2.0 Drops

Floating in the 2.0 world ~ connected by the web


Een reactie plaatsen

Apps tegen vermoeide ogen

Collega redacteur Alice Doek attendeerde me op Tofu, viewersoftware die lange teksten in Word en PDF makkelijk leesbaar maakt op het computerscherm. Tofu is alleen gemaakt voor Mac. Ik kon geen windows-tegenhanger vinden. Jullie wel? Wel maak ik gebruik van Clearly, een browserplug-in die webpagina’s overzichtelijker en makkelijk leesbaar maakt. Dus werden het reviews van Tofu en Clearly voor de tweede aflevering van Lifehacking in de InformatieProfessonal.

26-5-2013 14-00-22


1 reactie

Dana Winner Zingt…

…in Steenwijk, vrijdag 22 maart 2013. En wij waren er bij! Het was een heerlijk weerzien met de zangeres waar ik al ruim 20 jaar fan van ben en waarbij het bijna 4 jaar geleden was dat ik nog naar een concert van haar was geweest. Ter vergelijking: vroeger ging ik wel 5 keer per jaar. Je kunt je dan ook wel voorstellen dat ik erg uitkeek naar dit concert.

DSC01953DSC01955DSC01954

Veel bekende nummers passeerden de revue waaronder de klassiekers ‘Westenwind’ – altijd een hit in Nederland dus een deel van de zaal ging uit zijn dak, ‘De oude man en de zee’ – Dana kondigde het lied in prima Zuid-Afrikaans aan, en ‘Ik hou van jou’ – met altijd perfect uitgevoerde hoge noot!

Daarnaast bracht Dana een groot aantal mooie covers ten gehore: ‘Fields of Gold’ van Sting, ‘When You Say Nothing At All’ van Ronan Keating, ‘The Lucky One’ van Alison Krauss, ‘Crying’ van Roy Orbison en ‘Somewhere over the Rainbow’ van Judy Garland.

En ik werd verrast door het wondermooie ‘Find My Love’. De aanstekelijke melodie herkende ik meteen, maar ik moest toch even in mijn cd-kast duiken en een zoekactie op internet uitvoeren om er achter te komen dat het om het Engelstalige origineel gaat van het Nederlandstalige ‘Waar ben jij’, een liedje dat Dana op haar allereerste album ‘Regenbogen’ in 1993 uitbracht.

DSC01973DSC01961DSC01968

Het viel op dat Dana zich weer heeft omringt met musici van topklasse: op gitaar Marty Townsand – een Belg van Amerikaanse origine die nadat hij in Amerika al een uitgebreide ervaring als muzikant had opgebouwd zijn naam ook aan heel wat Belgische artiesten heeft gelinkt, op piano de Nederlander Karel Boehlee – die bekend is van jaren over de wereld touren met Toots Thielemans, en op percussie Eddy Conard – een Nederlander van Amerikaanse origine die op albums van vele Nederlandse en buitenlandse artiesten waaronder Kane en Eros Ramozzotti te horen is. Hij is nu Dana’s music director en heeft ondertussen 2 nummers voor haar geschreven: de speciaal voor deze tour uitgebrachte single ‘Niemand kan’ en het ritmische ‘Ladidadida’.

Dat Dana zich thuis voelde tussen deze mannen was duidelijk. Bij gevoelige liedjes schoof ze aan bij Marty Townsand, die niet alleen prachtig kan gitaar spelen maar ook als zanger prima uit de voeten kan, en bij up tempo liedjes werkte de energie van Eddy C immens aanstekelijk! Zo aanstekelijk dat Dana zich regelmatig liet verleiden tot humoristische breaks, al viel die opmerking over koeien niet bij iedereen in goede aarde, Dana’s latere excuses waren dan ook hoogst waarschijnlijk een niet helemaal overbodige pauzesnack.

Met 4 muzikanten – de hier genoemden, aangevuld met een basgitarist – werd het een semi-akoestisch concert waardoor mijn persoonlijke favorieten als ‘Stil de storm’, ‘Ik mis je adem’ en ‘Kijk om je heen’ in een nieuw jasje werden uitgevoerd. Een jasje dat volgens mij heel goed past. Ik heb genoten van dit heerlijk avondje uit! En weet maar zeker dat ik niet weer 4 jaar ga wachten…!

DSC01975

De liedjes waar ik in dit verslagje naar refereer kun je allemaal terughoren via Omroep Max dat het concert in 2 delen heeft uitgezonden:

Mijn foto’s van het concert kun je allemaal bekijken via Google+.


Een reactie plaatsen

Gebruikersinstructie: Engage!

Bij IDM Den Haag heb ik nu al twee keer het vak gebruikersinstructie mogen geven. Het is een intensief vak voor de studenten omdat ze zelf aan de slag moeten met het maken van een gebruikersinstructie. Dit leer je immers het best door het gewoon te doen. Natuurlijk is er ook wat theorie. Zoals hoe je een gebruikersinstructie voorbereidt: analyse van de doelgroep en het bepalen van het kennen (cognities), kunnen (psychomotorische vaardigheden) en zijn (attitudes) van de doelgroep. Met de syllabus die deze theorie bevat, ontwikkeld door mijn voorganger, ging ik aan de slag. Maar ik ben ook zelf in de literatuur gedoken. Als eerste kwam ik het boek ‘Reflective Teaching, Effective Learning: Instructional Literacy for Library Educators‘ van Char Booth tegen. Zij wijdt een heel hoofdstuk aan het op een aantrekkelijke manier ontwerpen van je gebruikersinstructies (Hoofdstuk 11, p. 125-137).

booth_storeImage_200x300

Bepaal je boodschap

Deze Powerpoint instructie geeft informatie over het zoeken naar literatuur met behulp van Google, GoogleScholar, Picarta en de databank Ebsco-host. Daarnaast bevat de instructie extra informatie over de stapsgewijze aanpak van literatuuronderzoek.

Met je boodschap maak je reclame voor je gebruikersinstructie. Je zorgt ervoor dat je de verwachtingen van je doelgroep stuurt om zo hun aandacht en motivatie te managen. De gouden regel is eenvoud! Het kan gaan om: een gebruikersgerichte samenvatting van je instructie, een ‘elevator pitch’ voor een potentiële workshop deelnemer of bijvoorbeeld een 140 karakter tellende tweet met het onderwerp van je webinar. Vertel niet alleen wat de gebruiker gaat leren (het einddoel), maar interesseer hun ook om dat einddoel te bereiken.

Het prototyping proces

Een fundamenteel aspect van het ontwerpen van gebruikersinstructies is het testen en herzien ervan voordat je hem uitreikt. Bij het prototyping proces onderscheiden we vier fasen:

  1. Prototype
  2. Ontwikkel
  3. Evaluatie
  4. Herziening

Visuele geletterdheid

Visuele geletterdheid is het vermogen om afbeeldingen te begrijpen en te gebruiken, inclusief het vermogen om na te denken, te leren en jezelf in termen van beelden uit te drukken.

Zeven strategieën die deel uitmaken van een efficiënter gebruik van de cognitieve verwerkingscapaciteit in educatieve interfaces, materialen en afbeeldingen:

  1. Geconcentreerd: kernideeën worden benadrukt door ze te markeren, vet te maken of via een andere methode te benadrukken
  2. Beknopt: beknoptheid en eenvoud worden bereikt door het elimineren van onnodige tekst en afbeeldingen
  3. Gecorrespondeerd: foto’s, grafieken en tabellen en hun bijschriften worden dicht in elkaars buurt geplaatst
  4. Geconcretiseerd: afbeeldingen ondersteunen visueel de desbetreffende onderwerpen
  5. Samenhangend:  de keuze van afbeeldingen is logisch en de afbeeldingen komen overeen met gesproken tekst, bijschriften of omringende tekst
  6. Begrijpelijk: afbeeldingen en tekst of gesproken tekst weerspiegelen de voorkennis van de gebruiker
  7. Gecodeerd: afbeeldingen en tekst of gesproken tekst lenen zich voor integratie in het geheugen

Universele design strategieën

Eenvoud is bij het ontwerpen van je gebruikersinstructie de leidende strategie! Hoe helderder, duidelijker en ‘to the point’ je instructie is, hoe beter. Werk via Principes, Acties en Tools.

Principes

Principes zijn cognitieve functies.

  • Selecteren: is de capaciteit tot onderscheiden. Waar de gebruiker aandacht aan besteed ~ versus ~ Waar de gebruiker geen aandacht aan besteed.
    • Centrale vraag: Wat wil ik dat de gebruiker opmerkt?
  • Organiseren: is het gebruik van duidelijke en consistente navigatie-elementen, het structureren van informatie in eenheden, het verstrekken van ankers in de vorm van hulp en steun en de integratie van hiërarchische elementen zoals lijsten, grafieken en overzichten die relaties suggereren.
    • Centrale vraag: Hoe kan ik de structuur van de informatie weergeven?
  • Integreren: is het aanmoedigen van beter integratie door multimediaal te werken
    • Centrale vraag: Hoe kan ik de gebruikers helpen om verbanden te leggen?

Acties

Acties zijn structurele design elementen.

  • Repeteren: navigatiestructuur, scheidingstekens, terugkerende elementen
  • Nabijheid: de afstand tussen elementen bepaald hun relatie, hoe dichter hoe meer gerelateerd, maar plaats ze niet té dicht bij elkaar zodat ze niet meer zijn te onderscheiden
  • Richting: de consistente plaatsing van elementen langs een onzichtbaar raster of as, geeft ook een relatie aan en laat gebruikers zich focussen op inhoud
  • Contrast: het onderscheid in kleur, schaduw, tint en andere middelen voor visuele differentiatie, een bruikbare strategie voor het vestigen van de aandacht op belangrijke onderdelen

Tools

Tools zijn elementaire esthetische bouwstenen.

  • Lettertype: bepaalt de leesbaarheid
  • Kleur: draagt ​​bij tot het instellen van stemming en gevoel,  geeft relaties weer en legt nadruk
  • Vorm: symmetrische vormen zorgen voor balans, asymmetrische vormen voor onbalans; beide kunnen geschikt zijn binnen een bepaalde context
  • Diepte: details die structuur en dimensionaliteit geven, worden gebruikt voor nadruk en om beelden meer of minder prominent te maken ten opzichte van hun omgeving
  • Ruimte: witruimte is de ononderbroken afstand tussen objecten en van cruciaal belang voor het beheren van de cognitieve belasting en om je instructie aangenamer te maken om te bekijken

Wees multimediaal

  • Gebruik een combinatie van tekst, geluiden en afbeeldingen
  • Beelden en woorden moeten op hetzelfde moment en dicht bij elkaar verschijnen
  • Gesproken tekst moet uitnodigend en converserend zijn
  • Gebruikers moeten de controle krijgen over de hoeveelheid stof die ze binnen krijgen (stimulatie) in complexe lessen
  • Belangrijke inhoud moet herkenbaar zijn en worden benadrukt
  • Gesproken tekst en tekst op het scherm moeten elkaar aanvullen (dus niet hetzelfde zeggen en schrijven = verdubbeling)

Evalueer je gebruikersinstructie

Op effectiviteit:

  • Heeft de instructie betrekking op de juiste inhoud?
  • Beslaat de instructie een optimale hoeveelheid informatie (niet te veel en niet te weinig inhoud)?
  • Ben je aan het ‘instrueren’?

Op doeltreffendheid:

  • Zorgt de instructie ervoor dat belangrijke informatie (selectie) gemakkelijk is waar te nemen? SELECTEREN
  • Is de instructie zo georganiseerd dat informatie makkelijk toegankelijk is? ORGANISEREN
  • Helpt de instructie de gebruiker de informatie in relatie te brengen met de algemene opleidings-of prestatiedoelen? INTEGREREN

Op aantrekkelijkheid:

  • Motiveert het ontwerp van de instructie de gebruiker?
  • Is de informatie in de instructie relevant en belangrijk genoeg voor de gebruiker?
  • Is de instructie helder genoeg om de gebruiker ervan te overtuigen dat ze het zullen begrijpen?

Aandacht vangen en behouden

Schep de voorwaarden tot duurzaam leren:

  1. Verwerf aandacht
  2. Informeer gebruikers over de doelstellingen
  3. Stimuleer het terughalen van eerder verworven competenties
  4. Zorg voor stimulerende inhoud
  5. Wees een gids
  6. Ontlok prestaties
  7. Geef feedback
  8. Beoordeel prestaties
  9. Herhaal en vat samen

Pitch en wees persoonlijk

Communiceer in een pitch de inhoud zo dat je gebruikers zich er mee kunnen identificeren en ze het zinvol vinden. Geef daarbij aan welke rol jij speelt als instructeur in hun leer- en onderzoeksproces.

  • Wees authentiek
  • Studenten ervaren persoonlijk, echte relaties met docenten als een van de meest betekenisvolle aspecten van onderwijs
  • Praat met mensen als ze de ruimte binnen komen
  • Lees de toon van hun stem en hun lichaamstaal (waarschuwing)
  • Zorg voor een positieve omgeving en presenteer jezelf met vertrouwen, zo maak je het een potentiële verstoorder moeilijker om over je heen te lopen
  • Wees niet bang om gebruik te maken van je autoriteit om zo billijk en taakgericht gedrag uit te lokken

Char Booth is Instruction Services Manager & E-Learning Librarian aan de Claremont Colleges Library. Ze blogt op info-mational over de integratie van onderwijs, technologie en ontwerp in bibliotheek services. Haar blog draagt de pakkende ondertitel: ‘on technology, media literacy, and librarians who t-c-b (take care of business)’.


1 reactie

Hacks voor timemanagement

In navolging van de rubriek Tablet Apps verzorg ik samen met mederedactielid Alice Doek de rubriek Lifehacking in de InformatieProfessional. De eerste aflevering is afgelopen maand verschenen en bevat 2 hacks voor timemanagement: de handige taakplanner Remember the Milk en de online agenda van Google.

18-2-2013 19-24-57

Nog wat extra tips:

Remember The Milk

  • Nuttig is de notitiefunctie voor het aanvullen van je taken met relevantie informatie. Zo koppel ik RTM aan mijn bijbehorende notities in Evernote door de URL van mijn notities daar in de notitiefunctie van RTM te plaatsen.
  • Het openbaar maken van taken en het delen ervan met specifieke andere RTM-gebruikers is mogelijk.
  • Het synchroniseren is bij een gratis account beperkt tot eenmaal per 24 uur.
  • Alhoewel RTM een online takenplanner is, bestaan er ‘third party’ apps zoals YaR Desktop voor Windows om RTM zonder browser te gebruiken. Kijk bij Apps op de RTM website. Installeer de RTM plugin in je Google Agenda, zodat je direct vanuit je online agenda snel bij je takenlijst kunt.

Google Agenda

Voor de volgende aflevering staan 2 tools voor het voorkomen van vermoeide ogen op het programma. Hou je brievenbus in de gaten op 28 februari!

Feedback en tips zijn natuurlijk van harte welkom via dit blog of informatieprofessional.nl.


Een reactie plaatsen

#infocampnl13 Een intieme battle

Afgelopen vrijdag vond InfoCamp NL 2013 plaats. Als vervolg op LibraryCamp NL 2012 telde het heel wat minder deelnemers dan zijn voorganger. Van de 40 aanmeldingen, meldde bijna de helft zich weer af voor aanvang, zelfs nog op de ochtend zelf. Dat gaf de studenten die het organiseerde en hun begeleiders een onaangenaam gevoel. Maar al bij de voorstelronde was het duidelijk, degene die er waren die zetten hun beste beentje voor. Een mix van informatiespecialisten met verschillende achtergronden: OB’s, universiteiten/hogescholen, commerciële en andere instellingen. Ook een paar werkzoekende informatiespecialisten en natuurlijk een aantal studenten van De Haagse Hogeschool (waaronder IDM Den Haag) waren aanwezig.

Tijdens het voorstelrondje werden de onderwerpen waar de interesse naar uit ging geïnventariseerd. Uiteindelijk maakten de organisatoren er volgend programma van:

Hieronder een verslagje van de programma-onderdelen die ik gevolgd heb.

De catalogus er uit

Van de UB Utrecht mag de catalogus wel opgeheven worden. De bibliotheek heeft er voor gekozen zich te richten op delivery en niet op discovery. In volgende prezi wordt deze keuze onderbouwd:

De catalogus wordt ook alleen maar gebruikt om naar de boeken op de plank te zoeken. En dat is maar een klein onderdeel van de bibliotheekcollectie. De digitale collectie wordt ontsloten via de zoekmachine Omega die ruim 10 jaar geleden in gebruik werd genomen bij de UB Utrecht, maar die ondertussen (te) veel ruis bevat.  Dus gaan er nu een aantal werkgroepjes aan de slag bij de UB onder de grote noemer ‘zoeken en vinden’ om te kijken hoe ze de gebruiker bij de bibliotheekcontent krijgen en waarbij ze zowel kijken naar het discovery/delivery gebeuren, maar ook naar ‘het verhaal’: hoe maak je het de gebruikers duidelijk (promotie).

3 van de 4 deelnemers aan deze sessie kwamen uit de onderwijswereld, de vierde deelnemer uit de OB. Hoe zit het daar? Nou, van de catalogus wordt natuurlijk goed gebruik gemaakt als dé ingang voor de collectie die vooral fysiek is. Geen digitaal materiaal dan daar? Wel wat e-books, maar het aanbod daarin is nog heel summier. Al wordt de vraag van de gebruiker ernaar wel groter.

En zo verplaatste de discussie zich naar het toegankelijk maken van e-books. Hierbij zie je toch dat de uitgevers de oude situatie hebben gekopieerd: een e-book wordt ook ‘uitgeleend’ en als je het maximaal aantal leners (waarvoor je een licentie hebt) hebt bereikt is het hele boek even niet toegankelijk voor andere gebruikers. Terwijl we toch zien dat, vooral bij non-fictie, de gebruiker meestal maar 1 of een paar hoofdstukken nodig heeft. We kwamen er al snel uit dat boeken opgedeeld moeten worden. Kijk maar naar de muziekwereld: tegenwoordig werken we met playlists en het downloaden van nummers in plaats van een heel album. Of wat zou het toch heerlijk zijn om ‘The Lord of the Rings’ opnieuw uit te brengen als e-book. Niet gewoon het fysieke boek in epub formaat, maar lekker helemaal opnieuw herschikken – appendices bij de annex hoofdstukken en de tekst aangevuld met de tekeningen van al die verschillende LOTR tekenaars en als kers op de taart de bijbehorende fragmenten uit de films. Maar toen kwam er hevig verzet van die ene OB’er: dan ga je toch wel echt heel hard schaven aan het oorspronkelijk werk van auteurs. Zij hebben namelijk – vooral bij fictie – een geheel voor ogen. Een boek gaat niet alleen om de hoofdstukken, maar om het geheel: de auteur heeft bewust gekozen om dingen in een bepaalde volgorde te plaatsen. Haal je dingen dan niet teveel uit hun context. Oké, mee eens. Vast staat dat we de gebruiker meer keuzevrijheid moeten bieden: zij bepalen hoe en welke content ze tot zich willen nemen. Uitgevers, maar zeker ook auteurs, houden vast aan oude manieren. Maar hoe lang gaan ze dat vol houden? Als de bibliotheek geen e-books kunnen leveren die gebruikers willen, komen ze er wel op andere manier – gratis – aan. Zijn we dan niet tegen de bierkaai aan’t vechten met onze brave ‘let op de auteursrechten’ instelling? Moeten we als bibliotheek niet zelf de links naar de torrents gaan aanbieden aan onze gebruikers? Of gaan we dan toch te ver? Maar soms slaan we ook door naar de andere kant (en ja ook hier zit de leverancier en niet de bibliotheek er achter):

PS: Op het blog I&M / I&O 2.0 van de UB Utrecht staan acht cataloguswensen voor de periode dat ze toch nog een eigen catalogus hebben.

Personal Information Management

Zoals aangekondigd, had ik zelf het onderwerp van mijn masterscriptie ingebracht.

PIM: de dagelijkse praktijk van activiteiten die worden uitgevoerd om informatie te vinden, te verwerven, te creëren, op te slaan, te ordenen, te beheren, te gebruiken en te verspreiden.

Na even kort de conclusies van mijn onderzoek naar studenten en hun PIM samengevat te hebben, gingen we in op een aantal PIM aspecten.

  • Opslaan/Archiveren/Versiebeheer/Back-up
    Studenten slaan hun documenten gewoon op op een lokale schijf, zo komt uit mijn onderzoek naar voren. Toch gebruiken de aanwezige IDM studenten ook vaak cloudapplicaties als Dropbox. Niet alleen om te delen met anderen, maar ook om device-onafhankelijk te kunnen werken (overal toegang tot je eigen bestanden).
    Als je al direct een datumnotatie meeneemt in je folder of tagstructuur, heb je al iet of wat een archiefsysteem.
    Kopieer je een bestand vooraleer je het gaat aanpassen zodat oude gegevens niet verloren gaan of laat je dat achterwegen met het risico dat je informatie kwijt geraakt? De meesten van de deelnemers maken geen kopie. Automatische versiebeheer (bv. in Dropbox of Google docs/drive) is wel zo handig!
    Cloudapplicaties zijn ook handig voor het maken van een back-up. Het automatisch synchroniseren van een lokale map met de cloud en visa versa zorgt ervoor dat je zonder te hoeven nadenken je bestanden beschermt.  We stelden samen vast dat je pas over het beschermen van bestanden gaat nadenken als je een keer goed tegen de lamp bent gelopen.
  • Ontsluiten
    Folders of tags voor het ontsluiten van je bestanden? Alhoewel een paar deelnemers zweerden bij de tagstructuur van het notitieprogramma Evernote zit het gebruik van folders bij de meesten toch wel ingebakken.
    Meestal denken we niet bewust na over het duurzaam opslaan van een bestand op het moment dat we het opslaan. We kiezen voor een folder/tag die op dat moment relevant is. Later (soms wel maanden of jaren later) lopen we dan tegen het probleem aan dat we niet meer weten waar we het hebben opgeslagen. De combinatie van tags (de mogelijkheid van veel-op-veel-mapping – dat wil zeggen, veel tags aan veel documenten) en een goede zoekfunctie kan dit voorkomen. Maar natuurlijk kan je ook op voorhand goed nadenken welke foldernamen of tags je gebruikt om een duurzaam ontsluitingssysteem te krijgen. Bewustwording en voorlichting (aan studenten) kunnen hier bij helpen. Nu geldt voor tags: onbekend maakt onbemind. En misschien kunnen we voor onze persoonlijke ontsluiting gebruik maken van de metadata die door leveranciers van informatie of bibliotheken vaak al zijn toegekend aan bestanden. Dat we als we een bestand willen opslaan a.h.v van die vaak onzichtbare metadata een suggestie krijgen van welke tag of foldernaam we kunnen gebruiken (via opslaan en exportfunctie van databanken/catalogi en andere informatiesystemen).

Online leren/instructie

Je hebt veel varianten van online leren. De voorbeelden die tijdens de sessie voorbij kwamen:

  • De Haagse Hogeschool gaat zich meer en meer richten op het ontwikkelen van blended learning programma’s. Zo wordt er bij de IDM Den Haag hard gewerkt aan een blended learning programma over deskresearch voor minor studenten.
  • Bij de UB Utrecht (valt het op dat @pieterreeve en ik voor dezelfde sessies hebben gekozen :-) – overigens zal van zijn hand een verslagje van #infocampnl13 verschijnen in de volgende InformatieProfessional) hebben ze LibGuides geïntroduceerd. LibGuides zijn online trainingen die informatie bieden over zoeken en zorgvuldig gebruiken van bronnen in de wetenschap. In de InformatieProfessional nr. 12 van 2012 staat een artikel over deze LibGuides (je kan hem nog even gratis online lezen).
  • EBSCO training faciliteiten

Mensen leren van elkaar en dat aspect dreigt weg te vallen bij online leren. Dit wordt als één van de factoren gezien waardoor mensen afhaken bij MOOCs, een opkomend fenomeen in onderwijsland. Daarom moeten ontwikkelaars dit interactieaspect toch inbouwen. Dat kan door voor een blended learning variant te kiezen (combinatie online leren en colleges) of door interactie in te bouwen in het online leren via bijvoorbeeld ‘comment facilities’. Dit laatste moet wel organisch tot stand komen en contact met elkaar moet gestimuleerd worden. Het aan de deelnemers van online leerprogramma’s over laten is kansloos, er zal iemand nodig blijven die interactie aanzwengelt. Tijdens een instructie f2f kan je ook beter nagaan of studenten de stof echt begrepen hebben. Je kan vragen of de student het snapt. Geeft hij het antwoord ja om er van af te zijn, dan kan je vragen of hij het even uitlegt aan zijn buurman. Lakse studenten vallen dan direct door de mand. Opdrachten en online toetsmomenten kunnen dit wel bij online leren opvangen. Het stellen van vragen is f2f ook het makkelijkst omdat je direct kan inspringen op wat de docent vertelt. Software waarmee op afstand onderwijs kan worden gegeven hebben meestal mogelijkheden om vragen te stellen: via chat, of zelfs door het virtueel opsteken van een handje. Maar meestal is de docent alweer verder in zijn verhaal voor de vraag is gesteld of moet hij zoveel dingen in de gaten houden dat hij het virtuele handje niet opmerkt. Het online nabootsen van een traditionele klassituatie werkt gewoon niet.

Een paar praktische tips kwamen ook voorbij. Het actueel houden van een online training is tijdrovend. Zo kan het zijn dat tekst makkelijker is aan te passen dan print screens in de software waarmee je werkt. Hou daar rekening mee bij het ontwikkelen van je online training. Ook instructiefilmpjes zijn vlug verouderd. Die hebben trouwens voor- en nadelen. Ze zijn handig voor het herhalen van stof, maar aan de andere kant biedt je de stof op een eenzijdige manier aan. Je houdt dus geen rekening met verschillende leerstijlen van studenten.

De discussie ging toen over op de meer onderwijskundige aspecten van (online) leren. Speel in op de intrinsieke motivatie van studenten: zorg dat ze passie hebben voor het onderwerp (dit kan je verwerken in de opdrachten) en dat online (bibliotheek)instructies geen los onderdeel zijn in het curriculum maar dat ze aansluiten bij vaste studieonderdelen. Ook het leren van kritisch denken moet gestimuleerd worden. Dit is sowieso moeilijk om aan te leren, zeker via online leren. En bij het leren zoeken naar kwaliteitsvolle informatie is niet alleen betrouwbaarheid belangrijk (promoten van databanken/catalogi waarbij de informatie geselecteerd en beoordeeld is) maar ook relevantie (ook in betrouwbare bronnen kun je de bal wat dat betreft totaal mis slaan).

Battle

Neen, de sessies zijn niet uitgelopen op echte strijd tussen de deelnemers. InfoCamp NL 2013 was een dag van interessante conversaties over relevante thema’s waarbij interactie wel veel meer de bovenhand voerde dan bij ‘gewone’ congressen.  Wat dat betreft ben ik weg van het unconference principe en mag het van mij meer geïntegreerd worden in andere congressen.  Het woordje battle in mijn blogtitel slaat dan ook meer op de plek waar de sessies werden gehouden: namelijk in onder andere de schaak en sumo zalen van Ayers Rock Zoetermeer. Een inspirerende omgeving voor een uncoference.