag en die worden beschreven en worden gestructureerd in een database.

Naast de bronnen en de database moeten de studenten ook aan de slag met een mindmap, een technische datadictionary, een zoekstrategie en een kostenberekening. De studenten krijgen daarbij les in communicatie, Negotiating the Query (gesprekken met de opdrachtgever), presentatievaardigheden, retrieval en onderwerpsanalyse, documentaire informatie, kostenberekening en databases.

Van tutor…

Als tutor (procesbegeleider) begeleidt ik een aantal groepjes doorheen het project. Ik geef feedback op hun plan van aanpak en heb wekelijkse gesprekjes met hen over het reilen en zeilen. Hoe gaat het met de samenwerking, het volgen van de colleges en de producten die moeten worden ingeleverd? Op het einde van het blok moeten de studenten ook een procesverslag schrijven die ik als tutor dan beoordeel.

Ter voorbereiding op het tutorschap kreeg ik veel tips van de ervaren tutoren binnen IDM en heb ik wat literatuur doorgenomen.

De effectieve projectgroepDe effectieve projectgroep by Klaas Schermer

De effectieve projectgroep geeft een goede onderbouwing van het leren werken en studeren in projectgroepen. Ik heb het gelezen naar aanleiding van tutoring binnen de opleiding IDM aan De Haagse Hogeschool. Het boek bevat praktische aanwijzingen en checklists, maar geeft tegelijk ook achtergronden en een degelijke onderbouwing.

Ik heb er vooral informatie uitgehaald met betrekking tot het helder krijgen van de projectopdracht, de projectproducten, evaluatie van het proces en wat er komt kijken bij het werken in een groep: groepsdynamica, besluitvorming, kwaliteitsbewaking, samenwerking, conflictaanpak, vergaderen, taakverdeling, planning. Tenslotte is er een apart hoofdstuk gewijd aan de begeleiding van projectgroepen.

De website www.effectieveprojectgroep.noordhoff.nl bevat voor studenten tools en extra aanwijzingen per hoofdstuk. Voor docenten staan er tips over de begeleiding en beoordeling van projectgroepen. Ikzelf heb vooral wat gehad aan de downloadbare informatie rond het samenwerkingscontract en het procesverslag.

reflecteren: de basisreflecteren: de basis by Mirjam Groen

Ik heb Reflecteren: de basis gelezen naar aanleiding van tutoring binnen de opleiding IDM aan De Haagse Hogeschool. Het is een volledig boek waarin zowel wordt ingegaan op de praktijk als de theorie van reflecteren. Groen hanteert daarbij een vlotte en actieve schrijfstijl.

Het boek is verdeeld in drie delen. In het eerste deel maakt de lezer kennis met reflecteren aan de hand van een praktijkvoorbeeld. In het tweede deel ‘Achtergrond’ gaat Groen in op de verschillende theorieën en modellen van reflecteren en in het laatste deel komt de praktijk van reflecteren aan bod.

Groen geeft daarbij de lezer veel handvaten door het gebruik van een stappenplan en voorbeelden van good en bad practice. Ook wordt er door middel van uitgebreide beschrijvingen aandacht besteed aan hulpmiddelen en werkvormen voor reflecteren.

Voor het projectwerk en het bijbehorende plan van aanpak wordt het boek Projectmanagement van Grit voorgeschreven aan de studenten.

Mijn eerste stappen als tutor in blok 2 zijn prima bevallen. Ik had 7 leuke groepjes en ze hebben allemaal het blok gehaald. Ook deze weken, IDM-1 Deskresearch wordt ook in blok 3 gegeven, ben ik weer tutor voor 8 groepjes. Ik heb er deze keer voor gekozen om de studenten te laten werken met een wekelijks logboek, als voorbereiding op het procesverslag. En zet hun wat eerder aan om na te denken over de beroepstaken en hun leerdoelen.

…via opdrachtgever…

Daarnaast mocht ik in dit blok ook aan de slag als opdrachtgever. Ik vertegenwoordig de internationale bedrijfjes die de groepjes hebben uitgekozen en heb voor elk van hen een informatievraag bedacht. Zo is er een groepje die voor Warner Bros literatuur zoekt rond het opzetten van een filmarchief, Disney wil informatie rond mediawijsheid, Ikea wil aan de slag met dashboarding voor het monitoren van social media en Facebook vraagt zich af of ze een eigen mobiele telefoon moeten ontwikkelen om zo de controle te houden over hun eigen mobiele toepassingen. Het bedenken van die informatievraag, maar ook de wekelijkse gesprekken met de groepjes waarin ze informatie verzamelen om de informatievraag helder te krijgen, vergt creativiteit en flexibiliteit. De eerste resultaten in vorm van een tussenproduct zijn al binnen. Over een paar weken volgt de presentatie waarin de studenten hun eindproduct presenteren. Het is een uitdaging om de studenten aan te sporen, te voorzien van feedback, maar hun ook uit te dagen om zelf met ideeën te komen rond hun literatuuronderzoek en het bouwen van de database.

naar docent ;)

Over een paar weken zit IDM-1 Deskresearch er voor dit schooljaar op. Maar dan wacht mij een nieuwe uitdaging. Ik mag namelijk in blok 4 het vak Gebruikersinstructie gaan doceren. Dit vak vormt een onderdeel van het blok IDM-5 Mediamanagement waarin de studenten aan de slag gaan met het toegankelijk maken van beeldmateriaal. Studenten leren dit materiaal te voorzien van een inhoudelijke beschrijving en ze toegankelijk te maken voor de gebruiker. Marketen van producten rond dit beeldmateriaal en het instrueren van gebruikers hoe ze informatie rond dit beeldmateriaal moeten zoeken, vormen ook een onderdeel van het leerproces binnen dit blok.

En zo ga ook ik, net als de studenten in IDM-1 Deskresearch, op zoek naar het onzichtbare deel van de ijsberg. Zij naar kwaliteitsvolle bronnen in die grote informatiemassa en ik naar uitdagingen en mijn kwaliteiten als student assistent / docent binnen IDM Den Haag. Word vervolgd…


1 reactie

#idmdhconf12 Het kan! Maar mag het ook?

In 2010 volgde ik het jaarlijkse congres van IDM Den Haag vanuit mijn luie stoel thuis, niet wetende dat ik het twee jaar later IRL zou meemaken als medewerker van de Haagse Hogeschool, maar vorige week vrijdag was dat dus wel het geval. Dit jaar was het thema ‘de ethische en juridische aspecten van de informatievoorziening‘ en de titel van het congres werd afgeleid van het boek ‘Dat kan niet en dat mag niet‘ van Jos van Dijk. Als afscheidnemende docent van IDM Den Haag was hij één van de sprekers.

Is er dan geen privé meer?

Maar de eerste presentatie was van Marcel Becker – universitair docent Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Letteren – die gepassioneerd sprak over zijn vak informatie-ethiek. Hij begon met te vertellen dat we algemeen geldende normen kennen in onze samenleving zoals niet liegen en respect voor elkaar tonen, maar dat die normen door iedere beroepsgroep anders worden ingevuld en we zo dus komen tot specifiek voor een beroepsgroep geldende normen (een beroepscode).

Daarna ging hij over op het filosofisch begrip ‘informatisering van ons wereldbeeld’ – macht, wetenschap en producten worden tegenwoordig in termen van informatie beschreven. Dit heeft tot gevolg dat er een cirkelbeweging ontstaat: in de ethiek willen we de ontwikkelingen beoordelen… die onze oordelen beïnvloeden. Als voorbeeld schetste hij zijn eigen huiskamer: met zijn allen gezellig op de bank (= intiem), zoonlief msn’t wat er gebeurt (=niet intiem), maar vader mag niet lezen wat zijn zoon schrijft aan zijn vrienden (= intiem). Begrippen als intimiteit, intellectueel eigendom, privacy en vriendschap krijgen dus een andere betekenis onder invloed van de veranderende informatiewereld.

Naast dat we de vraag over goed & kwaad anders invullen, moeten we door deze verandering ook nieuwe vaardigheden aanleren: we moeten ons instellen op nieuwe situaties zoals het veranderend onderscheid tussen publiek en privé, dat was ooit een fysiek onderscheid (binnen versus buiten de muren), maar nu verricht je in een private omgeving (thuis op de bank achter de pc) een publieke handeling (forum/mail). Dwingt ons dat niet tot geremdheid? Is er dan geen privé meer? Tegenwoordig is transparant de norm (met de overheid als aanstoker) en wek je juist achterdocht met je afgesloten facebook pagina.

Becker kwam tenslotte uit bij het begrip ‘The Filter Bubble‘ van Eli Pariser (zie de TEDtalk hieronder, een aanrader) en het point to point model van Bart Jacobs. Dit model waarin informatie op maat wordt aangeleverd is effectiever dan het voorheen heersende broadcast model, maar het zorgt ook dat iedereen op informatie-eilandjes belandt. Dat dit niet zo goed is voor de maatschappij – het leidt tot individualisering en het verdwijnen van publieke ruimte – zijn meer mensen met Becker eens en wordt tot uiting gebracht in de reacties op het nieuwe privacybeleid van Google.

Ubuntu

Door vanuit een sociologische invalshoek te kijken wat de beroepsethiek bijdraagt aan de praktijk nam Jos van Dijk ons mee op een reis die ons via ‘de moraal op zee‘, Ubuntu (een mens is een mens door andere mensen – je bent deel van een groter geheel), The Golden Rule (Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet),  de filosofie van The Commons bracht bij zijn eindoordeel over onze verantwoordelijkheid als informatie professional.

Want in het artikel ‘Verantwoordelijkheid over persoonsgegevens vereist privacybeleid : anonimiteit van bibliotheekgebruikers onderzocht’ (InformatieProfessional (3) 2008, p. 22-25) schetsten Marian Koren en Tessie Schepman nog een verontrustend beeld over hoe bibliotheken omgaan met de privacy van hun gebruikers. Is dat nu anders vraagt Van Dijk zich af. Het antwoord krijgt hij door die enkele vinger (er waren tegen de 100 aanwezigen) die omhoog gaat in het publiek als reactie op zijn vraag: ‘Weten jullie het privacybeleid te vinden van jullie organisatie?’

De principes achter ‘de moraal op zee’, gemeenschapszin en wederkerigheid vormen de achtergrond van ethische normen. Maar de Amerikaanse presidentskandidaat Ron Paul, die deze waarden gebruikt in zijn campagne, wordt niet echt serieus genomen. En ondanks de groeiende Commons beweging zijn er genoeg voorbeelden van onverantwoordelijke organisaties die bij hun ontwerpplannen niet nagedacht hebben over de privacy gevolgen, Google is met Streetview er daar één van. Bibliotheken nemen wel degelijk hun verantwoordelijkheid wat betreft de privacy van onze gebruikers getuigt de USA patriot act warning, maar houden we ook rekening met die privacy bij het ontwikkelen van informatiesystemen en -diensten? De Nederlandse werknemer verliest dagelijks 8% van zijn werktijd aan slecht functionerende ICT en gebrekkige digitale vaardigheden. Van Dijk stelt ons informatie professionals verantwoordelijk voor die gebrekkige digitale vaardigheden. We moeten dus meer nadenken over wat mensen doen met de techniek die we ontwikkelen, over the ethics of technological risks. De handvatten daarvoor zijn:

  • Integriteit = doing the right thing when no one is watching… maar iedereen zal het waarderen en het levert je winst op omdat je dan meer vertrouwen kunt genieten
  • Onpartijdigheid = respect hebben voor de autonomie van de informatiegebruiker
  • Serendipiteit = factor voor creativiteit en innovatie
  • Beroepscode/privacybeleid = dynamisch en gezamenlijk ontwikkeld/uitgesproken

Een kwestie van afwegen van belangen…

Als laatste spreker ging Mark Jansen van Dirkzwager advocaten in op de juridische aspecten van de informatievoorziening. Hij begon met een inleiding op het auteursrecht en het databankenrecht.

Ondanks dat dat voor mij absoluut geen nieuwe thema’s waren, kon Jansen mij wel prikkelen door zijn voorbeelden uit de praktijk. Hij gaf aan dat ondanks dat iedereen makkelijker denkt over informatiegebruik, de wet nog steeds heel streng is. En dat lobbywerk en verstrengelende belangen achter het feit zit dat er nog niets verandert is aan het principe dat het downloaden van illegaal geüploade muziek onder de uitzondering privékopie valt. Dat de Autotrack en Gaspedaal procedure al jaren loopt omdat de term ‘substantiële investering‘ bewust vaag wordt gehouden in de wet. Het gaat namelijk telkens om het afwegen van belangen door de rechter.

Tenslotte ging Jansen in op het begrip privacy. Hij vroeg zich daarbij af of het taggen van anderen op een sociaal netwerk onder ‘een persoonlijk doel’ valt. De Wet bescherming persoonsgegevens is namelijk niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens “ten behoeve van activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden”. Wil je zelf zeker weten dat je de privacy van een ander niet schendt, doe dan de privacycheck, maar Jansen waarschuwt: er zijn er niet veel die de check doorstaan. Jansen kon ons ook nog vertellen dat er een herziening van het privacyrecht in aankomst is en dat het nieuwe privacybeleid van Google wel degelijk juridisch onder de loep wordt genomen.