2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


3 reacties

Het moet wel ergens over gaan

Op 10 november nam prof. dr. John Mackenzie Owen afscheid van de Universiteit van Amsterdam.

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek?

Peter Becker en ik hadden de eer om in het aan het afscheidscollege voorafgaand symposium ‘Wat doen die boeken in de bibliotheek’ een presentatie te geven waarin we verteld hebben over ons in het voorjaar uitgevoerde onderzoek. In mijn vorige blogposts hierover lees je meer over dit onderzoek:

Hieronder onze presentatie:

Wat doen studenten nu eigenlijk in de bibliotheek? on Prezi

In het decembernummer van de InformatieProfessional zal een samenvatting van ons rapport te lezen zijn met een link naar de URL waar je het hele rapport kunt downloaden.

Na onze presentatie volgden nog 2 andere presentaties en een panel.

Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?

Allereerst gaf Henk Voorbij een antwoord op de vraag ‘Wat hebben we nu nog aan trefwoorden?’ Voorbij stelt vast dat het gebruik van trefwoorden zeer laag is en kijkt daarbij naar een aantal p’s:

  • Hebben we trefwoorden wel nodig –> p van product
  • Zijn we in het bezit van de vaardigheden die we nodig hebben bij het zoeken met trefwoorden –> p van promotie
  • Hoe wordt het zoeken met trefwoorden gepresenteerd in de systemen –> p van prijs

En dat laatste is nou net 1 van de problemen:

  1. Het zoeken met trefwoorden wordt in de meeste systemen niet goed geprofileerd. Een uitzondering hierop is de Aquabrowser waarbij je links een trefwoordencloud hebt met daarbij thesaurustermen in opgenomen en je aan de rechterkant je zoekresultaten kunt verfijnen a.h.v trefwoorden.
  2. Meestal worden er te globale trefwoorden gebruikt waardoor het probleem ruis dat door trefwoorden juist moet worden opgelost niet wordt voorkomen.
  3. Trefwoorden hebben dus niet genoeg meerwaarde voor de gebruiker van zoeksystemen.

Wat doen die archieven bij informatiewetenschap?

Theo Thomassen schetste de geschiedenis van de opleiding archiefwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. En ging daarbij vooral in op de samenwerking met de opleiding Culturele Informatiewetenschap en de organisatorische rompslomp die herpositioneringen met zich mee namen.

Archiefwetenschap is een autonoom onderdeel geworden van de informatiewetenschappen en had deze herpositionering nodig omdat het geen relatie meer kende met geschiedkunde (waar het voorheen onder viel) maar dichter naar de informatiedisciplines was toegegroeid. Het was nodig om onderwijs en onderzoek samen te gaan ontwikkelen met de Culturele Informatiewetenschap om zo een community van onderzoekers te creëren. De positie van Archiefwetenschap en Culturele Informatiewetenschap onder de Geesteswetenschappen is duidelijk: archiefwetenschap en informatiewetenschap gaat niet alleen over informatie maar vooral ook over mensen.

John Mackenzie Owen heeft een groot aandeel gehad in deze processen door de opleidingen vanbinnen uit te ontwikkelen en te reageren op van buiten uit aangedreven herpositioneringen.

Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening en zijn universiteitsbibliothecarissen nu ijsboeren of kalkoenen?

In het panel zaten volgende deelnemers:

  • Leo Plugge (SURF)
    Plugge gaf aan dat de vraag die we ons moeten stellen is ‘Hoe organiseren we de wetenschappelijke informatievoorziening?’ en refereerde naar uitspraken die SURF heeft gedaan in 1991 (WTR trendrapport) en 1995 (De grensverleggende bibliotheek) waarbij werd aangegeven dat UB’s en HBO bibliotheken niet mochten achterlopen op de ontwikkelingen, ze hun toegevoegde waarde moesten duidelijk maken, anders zouden ze de boekmusea van de 21ste eeuw worden en dat er één Virtuele Wetenschappelijke Bibliotheek moest komen (hé waar hebben we dat meer gehoord ;-) ?). Anno 2011 hebben we DANS, NARCIS, de HBO Kennisbanken mooie bibliotheekgebouwen maar nog steeds geen nationale virtuele bibliotheek maar wel 14 verschillende UB portalen (die allemaal een doorgeefluik vormen naar dezelfde informatieportalen van uitgevers). Dus is het volgende een voorspelling of al uitgekomen?:

    The academic library has died. Despite early diagnosis, audacious denial in the face of its increasingly severe symptoms led to its deterioration and demise. The academic library died alone, largely neglected and forgotten by a world that once revered it as the heart of the university.
    (Academic Library Autopsy Report, 2050 door Brian T. Sullivan)

  • Nol Verhagen (UBA)
    Verhagen refereert naar het artikel ‘Bijna uitgeleend‘ van NRC waarbij universiteitsbibliotheken worden vergeleken met ijsboeren. Het gaat erom of we paradigmaverschuivingen overleven: van handschrift naar boek, van unicum naar massaproduct, van analoog naar digitaal, van afnemen naar producent en van boekentoren naar learning centre. Maar Verhagen zegt dat we echt niet hebben lopen slapen, bewijzen volgende ontwikkelingen: van kaartcatalogus naar OPAC, van print-only naar e-only, van small deal naar big deal, van stand alone naar consortium en van NCC naar Worldcat.
  • Kurt de Belder (UB Leiden)
    Ook Kurt de Belder refereerde naar hetzelfde artikel uit NRC maar vroeg zich niet af of we ijsboeren zijn maar: ‘ Zijn we de kalkoen of hebben we een plek aan de tafel tijdens het kerstdiner’. Hij geeft voorbeelden waarom het laatste het geval is: de UB statistieken geven aan:  drukker dan ooit – langer open dan ooit – hogere uitleencijfers – meer zoekacties in de catalogus –  meer zoekacties in databases – meer downloads artikelen, profilering van de wetenschappelijke informatievoorzieningen: Virtual Learning Environments – omvorming van de archieffunctie van de universiteit, profilering als partner in onderzoek: gecertificeerde informatie / informatie op maat – Virtual Research Environments – datalabs – systemen in de cloud – auteursrechteninformatiepunt – impact analyses & advies – informatie voor visitaties – ondersteuning e-research via data curation en text & datering, en profilering als partner in onderwijs: digitale en fysieke faciliteiten – gecertificeerde informatie – virtuele informatiebalies – repositories – digitale informatievaardigheden cursussen.
  • Hans van Velzen (OBA)
    Ook bij de Openbare Bibliotheek van Amsterdam zijn veel studenten te vinden. Van Velzen constateert dat er veranderingen plaats vinden in aanbod / zoeken / gebruik, namelijk van doelgericht naar ongericht. De gewenste wachttijd is maar 10 seconden. Hij benoemt volgende nieuwe functies voor de openbare bibliotheek: studiehuis (werkplekken, vooral in de vakanties), gids in medialand (23 dingen, digitale maand), ontmoetingsplek (bibliotheek is meest bezochte culturele voorziening), integratie en participatie (bibliotheek draagt bij aan culturele participatie en wordt bezocht door alle culturen, dus goed voor de integratie). Het boek is nog steeds belangrijk, maar niet meer uitsluitend. Een hybride bibliotheek is de oplossing.

Alhoewel Nol Verhagen en Kurt de Belder mooie voorbeelden gaven over het beleid en de voorzieningen van de universiteitsbibliotheek vond ik de boodschap van Leo Plugge een krachtige. Er is dan wel een consortium maar mijn onderbuikgevoel zegt dat we nog meer uit samenwerking kunnen halen. Ondanks dat een onderbuikgevoel meestal niet op feiten is gebaseerd (sorry John) ben ik bevooroordeeld door ons onderzoek waarin ik persoonlijk neig naar visie 1 (maar ook dat is waarschijnlijk gebaseerd op een onderbuikgevoel om de cirkel maar rond te maken).

Tenslotte enkele reacties van publiek/panel:

  • Uiteindelijk maakt het niet uit of de studenten weten dat al deze mooie voorzieningen/faciliteiten/dienstverlening door de bibliotheek worden aangeboden.
  • De gebruikerscijfers zeggen genoeg en worden steeds belangrijker in de besluitvorming.
  • We gaan teveel uit van de klassieke bibliotheek.
  • We (de universiteitsbibliotheken) zijn en onderdeel van een instelling en we moeten gezamenlijk met deze instelling beleid voeren gericht op het ondersteunen van onderwijs en onderzoek.

Afscheidscollege John Mackenzie Owen: het moet wel ergens over gaan!

In de namiddag was het dan zover. John Mackenzie Owen begon zijn afscheidscollege met het afleggen van zijn toga. Hij behandelde daarna 3 onderwerpen: (1) de invloed van technologie op onze maatschappij en de informatievoorziening, (2) de geesteswetenschap en (3) wat informatiewetenschap te bieden heeft.

In juni 1983 voorspelde Mackenzie Owen het technologisch einde van de bibliotheek. Hij claimt dan nu ook – gebaseerd op zijn bevinden toen en wat we nu weten – het intellectuele eigendom van de iPad (Way to Go John!). Maar hij kon toentertijd niet bevroeden hoe groot de impact zou zijn van de technologische ontwikkelingen specifiek op het gebied van verbindingen (het wereldwijde web). De doorslaggevende ontwikkeling was dan ook de verandering die in het gedrag van de gebruikers heeft plaats gevonden. De vanzelfsprekendheid waarmee gebruikers omgaan met de technologische ontwikkelen en de vaardigheid waarmee ze deze technologische ontwikkelingen hanteren zijn verbluffend!

IS er sprake van technologisch determinisme? Technologie krijgt antropologische vormen… maar de waarheid ligt altijd in het midden: technologie is geen tovenaarsleerling en geen actor of agent… maar wel een verleider: het is moeilijk de mogelijkheden van de technologie te weerstaan en we nemen het over zoals het ons wordt aangeboden (door diegene die er geld mee verdienen). Anderzijds oefent de samenleving wel degelijk invloed op de technologische ontwikkelingen.

Mackenzie Owen vindt dat hij gelijk heeft gekregen met zijn voorspelling in 1983: de wetenschappelijke bibliotheken van toen bestaan niet meer. We hebben maar weinig waarde weten toe te voegen als je ons vergelijkt met wetenschappelijke uitgevers. Oorspronkelijke functies zoals ontsluiten en bewaren hebben plaats gemaakt voor licentiebeheer en authenticatie.

Maar… welke uitspraken mag je nou doen als wetenschapper? De basiseigenschap voor wetenschap is volgens John dat het wel ergens moet over gaan. “Het weten” (vermeerderen van de kennis van de wereld) gaat altijd aan “het begrijpen” (vermeerderen van het begrip van de wereld) vooraf. Wetenschap is geen literatuur, dus zeggen wat je er van vindt (zoals in de literatuur gebeurt) is geen taak van de wetenschap. Bij geesteswetenschap gaat het om producten van de geest en om de wereld zoals ie is, daarom moet geesteswetenschap altijd empirisch (gebaseerd op feiten en data) zijn. Mackenzie Owen houdt dus een pleidooi voor: met de beide voeten op de grond, minder onderzoeker meer onderzoek en dat de geesteswetenschap een bijdrage moet leveren aan maatschappelijke problemen.

Mackenzie Owen noemt de sluiting van het Tropenmuseum in een tijd van oplevend nationalisme meer dan symbolisch omdat het museum juist informatie bevat over de periodes dat Nederlanders allochtonen waren in verre werelddelen. Hij pleit er dan ook voor om informatiesystemen meer aan onderzoek te onderwerpen en vooral de rol die informatiesystemen spelen: hoe er gebruik van wordt gemaakt en hoe informatie gemanipuleerd wordt. Hij besluit zijn afscheidscollege met 2 uitspraken, de eerste is van Thomas Jefferson: “…wherever the people are well informed they can be trusted with their own government…”

En zoals ik hem ken als echt docent geeft John nog 1 laatste advies: “There are no promises, but the world is waiting for you to go out and explore [...] build, therefore, your own world” (Ralph Waldo Emerson) … “maar hou je wel aan de feiten” (John Mackenzie Owen)!

Míjn voorspelling (zie laatste zin van artikel uit IP 2011 nr. 9) is ook uitgekomen: het was een bescheiden provocerend afscheidscollege! Bedankt John voor al je inspiratie!


Een reactie plaatsen

Continue toegang tot Cultureel Erfgoed

De laatste weken hebben we tijdens de module Information Retrieval kennis gemaakt met drie CATCH projecten. CATCH staat voor Continuous Access To Cultural Heritage en is een onderzoeksprogramma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

BRIDGE : Building Rich Links to Enable Television History Research

Television is no longer an independent entity. Broadcasting companies are now platforms and providers of multimedia information. The traditional TV archive is being extended to include other sources so that a meaningful web of information can be realised. The aim of the BRIDGE project is to generate automatic links and associations between sources related to a television archive.
BRIDGE is a project of the University of Amsterdam, Utrecht University and the Netherlands Institute for Sound and Vision.

Jasmijn van Gorp vertelde ons over BRIDGE. Het doel is een zoeksysteem te bouwen voor het exploratief zoeken in de archieven van Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid door televisiewetenschappers. Dit wordt in 3 stappen gedaan:

  1. Onderzoek heeft zelf de zoekinterface getest en werd daarbij geobserveerd (pre-pilot)
  2. 22 media studenten hebben de interface getest
  3. Een nieuwe interface bouwen: interviews en discussies met 30 media experts

Voor de eerste stap (pre-pilot) was het onderzoeksonderwerp Joegoslavische migranten in Nederland en werden volgende onderzoeksmethoden gebruikt: luidop nadenken, opnemen van het scherm, analyseren van de data van de browser (browser gedrag) en de onderzoeker moest een aantal vragen beantwoorden.

Het doel van de tweede fase was kijken hoe gebruikers omgaan met de zoekinterface: of het goed werkt en of het verbetert kan worden. 22 eerstejaars studenten moesten 3 zoekopdrachten uitvoeren en daarna vragen beantwoorden waarbij ze de zoekinterface evalueerden. 5 studenten vonden geen enkel goed resultaat en geen enkel student vond 5 goede resultaten per zoekopdracht. De zoekinterface kreeg net geen voldoende van de studenten. Ook werd vastgesteld dat de studenten die snel de zoekopdrachten uitvoerden vooral geen goede resultaten vonden en de studenten die er de tijd voor namen om de zoekopdrachten uit te voeren wel de goede resultaten vonden. Daarnaast kwam aan het licht dat sommige metadata belangrijker waren dan andere en dat het doel was om juist die belangrijke metadata goed te integreren in de zoekinterface. Je kunt meer lezen over deze tweede fase van het onderzoek in ‘Exploratory Search in an Audio-Visual Archive: Evaluating a Professional Search Tool for Non-Professional Users‘.

Voordat er werd begonnen aan het bouwen van de nieuwe zoekinterface werden er andere media onderzoekers bevraagt over hun ervaring met zoekmachines, hun behoeften en in welke fase hun onderzoek zat. Uiteindelijk werd MeRDES gebouwd (Media Researcher Data Exploration Suite): een zoekmachine met meerdere dimensies in data en visualisaties. MeRDES geeft resultaten visueel weer via genretaarten, tijdslijnen, woordenclouds, geografische kaarten en verschillende grafiekvormen. MeRDES werd getest door 25 media onderzoekers waarbij werd gekeken of deze dimensionale zoekinterface exploratief zoeken beter ondersteund dan een eenvoudige zoekinterface.

In de toekomst willen ze MeRDES nog gaan uitbreiden door het linken van televisiegidsen met de programma’s in de databank, het toevoegen van rating mogelijkheden en het koppelen van nieuwsfeiten (NRC Handelsblad) met programma’s zodat er naast de dimensionale zoekinterfase een verrijkte omgeving ontstaat.

WITCHCRAFT: What is topical in Cultural Heritage: content-based Retrieval Among Folksong tunes

The WITCHCRAFT project sets as its objective to develop a fully-functional content-based retrieval system for large amounts of melodies stored as audio and notation, building on the best practices of Music Information Retrieval research. The project can have an impact on MIR research by providing insight into the modeling of high-level musical features, by setting a standard to compare future systems against, and by creating tools, data and evaluation methods that can be used in other MIR research projects.
WITCHCRAFT is a project of the Utrecht University, theMeertens Instituut and the Theater Instituut Nederland.

Wat het project WITCHCRAFT inhield werd ons verteld door Peter van Kranenburg.

Music Information Retrieval is interdisciplinair en behelst dus verschillende gebieden: representatie, retrieval, indexeren, classificeren, etc. Muziek kent verschillende representatievormen: symbolisch (rijtje akkoorden weergegeven als tekst), audio (muziekfragmenten), visueel (partituren), metadata (gegevens over muziek).

In Music Informatieon Retrieval kunnen releatief eenvoudige problemen al worden opgelost, maar oplossingen voor problemen van een hoog niveau vallen buiten de huidige state-of-the-art. Een voorbeeld van zo’n probleem van hoog niveau is het leggen van relaties tussen  werken met hetzelfde thema (cultuurgeschiedenis), dus liedjes die doorheen de tijd over hetzelfde onderwerp gaan met elkaar koppelen.

Verder lezen over Music Information Retrieval:

Het doel van WITCHCRAFT is het ontwikkelen van een music retrieval systeem voor melodieën van volksliederen. De Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut bevat 2 collecties met volksliederen: Onder de groene linde en Collectie Harrie Franken. Om uit deze collecties aan elkaar gerelateerde melodieën te halen (dus volksliederen met dezelfde melodiefamilie maar waarvan de uitvoeringen en teksten door de tijd zijn verandert) is het nodig om een zoekmachine te bouwen die ‘oral transmission’ onderzoek mogelijk maakt. Dit kan door middel van ‘afstemming’ aan de hand van volgende criteria:

  • Ritmische gelijkenissen
  • Vergelijking ‘belangrijke’ noten
  • Kijken naar mogelijke vermindering / vermeerdering

Daarnaast kan melodieuze gelijkenis afhankelijk zijn van verschillende dimensies:

  • Ritme (per zin / voor de hele melodie)
  • Contour (per zin / voor het hele melodie)
  • Motieven
  • Tekst

Om melodieën via een zoekmachine te vergelijken moet er gekeken worden hoe een melodie kan worden gerepresenteerd in symbolen en waaruit de vergelijkenissen en verschillen bestaan wat betreft bovengenoemde dimensies in deze symbolen.

Het experiment binnen WITCHCRAFT is uitgevoerd met 360 zoekvragen in de vorm van melodieën, 26 melodiefamilies en 4830 liedjes.

Meer lezen over dit experiment: Final report of CATCH project WITCHCRAFT.

MuSEUM: Multiple-collection Searching Using Metadata

MuSeUM addresses the prototypical problem of a cultural heritage institute with the ambition to disclose all of its content in a single, unified system. Institutes use various systems, each dealing with a small part of the collection, constructed for different purposes, in different times, by different people, working in different traditions, based on different design principles, with different access methods, etcetera. This project will investigate theoretically transparent ways of combining modern information retrieval methods based on statistical language modeling with varying amounts of metadata and non-content features.
MuSEUM is a project of the University of Amsterdam, the Gemeentemuseum Den Haag, the Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie and the Municipal Archives Rotterdam.

Onze docent, Marijn Koolen, was één van de onderzoekers van MuSEUM en hij vertelde over zijn rol binnen het onderzoek.

Het idee achter MuSEUM is dat er veel erfgoedinstellingen (musea) heel veel databases hebben die heel heterogeen zijn maar vaak over hetzelfde gaan, hoe ga je nou met één systeem in al die databases zoeken en items die over hetzelfde gaan aan elkaar koppelen? Het gaat daarbij om rijke collecties waarvan de metadata omschreven is in verschillende standaarden en beschrijvingen, soms incomplete informatie bevat en waarvan de toekenning van trefwoorden en het classificeren subjectief is. Een ander issue is dat niet alle metadata openbaar mag worden gemaakt. Velden met kunstwaarden, verzekeringsgegevens en de plaats van het kunstobject mogen niet zomaar in de zoekresultaten tevoorschijn komen, dus zomaar alle metadata uit de databases halen en in een index stoppen kan niet. Deze informatie moest dus gelabeld worden waardoor er een scheiding werd gemaakt tussen gevoelige en niet-gevoelige informatie. Hiermee is het onderzoeksteam 6 maanden mee bezig geweest omdat dit handmatig moest gebeuren. Daarna hebben ze testcollecties gebouwd, search requests en relevance judgments voor de verschillende (delen van de) collectie en voor verschillende zoektaken en verschillende typen gebruikers opgesteld en known-item queries (queries per databases: objecten, bibliotheek en archief) geformuleerd.

Het ging hierbij om de databases (Adlib) van het Gemeentemuseum Den Haag. Daarom gingen we met de klas ook een kijkje nemen in dit museum en kregen we daar een presentatie van Vincent de Keijzer over het eigenlijke zoeksysteem dat is gebouwd. Het zoeksysteem dat theoretisch is bedacht moet natuurlijk ook echt gebouwd worden. Het moet een gebruiksvriendelijk en simpel zoeksysteem worden. Zoals aangegeven doorzoekt het systeem verschillende databases: museumcollectie (gedigitaliseerde objecten, bv. foto’s van de museumstukken en metadata over deze objecten), bibliotheek en archief. Belangrijk is daarbij dat er relaties worden gelegd tussen deze 3 collecties. Door op een Google-achtige manier doorheen de 3 systemen te zoeken (eenvoudig zoeken) maar daarnaast ook optimaal gebruik te maken van de zoekmogelijkheden van de 3 systemen apart (zoeken op specifieke velden, geavanceerd zoeken) kunnen resultaten uit de 3 systemen aan elkaar gekoppeld worden. Bijvoorbeeld: wanneer je objecten zoekt rond de Haagse School dan zal je niets vinden als je alleen in één database zoekt (omdat die niet dit soort metadata bevat), maar door de koppeling met andere databases (zie hierboven) kunnen alle objecten juist wel naar boven gehaald worden.

De opbouw van het zoeksysteem is als volgt:

  • MuS = eerste grove zoekactie op zoek naar bronnen
  • O_og = tools voor verdere bewerking zoekresultaat
  1. Er wordt door alles gezocht op zoek naar het PID (het unieke ID nummer van objecten) van objecten die voldoen aan de zoekvraag –> MuS index alle xml (eenvoudig zoeken)
  2. Er wordt door alles gezocht aan de hand van de Dublin Core descriptoren (creator, contributor, publisher, title, description, subject, coverage, date, type en format) –> MuS index DC (geavanceerd zoeken)
  3. Er wordt door alles gezocht aan de hand van specifieke velden: wie, wat, waar, wanneer en hoe –> MuS index WWWH (geavanceerd zoeken).
    In de zoekopdracht geeft de zoeker aan de hand van kleuren aan waarop de zoekwoorden betrekking hebben:
  4. Er wordt gekeken naar de relaties tussen de verschillende databases. Hierbij wordt gekeken naar in welke velden die relaties zitten. –> MuS index relaties
  5. Daarna wordt de ranking toegepast:
    a = MuS index alle xml –> lijst relevante PIDs
    b = MuS indexen WWWWH/DC –> lijst relevante PIDs
    * = MuS index relaties –> PIDs van relevante records EN all gerelateerde PIDs van die records
    a* en b* = # (MuS Ranking) –> a : b
    En uiteindelijk komen er dan twee lijsten uit: a*# en b*# waarbij a*# geen rekening houdt met WWWH/DC (eenvoudig zoeken) en b*# hier wel mee rekening houdt (geavanceerd zoeken)
  6. Daarna moeten de resultaten nog gefilterd worden (zie het label proces hierboven gevoelige / niet-gevoelige informatie) voordat de resultaten getoond kunnen worden:
    – geen objectbeschrijving (maar wel aangeven dat er x objecten zijn die aan de zoekvraag voldoen)
    – volledige objectbeschrijving
    – deels beschikbare objectbeschrijving
    De filter wordt daarbij alleen toegepast op de objectbeschrijvingen, dus het zoeken gebeurt wel full-text maar bij het tonen van de objectbeschrijvingen wordt gekeken naar de policy van individuele instellingen.
    De reden om van de resultaten die wel aan de zoekvraag voldoen maar waarvan geen informatie naar buiten mag komen wel het aantal te tonen is om het doel van het project (zie hierboven) waar te maken: om ALLE objecten die over hetzelfde gaan bij elkaar te kunnen brengen. Als je bijvoorbeeld een tentoonstelling rond Art Deco wilt organiseren kun je zien wat het totaal aantal objecten rond Art Deco zijn en kun je met de desbetreffende instellingen contact opnemen om afspraken te maken voor de tentoonstelling. Zo is het mogelijk om werkgroepen (over alle instellingen heen en niet alleen medewerkers van de instellingen maar ook onderzoekers en andere gebruikers) te creëren die rond een bepaald thema kunnen werken (en dan vooral die thema’s die door tijdgebrek door de instellingen zelf nog niet zijn aangepakt) .

De zoekmachine zal een thematische opbouw krijgen waardoor eindeloze selectie mogelijk is. Dit is ook de manier waarop de collectie van het Gemeentemuseum wordt gedigitaliseerd (wordt per thema aangepakt).

Bij het bouwen van het zoeksysteem wordt gebruik gemaakt van open source software: Drupal en Solr. Dit om afhankelijkheid van programmeurs te vermijden. Het is daarbij nodig om voor open source software te kiezen wat door een grote en actieve community wordt ondersteund.

Het Gemeentemuseum wil half 2012 live gaan met hun zoeksysteem en daarna het zoeksysteem uitbreiden naar andere gerelateerde culturele instellingen met Adlib systemen en daarna ook met niet-Adlib systemen aan de slag gaan zodat er één metazoekmachine komt zoals beoogd in het idee van het project.

We zaten trouwens tijdens het bezoek in de mooie bibliotheek van het Gemeentemuseum en mochten ook een kijkje nemen achter de schermen van de mode-afdeling. Zoals je uit mijn tweets kunt opmaken was het een enerverende middag: